Argus12 januari 2018
Peerke-1.jpg

11min

De afgelopen week wilde ik mijn schijnwerper richten op het imago van de Gewone Brabo en in het bijzonder op de Tilburgse variant. Het valt mij steeds vaker op dat ‘in de provincie’ vanuit de hoofdstad en omgeving zonder blikken of blozen wordt geassocieerd met ‘een beetje dom’ en ‘smachtend naar bekering’. Steeds meer ‘Bekende Provincialen’ (de BPers), zoals bijvoorbeeld Johan Derksen, slaan zich als antwoord zelfs publiekelijk op de al dan niet bejaarde borst en declameren luidkeels dat ‘bij ons in de provincie’ allerlei hete Randstadaardappelen met een flink korreltje zout worden genomen.

Ik ging op pad en stuitte bijna vanuit mijn voordeur op het standbeeld van Peerke Donders aan het Wilhelminapark. Meteen viel het koloniale kwartje en besloot ik daar een column aan te wijden. Niet om die brave Peer het park uit te jagen, maar om de draak te steken met de Randstedelijke verwijten over onze benedenrivierse onnozelheid. Zo gezegd, zo gedaan en in no time was mijn blaadje gevuld en klaar voor plaatsing op deze site.

Toen ik echter het BD open sloeg, bleek dat iemand in mijn woonomgeving precies op hetzelfde moment op nagenoeg hetzelfde idee was gekomen. Ene Herman Fitters vulde een hele pagina met zijn klacht over het standbeeld in onze wijk met ook nog bijna dezelfde foto van dezelfde Peerke. Ik ben niet zo gauw stil, maar toen was ik toch echt even met stomheid geslagen. Wat een onvoorstelbaar toeval, met dat verschil dat mijn collega schrijver toch bijna een echte ‘aanval’ op het beeld van Peerke heeft willen vormen, terwijl ik meer met een kwinkslag de tijdsgeest probeer te duiden en daarmee in dit geval ook het dedain van een kleine minderheid jegens de grote (vermeend) domme massa.

In overleg heb ik besloten om mijn column nu toch ook aan deze hete brij toe te voegen. Met mijn officiële (al eerder geschreven) inleiding er nog boven. Denk aan uw bloeddruk, lees het met mijn inleiding in uw hoofd en vanuit die gedachte.

Peerke Donders door Argus
Peerke Donders door BD

Waarschuwing: als u een stok zoekt om te slaan, als u graag polariseert, als u bij voorkeur vanuit de onderbuik reageert, als u lange tenen hebt, of een kort lontje, of snel aangebrand bent lees deze column dan niet en ga snel verder naar de rest van de site. Als u graag op een lichtvoetig bedoelde manier wil meekijken naar problemen die echte issues zijn in de wereld die zojuist met een hoop geknal en vuurwerk aan 2018 is begonnen, lees dan lekker verder en zorg dat die vinger aan het eind de juiste is.

De kruit(d) dampen zijn weer enigszins opgetrokken. De discussie, die nooit een discussie is geworden. (Maar meer een strooien met meningen, in de een of andere hoek), over ‘he who must not be named’ is weer even verstomd. Toch Iets opmerkelijks; waarin een klein land groot kan zijn. Of andersom, als u wil.

De Pietjes zijn verschoten van kleur, krijgen een veeg uit de p…eh schoorsteen of namen in hun wanhoop alle kleuren van de regenboog aan . In ieder geval: roet in het traditionele Nederlandse decembermenu. Uiteindelijk werden vooral de bewoners van het hoofdstedelijke grachtencircuit beschuldigd van het slaan onder de hen zo bekende gordel. Volgens de meerderheid van de Nederlandse bevolking is er niets aan de hand en zeker niet in ‘de provincie’, waarvan het leuke is dat ze altijd met z’n twaalven zijn …vaak tegen die ene doorgaans  o zo politiek correcte herdersgroep die zich immer een plaatsje weet te bemachtigenin de publieke talkshowstal. Ikzelf ben in onze binnenlandse contreien menig ##### Pietje tegen het geringeloorde lijf gelopen rond de verjaardag van de Schij… eh Goed Heilig Man en de inheemse bevolking had er volgens het Polygoonjournaal (ik citeer) ‘schik in’.

Ondanks deze kleurrijke typeringen moet ik zeggen dat ik er zelf ook nog niet uit ben. Voor mij blijft het een beetje bloemblaadje plukken; Pietje wel, Pietje niet. Wordt vervolgd. Wat mij misschien nog wel meer bezig houdt, is de voortdurende aantijging dat ‘wij in de provincie’ een beetje sufkonten zijn, die niet verder denken dan ons dialect lang is en daarmee de toon blijven zetten van racistische en/of koloniale feestjes onder de vlag van ons Oranje landje. Maar is die selectieve verontwaardiging bij Sint Matthijs en zijn knechten nu op zijn plaats, of krijgen wij provincialen geheel onterecht onder uit de zak? (Ik ben zelf overigens in Den Haag geboren, waardoor ik eigenlijk een soort dubbel paspoort heb en als dat zo uit komt me als een kameleon achter een andere achtergrond kan verschuilen).

Al weken lang liep ik te denken, wat ik u hierover zou gaan schenken.. totdat ik langs het Wilhelminapark fietste en me daar voor de duizendste keer  het beeld passeerde van een blanke man, die gewapend met een kruis (als ware het een excorcistische uitdrijving) een voor hem knielende man de hand op het donkere kroeshaar legt en minzaam/liefdevol/troostend* op hem neerkijkt. De tekstballon die er voor mij steeds boven hangt zal ik u besparen, maar op de wat smoezelige sokkel staat (alleen?) voor mijn ogen geschreven “Aanschouw dit beeld van ons imperialistisch verleden…en huiver”.

En verdomd: ze hebben gelijk! Ik was al niet zo’n fan van de aloude missionarishouding, maar deze  mag er ook wezen. En wij brabo’s sukkelen daar al bijna honderd jaar langs zonder een vraagteken, laat staan een woord van protest, over deze merkwaardige herinnering aan wat nu als een zw.. eh duister verleden wordt ervaren. Zelfs de plaatselijk brabo##### , en die heeft toch een behoorlijk verbaal bereik, heeft volgens mij nog nooit gedacht van “Zal ik dat concept eens even lekker bashen!?”.

Het is toch niet zo’n heel klein standbeeldje, dus daar zal het niet aan liggen. Volgens mij is het ons (soms jullie) provinciale onbenul dat hier de doorslag geeft. Wij gaan letterlijk en figuurlijk in onze (soms jullie) Tilburgse onwetendheid gewoon voorbij aan dit beeld, in haar aanwezigheid, in haar historische achtergrond en in haar uitstraling in een globaliserend Tilburg.

Als kind van de flower powertijd zie ik weer een bloempje opdoemen…Peerke wel, Peerke niet. Deze wereld is zo complex geworden dat we grote gedeeltes van ons (gezamenlijk) verleden maar proberen te  (excusez le mot) verdonkeremanen. We weten er geen raad meer mee. Veel  parate kennis zit achter een schermpje…er zijn inmiddels jongeren die denken dat de voornaam van Hitler werkelijk Heil was. Ongehinderd door enige kennis of begrip van het verleden slaan we elkaar de morele hersens in.

In bejaardenhuizen en christelijke bolwerken zitten nog wat mensen die weten wat voor goed humanitair werk Peerke Donders heeft verricht met het stichten van zijn Leprakolonie in Suriname. Dat dit gebeurde onder de vlag van het Katholieke Kruis was toen een reden voor trots en eer; in de wereld anno 2018 wordt daar met Argusogen (jawel) naar gekeken.

Nogmaals; dit is absoluut geen oproep tot een nieuwe beeldenstorm  en niet alleen Nederland struikelt over haar eigen wortels. Zo zag ik  laatst een aflevering van ‘Danny demonstreert’ waarin een donkere activiste eigenhandig het standbeeld van een zuidelijke confederale soldaat  in de zuidelijke staat Durham van haar sokkel  trok vanwege de schandalige herinnering aan de Amerikaanse burgeroorlog, de strijd tegen de slavernij en de verheerlijking van de rol van de zuidelijke troepen. Zij zit nog in afwachting van haar proces. Het is eerder een oproep met een knipoog om na te denken over deze problematiek. Het is ook een mislukte poging om antwoord te geven op die vraag van een andere beminde en verguisde Nederlander: “Ben ik nou zo slim, of ben jij nou zo dom?’ (maar dan in het meervoud).

In plaats van met de vinger naar elkaar te wijzen, mag degene die het antwoord weet zijn (goede) vinger opsteken en het zeggen. Maar alleen als hij Dondersgoed weet waar hij (of zij) aan begint. Op staffe van een muilpeer(ke).

Zo, nu heb ik ze allemaal wel gemaakt.

 


Argus20 december 2017
download-1-1.jpg

4min

Ik viel laatst toch weer even keihard van mijn spreekwoordelijke stoel toen ik las van het voorstel van Groenlinks om de 2 rijbanen van de Cityring op een aantal punten te versmallen vanwege het Max Verstappen rijgedrag van een aantal verkeershufters ter plaatse. De wereld draait door in de meest figuurlijke zin; de rollen worden omgedraaid. Een aantal opgefokte ventjes (op de een of andere manier zie ik toch niet zo gauw de Maxime Verstappens daar rondracen) speelt daar met hun eigen leven (top!), maar ook met dat van ons en onze kinderen (minder!) en in plaats van dat geteisem keihard aan te pakken, wordt heel Tilburg en alles wat er op bezoek komt gestraft en de doorgang bijna letterlijk versperd.

Die op zich mooie Cityring (het is nog steeds wennen aan die ‘one direction’) zorgt voor een prima doorstroming en ontsluiting van de stad, maar wordt met deze ‘proef’ op een aantal plaatsen gehalveerd en verminkt. Het is net als met die voetbalhooligans die alleen naar het stadion komen om te rotzooien, te zuipen, te vechten en te vernielen. Het zijn er maar heel weinig, maar ze gijzelen al die tienduizenden die komen om van het voetbal te genieten (of er om te janken). Door dat handjevol tuig mag niemand meer iets meenemen een stadion in, wordt iedereen gefouilleerd, durven ouders hun kinderen niet meer mee te nemen en …nou ja, vul zelf maar aan.

Zo wordt de overgrote meerderheid van de verkeersdeelnemers ook gegijzeld door die paar idioten. Daar is vaak drank bij in het spel, maar veel verkeershufters slikken en spuiten zich blijkbaar naar een wereld waarin alleen zijzelf de dienst uitmaken (#onlyme). Vaak staan ze blijkbaar stijf van de speed, xtc en andere rotzooi (daar helpt geen blaastest aan). Bij het minsterie van dienst vinden ze dat er niet genoeg aanleiding is voor het plaatsen van flitspalen, ondanks de dodelijke slachtoffers van dit verkeersgeweld. Ik zou die verantwoordelijken even laten aanschuiven bij de begrafenis van de al gevallen slachtoffers. Misschien helpt dat.

Ik ben zelf ooit op een paar kilometer te hard betrapt langs de oude weg naar Loon op Zand door een agent achter een boom (!) met een lasergun. Die moderne struikrover had wel gelijk over die paar kilometer, maar dat staat werkelijk in geen verhouding tot waar we hier over hebben. Zet een aantal agenten een paar weken op de terrasjes langs de ring richting Tilburgse Schouwburg, met een lekker kopje koffie en een lasergun, desnoods onder het motto “Hard rijden, laser op!” en je moet eens kijken hoe gauw het klaar is.

Het idee voor een ringversmalling is toch op zijn minst het gevolg van een evenredige bewustzijnsvernauwing; de gewone automobilist is het kind van de rekening en die ééncellige eikels scheuren alsnog gierend van het lachen door de stad. Meneer Mario van Groenlinks, geef geen groen licht aan dit gedrag en kom met voorstellen waarbij de (stads)vervuiler betaalt en niet die grote goedwillende meerderheid. De vervuiler betaalt, zeker in de schôônste stad van het land.


Redactie WijZijnTilburg23 november 2017
french-fries-2162877_1920-1024x576.jpg

8min

Frites, friet, patat, patatjes, goudgele rakkers uit de frituur. Ik kan geen andere plek opnoemen waar je zo dicht bij elkaar, zoveel verschillende soorten fantastische friet kunt eten. Dat kan natuurlijk komen doordat ik hier in mijn eigen kleine fastfoodbubbel leef, maar wanneer we die gedachten even links laten liggen, betoog ik jullie graag waarom we hier in Tilburg in een frietwalhalla leven. Volledig op willekeurige volgorde.

Bram’s Captains Beef Stoof
Als je een half jaar geleden “frietje stoofvlees” tegen mij zou zeggen, zou ik direct denken aan een smoezelige familiesnackbar uit de jaren ’90 waar een lompe dorpskerel van midden 50 een frietje bruine drab naar binnen aan het werken is op vrijdagmiddag. Sinds ik de Captains Beef Stoof ken is mijn beeld over stoofvlees 360 graden omgedraaid en durf ik hardop te zeggen dat stoofvlees anno 2017 geweldig is. Deze portie, goed voor een compleet avondmaal, bevat een stoof van rundvlees, kidneybonen, piccalilly, bosuitjes, geraspte kaas én optioneel, maar zeker aan te raden, spekjes.

De friet word voor je neus schoongemaakt, fijngesneden en direct van aardappel tot patat verwerkt. Boerenfriet, met schil, geen kruiden, hartstikke puur. Het rundvlees is mals en samen met de jus en piccalilly een prachtige combinatie. De spekjes geven net dat extra zoutje. Het idee dat er kidneybonen in zouden zitten, viel me in eerste instantie beetje tegen. Ze bleken echter niet te hard of te zacht en een zeer weloverwogen, goede aanvulling op het gerecht.

Taco Bell’s Cheesy Fries
Nieuwkomer Taco Bell verrast op een positieve manier wanneer ik roodgekleurde frietjes op de menukaart zie staan. Maar gaan deze gekruide frietjes mijn jeugdherinneringen aan Kernwasser Wunderland (een pretpark in Duitsland waar je als kind de hele dag gratis onbeperkt friet met rode kruiden kon eten) overtreffen? Een combinatie met sour cream en warme kaassaus maken me alleen nog maar meer nieuwsgierig. En terecht.

Een redelijke portie met prachtige gekruide friet. Van de buitenkant een krokant korstje en van binnen een beetje puree-achtig goedje, een soort dikkere versie van de welbekende McDonalds frites. Toen ik een friet zowel in de zure room als in de kaassaus had gedipt, was ik verkocht. Één minpuntje: geen vorkje en geen servetten bij mijn bestelling. Taco Bell, vertel me, hoe eet ik dit smeuïge gerecht zonder dat ik er daarna zelf ook uit zie als een portie cheesy fries?


Truffle Parmesan Cheese Fries van Thrill Grill
We hebben ze even moeten missen, maar nu het restaurant weer hersteld is van een brand, kunnen we ze weer bestellen: Truffle Parmesan Cheese Fries van TV-chef Robert Kranenborg. En dat blijft voor mij, keer op keer weer, het beste gerecht van de kaart. Een grote portie (waarschijnlijk voor 2 personen?) friet met schilletje aan de uiteinden, besprenkeld met truffelolie en versierd met geraspte Parmezaanse kaas, welke langzaam aan het wegsmelten is. Persoonlijk vind ik truffel al snel te overheersend in een gerecht, maar bij deze frietjes durf ik de balans perfect te noemen.


Zoete aardappel friet van Dwars Hotdogbar
Ergens tussen de Korvel en de Trouwlaan ligt de Korte Dwarsstraat, met sinds kort ook Hotdogbar Dwars op de hoek gevestigd. De hotdogs, met hun hilarische namen als Scheve Sjoerd, zijn om bij weg te kwijnen, maar natuurlijk te verwaarlozen in dit artikel. Hier gaat het namelijk om friet en dan komen we uit bij de zoete aardappel frietjes van de hotdogbar. Zoet en hartig tegelijkertijd, een hele nieuwe frietervaring. Mij is aangeraden om ze met guacamole te eten, maar aangezien ik zelf geen avocado liefhebber ben probeer ik ze met mayonaise. En wat blijkt: zonder saus, gewoon puur, zijn ze het allerlekkerst. Wel één probleem, je raakt direct verslaafd!

Puntzak met mayo van De Frietboetiek Tilburg
De Frietboetiek in de Heuvelstraat is een waar begrip onder de Tilburgers. De ambacht en authenticiteit spat van de zaak af. Ik heb zelfs ooit gelezen dat iedere dag alle friet vers wordt gesneden en gewassen in een grote badkuip achter in de zaak “omdat dat vroeger ook al zo ging”. Ik kan hier dan ook redelijk kort over zijn. Gewoon verrèkes lekkere friet. In een puntzak. Klassieker. Niets meer aan doen.


Conclusie: of je nu een traditionele frietliefhebber bent of een heuse exotische patatavonturier, Tilburg heeft het allemaal én van aanzienlijk hoge kwaliteit. Naast deze zaken zijn er natuurlijk nog talloze andere friettenten om je vingers bij af te likken. En daarom, beste mede-Tilbo, mogen we onze stad een echt frietwalhalla noemen. Snack ze!

Liefs,

Een anonieme frietverslaafde


Culisjors22 augustus 2017
20424183_744250585699848_4418757506573648323_o-1024x914.jpg

4min

Het zal de volleerde smikkelaar niet zijn ontgaan dat onlangs in de Nieuwlandstraat Pig & Rye is geopend. Bakker en ongekroonde hamburgerkoning van Tilburg, Luc Martin, achtte de tijd rijp om zijn calorierijke creaties aan gans Tilburg te presenteren. Meer geluk kan een stad niet hebben. Wie de man volgt op Instagram heeft gegarandeerd dagelijks het water door de mond lopen. Schitterende hamburgers, pompeuze hot dogs of een combinatie van beide, enorme tosti’s waar de kaas het druipen een nieuwe dimensie geeft. Het zijn stuk voor stuk uitnodigingen om meteen op de fiets te springen richting Nieuwlandstraat.

De lunchkaart schijnt er zo variabel te zijn als het aantal talkshows waarin Peter R. de Vries aanschuift, echter het broodje met Pork Belly Pastrami lijkt de eerste weken een zekerheidje in de basis te zijn.

Alleen al qua uiterlijk is dat een logische keuze. Het ziet er ronduit magnifiek uit. Een bruin glimmend broodje waar het rozige vlees uitpiept. Minimaal gegarneerd met slechts twee stukken augurk. Het lijkt een statement naar al die onzinnige garnituur waar ieder lunchgerecht tegenwoordig mee wordt vergezeld. Als een opgestoken middelvinger naar overbodige droge rauwkost liggen ze daar op het bord te glimmen. Dit broodje staat meteen al met 1-0 voor. Niet dat het die makkelijk verdiende voorsprong nodig heeft, want jongensjongens wat weet deze rakker de smaakpapillen te overrompelen zeg.

Pastrami pig&rye culisjors

Het begint al met de overdonderende hoeveelheid vlees. Je ziet het er niet meteen aan af maar dit broodje is tot aan de nok toe gevuld met pastrami. Heerlijke zijdezachte pastrami. Bij iedere hap vullen kluwen rokerig vlees de mond, het masseert iedere smaakpapil om vervolgens te versmelten tot één brok genot. De prettig subtiele mosterd geeft het vlees nog wat meer jeu dan het van zichzelf al heeft. Het zachte broodje is de enige partij die de kaken nog enigszins aan het werk zet. Het geeft met licht zoete tonen prima weerstand tegen al die rokerige overdaad. En dat is waar de augurk om de hoek komt kijken. Die heeft met overbodige garnituur niets van doen, mensen. Gewoon tussen de happen door een stukje van meepikken. Het frisse zuurtje geeft net dat beetje tegenpartij dat dit broodje nodig heeft. Even een klein klapje om de mond te resetten na al dat smaakgeweld. Het maakt dat je klaar bent voor de volgende hap, de volgende overval van puur culinair plezier. Plezier waar je de hele dag op kunt teren. Nog lang na de eerste hap sidderen de papillen nog na, het werd ze bijna teveel.

Met de komst van Pig & Rye is Tilburg een bourgondische trekpleister rijker. Dat moge duidelijk zijn. Het is zo’n zaak waar je zonder enig risico gerust de oogjes dicht kunt doen, om vervolgens de wijsvinger en het lot te laten bepalen wat de lunch vandaag zal zijn. Op zeker!

Kun je niet wachten tot de volgende recensie van Culisjors voor Wij Zijn Tilburg? Ga dan naar www.culisjors.nl!


Culisjors27 juni 2017
Kroket-Spaarbank-1024x768.jpg

3min

Voor de liefhebber van een goede ambachtelijke kroket is Stadscafé De Spaarbank een perfect adres. Ze serveren er al jaren een uitstekende huisgemaakte garnalenkroket en geregeld prijkt er een andersoortige krokante heerlijkheid op het menu. Want je kunt er alle kanten mee op hoor, met de kroket. Geen snack waar je in zoveel variaties mee kunt experimenteren. En dat doen ze bij De Spaarbank nu eenmaal graag en met verve. Een plek kortom, waar de liefde voor de kroket hoog in het vaandel staat.

Tegenwoordig staat er naast de garnalen- ook een oesterzwamkroket op de kaart. Vega staat er in koele blauwe letters achter vermeld. Dat is voor een snackliefhebber altijd even slikken natuurlijk. Want niets zo mooi als je vertwijfeld afvragen wat die kleine brokjes vlees in een kroket nou precies zijn en belangrijker, waar ze vandaan komen? Het geeft het snacken precies dat stukje spanning dat je eigenlijk nergens anders zo intens beleeft.

Afijn, vegetarisch dus. De onderbuik blijft weliswaar lichtjes protesteren maar, laten we wel wezen, de snackliefhebber laat zich ook nergens door afschrikken. Met een kaassoufflé op zijn tijd is ook niks mis, nietwaar? Voor de zekerheid een groot glas bier ernaast bestellen, dan zit je wat betreft credibility heus wel aan de goede kant van de streep. Op zeker.

Bon, bestelling geplaatst en binnen een mum van tijd komt er een serveerster met het krokante goud aangezwierd. Het zijn twee fijne rakkers, die fraai op het bord liggen te pronken, geduldig wachtend tot ze hun majestueuze kraakje mogen laten horen. Eén van de hoogtepunten bij het eten van kroketten is het beoordelen van de ragout na de eerste incisie. Over het ruggetje openhalen, uitbouwen en met het puntje van het mes lichtjes pulken. Een ritueel dat iedere zichzelf serieus nemende kroketteneter zal herkennen. Mooi glimmende stukjes zwam piepen uit de korrelige ragout, die een bijna risotto-achtige allure heeft. Tijd voor de eerste happen. Een krachtig palet van volle smaken tikt vol plezier tegen de smaakpapillen. De zachte stukjes oesterzwam zalven de mond en weten het geheel ook nog eens een subtiel stukje bite mee te geven. Razend knap gedaan. We dippen voorzichtig in de meegeleverde ietwat ingewikkelde chutney en verdomd, de kroket blijkt ook nog eens opgewassen tegen deze zoete invasie. Hoe is het mogelijk, vragen we ons af terwijl we een traantje van geluk wegpinken. Chapeau Spaarbank, chapeau! Dat er nog maar vele kroketten, met of zonder vlees, op het menu mogen prijken. Culisjors tikt ze in ieder geval met veel plezier achter de huig.

Kun je niet wachten tot de volgende recensie van Culisjors voor Wij Zijn Tilburg? Ga dan naar www.culisjors.nl!


Tokio-vs-Tilburg-1024x678.jpg

7min

Onlangs ben ik op vakantie geweest naar Japan. Het was niet alleen een pleziertochtje, want het hoofddoel voor mij was natuurlijk om te bewijzen dat Tilburg een stuk leuker is dan Tokio. Nu hoor ik je denken: ‘hoe kan je een van de gezelligste en leukste metropolen van de wereld nu vergelijken met Tokio?’ Het is inderdaad een flinke klus, maar ik heb mijn ogen en oren daar flink de kost gegeven en ik ben er vrij zeker van dat ik een betrouwbaar lijstje heb samengesteld van de vlakken waarin Tilburg nu eenmaal enorm excelleert in vergelijking met Tokio

1. Lang zijn

Het is geen geheim dat wij Nederlanders gemiddeld de langste mensen ter wereld zijn. Dat is fijn voor hoge kastjes, concerten en Tinder, maar in Tokio hebben ze absoluut geen kaas gegeten van de kunst van het lang zijn. Het is hartstikke handig om een flink postuur te hebben, maar in Tokio voelde ik me met mijn 2,05 meter soms alsof ik in Madurodam rondbanjerde. De meeste restaurantjes hebben deuren van 1,80 hoog en degene die ooit bedacht heeft om zittend op de grond te dineren, kan zijn schoenen waarschijnlijk op de kinderafdeling kopen. Het is trouwens ook wel makkelijk om te zeggen dat er gebouwen staan in Tokio met 86 verdiepingen, wanneer je verdiepingen ongeveer 1,60m zijn… Een tip voor de gemiddelde Nederlander die naar Japan op vakantie gaat: volg een maandje of twee voor je vertrek wat yogalessen. Scheelt een paar hernia’s.

2. Het openbaar vervoer

Onze geliefde NS is op het eerste gezicht een gedrocht van een systeem; wanneer het te koud is, is er vertraging. Wanneer het te warm is, is er vertraging. Wanneer er wat blaadjes op het spoor liggen, vertraging. Soms is er even geen conducteur of machinist, want ja, die hebben af en toe ook gewoon zin in een lauw ham-kaas croissantje van de Kiosk, dus dan maar wat vertraging. In Tokio daarentegen is de gemiddelde vertraging van een van de JR-lijnen 36 seconden per jaar. Hoe ze het doen, heeft waarschijnlijk iets te maken met eeuwenoude donkere magie, want het is op geen enkele andere manier te verklaren. Maar de hamvraag is: ‘is het wel gezellig in de trein?’ Het antwoord is ‘neen.’ Het is voornamelijk druk in de trein en metro en 85% van de reizigers hebben hun telefoon in de hand en de andere 15%, de 15% die wél kunnen zitten, slapen. Geen gezellige gesprekken over hoeveel shotjes Schrobbelèr een groepje studenten op had de avond ervoor. Geen kwats over hoe tof het textielmuseum was en al helemaal geen tirades over voetbal. Tokio, je treinen mogen dan wel altijd op tijd zijn, maar gezellig is het niet.

3. Genegenheid tonen

De mensen die mij kennen, weten dat ik verzot ben op de liefde. Een van de dingen die ieder liefdevol mens graag doet, is het laten zien dat je van een ander houdt, of hem of haar op zijn minst ‘wel ok’ vindt. Hier in Tilburg kan ik makkelijk arm in arm lopen met een prachtige dame door het centrum, en wanneer ik zin heb om haar een kus te geven, dan doe ik dat. Wanneer je in Tokio met je vriendin over straat loopt en zin hebt om haar een kus te geven, dan wacht je verdomme maar totdat je thuis bent! In de 2,5 week dat ik daar was, heb ik nul mensen elkaar zien zoenen in het openbaar. Alleen een enkele keer ’s nachts om vier uur op straat terwijl iedereen ladderzat was. Dan blijkt toch maar weer dat de mix van alcohol en passie universeel is.

4. Eten

Je mag dan wel een metropool zijn met meer inwoners dan Nederland, maar nergens in die duizenden eettentjes van je verkoop je een catamaran met satésaus en mayonaise. Allemaal leuk hoor, je heerlijke sushi en je ramen en je tempura, maar een beetje mens heeft soms gewoon een frikadel nodig in zijn leven.

5. Fietspaden

Het voelt soms alsof er in Tilburg meer fietsen zijn dan Tilburgers. Af en toe zie ik zelfs mensen fietsen die een andere, lege fiets vasthouden puur en alleen om hun dominantie aan te tonen over hun stalen rossen. In Tokio fietst men beduidend minder en ik denk dat de voornaamste reden hiervan het gebrek aan fietspaden is. Als je je elke dag een weg moet banen door honderdduizend forensen op het voetpad, dan zou ik ook liever in een ongezellige metro manga staan lezen op mijn telefoon. Mocht je jezelf zo onoverwinnelijk voelen dat je het aandurft om je tussen het ‘normale’ verkeer te begeven, dan neem ik mijn pet voor je af, om er vervolgens mee rond te gaan om geld in te zamelen voor je begrafenis. Japanners zijn doorgaans een gestructureerd volk, maar in Tokio lijkt het wel alsof alle verkeerslichten tegelijkertijd op groen springen en dan is het een kwestie van wie wie voorrang gunt en fietsers winnen deze wedstrijd der (mis)gunners zelden.

Begrijp me niet verkeerd hoor Tokio, je bent echt cool, maar je mist toch een beetje de gezelligheid van Tilburg. Je mag dan wel honderd keer meer inwoners hebben, maar dat betekent in feite ook dat je honderd keer minder kans hebt om je beste vrienden tegen het lijf te lopen om vervolgens samen een catamaran te eten bij Cafetaria-Lunchroom Den Engel.

Door: Roy van Dijk


image2-e1492846552894-1024x768.jpg

3min

Lieve lezer,

Het is bijna weekend en dat betekent dat ik jullie weer kennis mag laten maken met een Tilburgs gerelateerd onderwerp waar niemand echt bij stilstaat. Vandaag is dat het prullenbakkenbeleid. Niet dat gezever over gele kaarten omdat je het plastic niet van die reclamefolderpakketten hebt gehaald en alles gewoon in het gedeelte voor papier hebt gedonderd, of omdat je kliko al anderhalve week aan de straat staat. Nee, prullenbakken.

Ik ben sinds kort namelijk voor de zoveelste keer zo’n #fitgirl-jongen geworden, omdat ik zelf dat buikje toch minder schattig vind dan ons mam zegt dat het is (en wellicht ook wel, omdat al mijn oud-collega’s het er unaniem over eens zijn dat ik het van mijn karakter niet hoef te hebben als het op kans maken bij de dames aan komt).

Het is een beetje water naar de zee dragen hoor, want op een doordeweekse voetbalzondag draai ik mijn hand niet om voor 10 halve liters bier, twee frietjes speciaal en wat borrels in de stad, maar it’s the thought that matters.

Zo liep ik afgelopen week dus helemaal afgepeigerd van de sportschool naar mijn fiets een banaan te verorberen, want dat schijnt goed te zijn, een banaan. Met frisse tegenzin dat ding eten en op zoek naar een plaats om die schil te dumpen. En niet op de grond hè! Het mag dan een natuurproduct zijn, maar iedereen weet dat je alleen peuken en kauwgom op de grond gooit. Geen bananenschil, want Tom en Jerry hebben bewezen dat zoiets levensgevaarlijk is.

Dus zoeken naar een prullenbak, maar nergens iets te vinden.

“Dan kom ik er onderweg naar huis wel één tegen” denk ik. Retrospectief gezien even naïef als dom, want ik heb dus 10 minuten met die bananenschil in mijn hand gereden. Nergens geen vuilnisbak te bekennen!

Door heel de Heuvelstraat verspreid staan er 3, op het Pieter Vreedeplein 2, eentje op de Besterd en daar houdt het volgens mij wel op. En als je vindt dat ik overdrijf, dan heb je wellicht gelijk, maar dan zeg ik ook dat je eens bij de AH XL een Snelle Jelle moet kopen, op de fiets moet stappen, achter Station West door, langs de Zeven Geitjes en over de Reeshofdijk naar de Heyhoef moet rijden terwijl je dat ding eet en je onderweg alle vuilnisbakken telt. Onder alle antwoorden verloot ik een meet en greet met mij als je er het dichts bij zit.

Prettig weekend.

Yours truly,

SB


Levenslied-1024x683.jpg

5min

27 april doen Koning Willem Alexander en zijn lieftallige familie Tilburg aan. Dat is natuurlijk helemaal prachtig. Zelfs wanneer je je bedenkt dat Koning Willie slechts een verzonnen typetje is, denk ik toch dat hij het koude gerstenat niet kan weerstaan op deze dag. De koninklijke familie zal een tocht afleggen door 13 Tilburgse gebieden in zowel de letterlijke als metaforische zin. Het wordt een heftig gedirigeerd avontuur om zo alles wat Tilburg Tilburg maakt uit de doeken te doen, maar daar gaat het mis, want ze krijgen Tilburg achter tralies te zien. De koninklijke familie maakt onbewust een dierentuin van Tilburg waarin alles en iedereen vastzit aan een ketting der degelijkheid.

De volledige route is leuk hoor, maar ik weet heel zeker dat wanneer de koninklijke trein aankomt op het station, er niemand zal zijn die ‘DAKLOZENKRANT! DAKLOZENKRANT!’ over het stationsplein buldert. Laat dat nou het enige echte ‘welkom thuis’ zijn voor alle studenten die na het weekend met een koffer vol schone was huiswaarts naar hun kamertjes keren. Niemand zal Maxima om een euro, of ‘een centje’, vragen op het station en niemand zal proberen een boomerang kaartje te slijten aan Alexia. Ik begrijp dat de stad smetteloos moet zijn tijdens zo’n dag, maar een stad is net zo goed zijn daklozen als dat het zijn kunstacademie en zijn vluchtelingenopvang is.

Het liefst zou ik Willem-Alexander een stuk of vier Schrobbelèrs in zijn nek gieten en hem dan om twee uur ’s nachts loslaten op de Korte Heuvel. Ik zie hem al staan, Zijne Koninklijke Hoogheid in het gangetje van De Nacht. Twijfelend. Terwijl hij met een scheef oog naar de foto’s van dames met blote borsten en slagroom kijkt. Het is slechts zijn lactose-intolerantie die hem tegenhoudt. Zodra hij bij Café Brandpunt belandt, heeft hij al zeker zes minuten meer matige accordeonmuziek gehoord dan dat hij ooit verwachtte tijdens zijn majestueuze tripje door Tilburg, want Tilburg is net zo goed zijn muzikale zwervers als dat het zijn uitgaansleven is. Hij heeft al een halve kapsalon op bij Tropical waar hij twee gratis hotwings kreeg van de Turkse man achter de kassa, want hey, het is toch de Koning hè. Hij vervolgt zijn tocht in een dampende knoflookwalm door de winkelstraat waar de half aangeklede en onthoofde mannequins hem nawuiven.

Ik wil hem goed aangeschoten onder de Promenade laten wandelen en hem horen denken waarom Tilburg in godsnaam ooit zo’n lelijk ding heeft gebouwd. Voordat hij een goed antwoord bedacht heeft, wordt hij afgeleid door twee dronken skaters die hun grinds oefenen op de lange betonnen traptreden van de Hogeschool voor de Kunsten. Een van de twee vernaait per ongeluk zijn ollie en belandt met een doffe klap op de grond. Een luidkeelse ‘kut, godverdommese hoeren’ vult de donkere nacht en tovert een kleine glimlach op het gezicht van onze Koning. Een vallende en scheldende skater heeft namelijk iets magisch. En die magie vang je niet door een groepje wilde Tilburgers drie trucjes te laten doen op hun BMX volgens een strak schema. Tilburg is namelijk net zo veel zijn urban sports scene als dat het zijn gescheld in diezelfde scene is.

Zoals ik al zei, snap ik verdomd goed dat alles van een leien dakje moet gaan en dat gaat ongetwijfeld ook gebeuren. Het is alleen jammer dat alles zo enorm opgepoetst en belicht wordt waardoor we de prachtige blinde vlekken en dode hoeken van mijn geliefde Tilburg een beetje uit het oog verliezen. Al het oranjegeweld van die dag mag van mij best drie seconden overstemd worden met de woorden ‘DAKLOZENKRANT! KOOP HIER UW DAKLOZENKRANT!’


9gebieden-1024x684.jpg

13min

“Tilburg is als poëzie, of kunst. En iedereen heeft een hekel aan poëzie en kunst.”
                      – De Stoffige Blogger

Lieve lezer,

Dit artikel gaat over Tilburg en dan specifiek over de door de gemeente aangestelde ‘9 deelgebieden’. Tegen de niet-Tilburger (en misschien zelfs de wel-Tilburger) die, net als ik, verbaasd is over het feit dat er überhaupt deelgebieden zijn, zeg ik: Geduld, ik zal mij nader verklaren.

Waar ik echter mee wil beginnen, is de veelal negatieve reacties die ik krijg wanneer ik vertel te wonen in Tilburg. Mensen om mij heen, van buiten deze stad, snappen dat niet helemaal, want ‘Tilburg is lelijker dan Rotterdam’, ‘Daar is toch niks te beleven?’, ‘Dat is toch één grote achterstandswijk?’ en ‘Tilburg is echt stront’.

Vooral die laatste opmerking vind ik mooi, want die vat samen hoe veel mensen kijken naar deze stad; met oogkleppen, zonder de intentie verder te kijken. Stront is namelijk goud in de juiste handen. Geef het aan een tuinder en hij gebruikt deze dampende bruine hoop om de mooiste bloemenvelden te creëren. Wanneer je je niet verdiept in opera is het ook niet meer dan een schreeuwend wijf dat geschreeuw terug krijgt van een vent (een scène die overigens niet zou misstaan op de Korvel of het Wagnerplein). Een Mondriaan is in de ogen van een leek niet meer dan wat lijntjes en gekleurde vlakjes op een doek. Echter, zodra je je verdiept in opera, lijkt dat geschreeuw op de Korvel ook ineens veel meer op een akte uit Verdi’s “Il Trovatore”. Wanneer je je verdiept in de schilderkunst, kun je een Mondriaan ineens wel op waarde schatten. Blijf je echter met oogkleppen ergens naar kijken, dan duurt het lang voordat je het gehele plaatje ziet. Tilburg is wellicht niet de mooiste stad om doorheen te lopen, maar als je die oogkleppen af durft te zetten, kent de stad zeker wel haar knappe kanten.

Daarom neem ik jullie in dit stuk mee door die negen deelgebieden, zodat niet alleen de import Kruiken, maar ook de geboren en getogen Kruiken hun stad hopelijk op een andere manier gaan zien. Dat alles uiteraard wel in dezelfde trant als mijn laatste artikel: Hoe kan iets zo volkomen kut zijn, dat het mooi wordt?

Wanneer we de stadsplattegrond uit 2016 erbij halen, zien we dat de negen gebieden waar de gemeente het over heeft, bestaan uit (1) De Culturele As, (2) Het Dwaalgebied, (3) Horecapleinen & -straten, (4) het Kernwinkelgebied, (5) De Korvel & De Besterd, (6) Musea, (7) Piushaven, (8) Spoorzone en (9) Veemarktkwartier. Hier zien we al de eerste aanwijzingen van hoe prachtig Tilburg is.

Allereerst valt mij op, dat De Culturele As helemaal niet in het midden van de stad ligt. Terwijl een as zich daar over het algemeen toch echt zou moeten bevinden. Fenomenaal vind ik het, dat je het buitenste deel van de city ring neemt en dat dan ‘de as’ noemt! Ik zie die raadsvergadering al voor me:
“Heren, we hebben een naam nodig voor dat stukje schouwburgring met de Academie voor de Kunst. Iemand suggesties?”

– “Ja, nou, ik zat te denken. Als we nou het Schouwburg-theater, het Paleis Raadhuis, de Academie voor de Kunsten én de Concertzaal bij elkaar pakken? En dan noemen we dat ‘De Culturele As’.”
“Godnonde Peet, fantastisch idee!”
– “Die as ligt niet eens in het midden van de stad! Dan gaan we zeker ook het centrum verhuizen naar de Reeshof of wat?”
“Ivo, doe eens koest. Natuurlijk niet. Dat zou nergens op slaan.”

Daarnaast vind ik persoonlijk de benaming ‘Horecapleinen & -straten’ ook fantastisch gevonden. Bij mij is een gebied zoiets als een wijk of op zijn minst een aantal aan elkaar grenzende straten binnen een bepaalde afstand. De Gemeente Tilburg echter, ziet het Piusplein, Pieter Vreedeplein, de Korte Heuvel, de Stadhuisstraat, Oude Markt, de Piushaven en dat kruispunt bij de Spaarbank waar iedereen altijd omver wordt gereden, omdat iedereen voorrang heeft op iedereen maar dat van niemand krijgt, als één geheel. Ik vind de opsomming die ik hier geef al onoverzichtelijk, laat staan dat je het samen voegt tot één gebied.

Een derde punt dat opvalt binnen dit sterk stukje topografisch vormgeven van de gemeente Tilburg, is dat De Korvel en De Besterd in één adem worden genoemd. Alsof ze aan elkaar grenzen. Moet je voor de grap in de zomer eens van de Heilige Antonius van Padua naar de Kruidvat op de Besterd lopen. Ben je zeker wel een half uur aan het hobbelen. Of je jat bij de pizzatent tegenover de kerk een scooter en rijdt binnen zes minuten naar je plaats van bestemming. Als je dan toch op die scooter zit, adviseer ik je niet te hard te rijden en eens om je heen te kijken. De Korvel is namelijk een heerlijke smeltkroes van culturen; studenten leven er tussen de Polen, Marokkanen tussen de kort pittige huisvrouwen en al deze groepen hebben één ding gemeen: ze hebben niet heel veel geld. En dat siert ze, want de Korvel is zo’n typische arbeiderswijk waar de mensen elkaar nog in de gaten houden en elkaar eten brengen, omdat ze weten dat je het niet zo breed hebt. Ja, ze zitten in de zomer met uitgelopen tatoeages en wit uitgeslagen borsthaar op een aftandse bank Schultenbrau uit een koelbox te hengelen en nee, ze praten niet allemaal even duidelijk, maar ik woon liever in zo’n wijk, dan in de Armhoefse Akkers waar iedereen pretendeert een gezellig en fijn familieleventje te leiden, terwijl de helft in scheiding ligt en de andere helft daar over nadenkt tijdens het surfen op Secondlove. Bovendien is de Korvel ook om praktische redenen veel leuker om te wonen. Zo heb je vier supermarkten waar je uit kunt kiezen (mits je Indisch en Pools op niveau is) en er zitten meer kapperszaken aan de Korvelseweg dan dat er kroegen op de Korte Heuvel te vinden zijn. Dus je betaalt geen 25 knaken voor een kapsel waar je thuis alsnog over klaagt, maar kapper Aziz zet gewoon voor een tientje een veel te strakke opscheer en als je het lief vraagt krijg je er nog een kopje thee en een getrimde baard bij ook. Al dat harde door elkaar praten moet je voor lief nemen, dat hoort er nu eenmaal bij. Net zoals vrouwen door elkaar schreeuwen van enthousiasme op de huishoudbeurs.

Over het Kernwinkelgebied en de Spoorzone kunnen we voorlopig kort zijn; bouwputten met potentie. Als we de plannen moeten geloven, komt de binnenstad er fantastisch uit te zien met die overdekte passage naar het Pieter Vreedeplein. Ik houd mijn hart echter vast voor de Spoorzone, omdat ik dat vrijgevochten culturele karakter echt wel kan waarderen (denk aan RAW dat qua interieur in mijn ogen één van de mooiere restaurants is, Club Smederij dat echt leuke feestjes organiseert en theater De Boemel dat zorgt voor een heel leuke afwisseling), maar ik hoop dat het niet zo’n “moet je ons eens Amsterdamse hipster-achtige quinoa etende kutjes zien zijn – Hoe cool”-idee wordt. Want dat zachte Partij voor de Dieren gehalte vind ik totaal niet bij Tilburg passen.
De Piushaven vind ik wel leuk. Vooral de barvrouw met dat oranje haar bij Burgemeester Jansen heeft mijn hart gestolen met die warme ogen en haar lieve lach. Zul je zien dat ze eigenlijk een complete psycho is. Want dat zijn alle leuke, lieve, slimme vrouwen; compleet gek gestoord in hun hoofd. In de zomer ga ik graag op een terrasje aan de Piushaven zitten om mensen te kijken. Dat klinkt misschien suf, maar de mensen die in de zomer over de Piushaven lopen, lopen daar niet omdat ze ergens moeten zijn. Nee, die mensen lopen daar om gezien te worden. Gescheiden mannen met hun schitterende Rolex (ik ken nog wel een adresje ook, waar je ze voor een meier kunt halen. Niet van echt te onderscheiden), hun Porsche Panamera, authentieke Vespa die iedereen heeft, kort zalm roze broekje met wit overhemd en Prada zonnebril uit Hannie Summer Sale. Allemaal op zoek naar die ene jonge vrouw die niet valt op hun geld, maar op hun lieve karakter. De Piushaven is het Monaco van Tilburg, maar dan met beduidend minder geld en vooral schone schijn.

Rest mij alleen nog stil te staan bij het zogenoemde Dwaalgebied en de Musea die Tilburg rijk is. Over het dwaalgebied kan ik alleen niet heel veel kwijt, omdat ik er alleen kom als ik naar de kapper ga. Vreemd eigenlijk, want als ik dus eens verder zou kijken dan mijn redelijk aanwezige neus lang is, kom je meer dan voldoende leuke tentjes tegen. Ik noem een Burgerij bijvoorbeeld, waar je heer-lijk en in alle rust je Chai Latte Wortel Frappuccino uit het raam kunt donderen om een pilsje te bestellen.

Laat van heel dit artikel dan dit mijn doel zijn: u bewegen zich een keer naar het centrum te begeven en in gedachten rond te zwerven door de straten en steegjes. Begin met wandelen en durf eens blind een keer linksaf te slaan om vervolgens twee keer naar rechts te gaan. Zwerf en ontdek de prachtige hoekjes om te kunnen wildplassen, het helemaal niet zo rustige terras van de Spaarbank en stap eens zonder na te denken een buurtwinkel binnen. Je hoeft nergens iets te kopen, maar maak eens een praatje met de medewerkers of eigenaars en leer de mensen achter de stad die je zo verafschuwt kennen. Wanneer je die mensen ziet staan en bestudeert, zie je dat Tilburg meer is dan beton. Dat het deze mensen zijn die onze  stad een ziel geven. En die ziel is nu eenmaal wat rauwer en harder en minder esthetisch dan bijvoorbeeld Den Bosch, maar dat betekent niet dat zij daarom lager in de rangorde moet staan. Niks geen opsmuk en je leuker voordoen dan je bent. Tilburg is krijgen wat je ziet en als het niet goed is leg je je kop er maar naast. Ik denk dat we best trots mogen zijn op hoe lelijk Tilburg oogt, omdat het zo juist die mensen trekt die hun oogkleppen af durven zetten en verder durven kijken.

Yours Truly,

SB