9 gebieden

“Tilburg is als poëzie, of kunst. En iedereen heeft een hekel aan poëzie en kunst.”
                      – De Stoffige Blogger

Lieve lezer,

Dit artikel gaat over Tilburg en dan specifiek over de door de gemeente aangestelde ‘9 deelgebieden’. Tegen de niet-Tilburger (en misschien zelfs de wel-Tilburger) die, net als ik, verbaasd is over het feit dat er überhaupt deelgebieden zijn, zeg ik: Geduld, ik zal mij nader verklaren.

Waar ik echter mee wil beginnen, is de veelal negatieve reacties die ik krijg wanneer ik vertel te wonen in Tilburg. Mensen om mij heen, van buiten deze stad, snappen dat niet helemaal, want ‘Tilburg is lelijker dan Rotterdam’, ‘Daar is toch niks te beleven?’, ‘Dat is toch één grote achterstandswijk?’ en ‘Tilburg is echt stront’.

Vooral die laatste opmerking vind ik mooi, want die vat samen hoe veel mensen kijken naar deze stad; met oogkleppen, zonder de intentie verder te kijken. Stront is namelijk goud in de juiste handen. Geef het aan een tuinder en hij gebruikt deze dampende bruine hoop om de mooiste bloemenvelden te creëren. Wanneer je je niet verdiept in opera is het ook niet meer dan een schreeuwend wijf dat geschreeuw terug krijgt van een vent (een scène die overigens niet zou misstaan op de Korvel of het Wagnerplein). Een Mondriaan is in de ogen van een leek niet meer dan wat lijntjes en gekleurde vlakjes op een doek. Echter, zodra je je verdiept in opera, lijkt dat geschreeuw op de Korvel ook ineens veel meer op een akte uit Verdi’s “Il Trovatore”. Wanneer je je verdiept in de schilderkunst, kun je een Mondriaan ineens wel op waarde schatten. Blijf je echter met oogkleppen ergens naar kijken, dan duurt het lang voordat je het gehele plaatje ziet. Tilburg is wellicht niet de mooiste stad om doorheen te lopen, maar als je die oogkleppen af durft te zetten, kent de stad zeker wel haar knappe kanten.

Daarom neem ik jullie in dit stuk mee door die negen deelgebieden, zodat niet alleen de import Kruiken, maar ook de geboren en getogen Kruiken hun stad hopelijk op een andere manier gaan zien. Dat alles uiteraard wel in dezelfde trant als mijn laatste artikel: Hoe kan iets zo volkomen kut zijn, dat het mooi wordt?

Wanneer we de stadsplattegrond uit 2016 erbij halen, zien we dat de negen gebieden waar de gemeente het over heeft, bestaan uit (1) De Culturele As, (2) Het Dwaalgebied, (3) Horecapleinen & -straten, (4) het Kernwinkelgebied, (5) De Korvel & De Besterd, (6) Musea, (7) Piushaven, (8) Spoorzone en (9) Veemarktkwartier. Hier zien we al de eerste aanwijzingen van hoe prachtig Tilburg is.

Allereerst valt mij op, dat De Culturele As helemaal niet in het midden van de stad ligt. Terwijl een as zich daar over het algemeen toch echt zou moeten bevinden. Fenomenaal vind ik het, dat je het buitenste deel van de city ring neemt en dat dan ‘de as’ noemt! Ik zie die raadsvergadering al voor me:
“Heren, we hebben een naam nodig voor dat stukje schouwburgring met de Academie voor de Kunst. Iemand suggesties?”

– “Ja, nou, ik zat te denken. Als we nou het Schouwburg-theater, het Paleis Raadhuis, de Academie voor de Kunsten én de Concertzaal bij elkaar pakken? En dan noemen we dat ‘De Culturele As’.”
“Godnonde Peet, fantastisch idee!”
– “Die as ligt niet eens in het midden van de stad! Dan gaan we zeker ook het centrum verhuizen naar de Reeshof of wat?”
“Ivo, doe eens koest. Natuurlijk niet. Dat zou nergens op slaan.”

Daarnaast vind ik persoonlijk de benaming ‘Horecapleinen & -straten’ ook fantastisch gevonden. Bij mij is een gebied zoiets als een wijk of op zijn minst een aantal aan elkaar grenzende straten binnen een bepaalde afstand. De Gemeente Tilburg echter, ziet het Piusplein, Pieter Vreedeplein, de Korte Heuvel, de Stadhuisstraat, Oude Markt, de Piushaven en dat kruispunt bij de Spaarbank waar iedereen altijd omver wordt gereden, omdat iedereen voorrang heeft op iedereen maar dat van niemand krijgt, als één geheel. Ik vind de opsomming die ik hier geef al onoverzichtelijk, laat staan dat je het samen voegt tot één gebied.

Een derde punt dat opvalt binnen dit sterk stukje topografisch vormgeven van de gemeente Tilburg, is dat De Korvel en De Besterd in één adem worden genoemd. Alsof ze aan elkaar grenzen. Moet je voor de grap in de zomer eens van de Heilige Antonius van Padua naar de Kruidvat op de Besterd lopen. Ben je zeker wel een half uur aan het hobbelen. Of je jat bij de pizzatent tegenover de kerk een scooter en rijdt binnen zes minuten naar je plaats van bestemming. Als je dan toch op die scooter zit, adviseer ik je niet te hard te rijden en eens om je heen te kijken. De Korvel is namelijk een heerlijke smeltkroes van culturen; studenten leven er tussen de Polen, Marokkanen tussen de kort pittige huisvrouwen en al deze groepen hebben één ding gemeen: ze hebben niet heel veel geld. En dat siert ze, want de Korvel is zo’n typische arbeiderswijk waar de mensen elkaar nog in de gaten houden en elkaar eten brengen, omdat ze weten dat je het niet zo breed hebt. Ja, ze zitten in de zomer met uitgelopen tatoeages en wit uitgeslagen borsthaar op een aftandse bank Schultenbrau uit een koelbox te hengelen en nee, ze praten niet allemaal even duidelijk, maar ik woon liever in zo’n wijk, dan in de Armhoefse Akkers waar iedereen pretendeert een gezellig en fijn familieleventje te leiden, terwijl de helft in scheiding ligt en de andere helft daar over nadenkt tijdens het surfen op Secondlove. Bovendien is de Korvel ook om praktische redenen veel leuker om te wonen. Zo heb je vier supermarkten waar je uit kunt kiezen (mits je Indisch en Pools op niveau is) en er zitten meer kapperszaken aan de Korvelseweg dan dat er kroegen op de Korte Heuvel te vinden zijn. Dus je betaalt geen 25 knaken voor een kapsel waar je thuis alsnog over klaagt, maar kapper Aziz zet gewoon voor een tientje een veel te strakke opscheer en als je het lief vraagt krijg je er nog een kopje thee en een getrimde baard bij ook. Al dat harde door elkaar praten moet je voor lief nemen, dat hoort er nu eenmaal bij. Net zoals vrouwen door elkaar schreeuwen van enthousiasme op de huishoudbeurs.

Over het Kernwinkelgebied en de Spoorzone kunnen we voorlopig kort zijn; bouwputten met potentie. Als we de plannen moeten geloven, komt de binnenstad er fantastisch uit te zien met die overdekte passage naar het Pieter Vreedeplein. Ik houd mijn hart echter vast voor de Spoorzone, omdat ik dat vrijgevochten culturele karakter echt wel kan waarderen (denk aan RAW dat qua interieur in mijn ogen één van de mooiere restaurants is, Club Smederij dat echt leuke feestjes organiseert en theater De Boemel dat zorgt voor een heel leuke afwisseling), maar ik hoop dat het niet zo’n “moet je ons eens Amsterdamse hipster-achtige quinoa etende kutjes zien zijn – Hoe cool”-idee wordt. Want dat zachte Partij voor de Dieren gehalte vind ik totaal niet bij Tilburg passen.
De Piushaven vind ik wel leuk. Vooral de barvrouw met dat oranje haar bij Burgemeester Jansen heeft mijn hart gestolen met die warme ogen en haar lieve lach. Zul je zien dat ze eigenlijk een complete psycho is. Want dat zijn alle leuke, lieve, slimme vrouwen; compleet gek gestoord in hun hoofd. In de zomer ga ik graag op een terrasje aan de Piushaven zitten om mensen te kijken. Dat klinkt misschien suf, maar de mensen die in de zomer over de Piushaven lopen, lopen daar niet omdat ze ergens moeten zijn. Nee, die mensen lopen daar om gezien te worden. Gescheiden mannen met hun schitterende Rolex (ik ken nog wel een adresje ook, waar je ze voor een meier kunt halen. Niet van echt te onderscheiden), hun Porsche Panamera, authentieke Vespa die iedereen heeft, kort zalm roze broekje met wit overhemd en Prada zonnebril uit Hannie Summer Sale. Allemaal op zoek naar die ene jonge vrouw die niet valt op hun geld, maar op hun lieve karakter. De Piushaven is het Monaco van Tilburg, maar dan met beduidend minder geld en vooral schone schijn.

Rest mij alleen nog stil te staan bij het zogenoemde Dwaalgebied en de Musea die Tilburg rijk is. Over het dwaalgebied kan ik alleen niet heel veel kwijt, omdat ik er alleen kom als ik naar de kapper ga. Vreemd eigenlijk, want als ik dus eens verder zou kijken dan mijn redelijk aanwezige neus lang is, kom je meer dan voldoende leuke tentjes tegen. Ik noem een Burgerij bijvoorbeeld, waar je heer-lijk en in alle rust je Chai Latte Wortel Frappuccino uit het raam kunt donderen om een pilsje te bestellen.

Laat van heel dit artikel dan dit mijn doel zijn: u bewegen zich een keer naar het centrum te begeven en in gedachten rond te zwerven door de straten en steegjes. Begin met wandelen en durf eens blind een keer linksaf te slaan om vervolgens twee keer naar rechts te gaan. Zwerf en ontdek de prachtige hoekjes om te kunnen wildplassen, het helemaal niet zo rustige terras van de Spaarbank en stap eens zonder na te denken een buurtwinkel binnen. Je hoeft nergens iets te kopen, maar maak eens een praatje met de medewerkers of eigenaars en leer de mensen achter de stad die je zo verafschuwt kennen. Wanneer je die mensen ziet staan en bestudeert, zie je dat Tilburg meer is dan beton. Dat het deze mensen zijn die onze  stad een ziel geven. En die ziel is nu eenmaal wat rauwer en harder en minder esthetisch dan bijvoorbeeld Den Bosch, maar dat betekent niet dat zij daarom lager in de rangorde moet staan. Niks geen opsmuk en je leuker voordoen dan je bent. Tilburg is krijgen wat je ziet en als het niet goed is leg je je kop er maar naast. Ik denk dat we best trots mogen zijn op hoe lelijk Tilburg oogt, omdat het zo juist die mensen trekt die hun oogkleppen af durven zetten en verder durven kijken.

Yours Truly,

SB

Redactie WijZijnTilburg

Wij Zijn Tilburg is een nieuw stadsplatform dat door liefhebbers van Tilburg wordt bijgehouden. Onze liefde voor stad uit zich in de vorm van de laatste nieuwtjes, eigen geproduceerde videoprogramma’s, interviews met ondernemers, blogs, routes en nog veel meer.