Tim Frenken27 november 2018
Draaiend-huis-1024x698.png

21min

[OPINIE] Het Draaiend Huis, jèh.. Heel Tilburg wordt er dol van. Sjongejonge.. Tis me allemaol wèh heh, deh aorige kunstwerk. Er is nu zelfs een petitie genaamd ‘Stilstaand Huis Tilburg uit’ die al 1000 keer ondertekend is. Zo stom vinden we het huis. Slopen moeten we het! Aan het Midi theater zijn we al begonnen, graag dat draaiende huis en het blauwe gebouw er direct achteraan. Van onze geschiedenis met Cees de Sloper hebben we namelijk niets geleerd. “In Tilburg is 99,9 procent van de bevolking het niet eens met het Draaiende Huis.” dat zegt Hans Smolders in het programma ‘Van Onze Centen’ op SBS6. Graag wil ik dat onderzoek even inzien Dhr. Smolders, ik trek de representativiteit in twijfel. Het Draaiend Huis kent veel tegenstanders en hoe logisch het ook klinkt bij een draaiend huis, des te moeilijker het lijkt: De zaak eens van een andere kant bekijken. Wij Zijn Tilburg en het Draaiend Huis is ook Tilburg. Wij hebben er een speciale plek voor in ons hart, voor dit stadsicoon. Daarom zeggen we: Kap met zeiken over het Draaiend Huis. En wel hierom. Foto: Google Streetview

Waarom staat dit onding er überhaupt?!
Laten we eerst de onderste steen boven krijgen en terugkijken op de geschiedenis van het Draaiende Huis. Het huis is het idee van kunstenaar John Körmeling. Het staat in het midden van de Hasseltrotonde; vanaf de jaren tachtig een aangewezen kunstlocatie. In 2008 verscheen hij dan, eindelijk; de kleinste nieuwbouwwijk van Tilburg. Een huis dat langzaam de rotonde rond ging. Heel langzaam, want anders zou het een afleiding voor het passerende verkeer vormen.

Het is een abstracte afspiegeling van onze stad
Waarom John voor een draaiend huis is gegaan? “Het moest een blikvanger zijn voor wie Tilburg binnen rijdt. Een referentie naar de Tilburgse Kermis, de grootste kermis van Nederland, dus een soort attractie tegelijkertijd. Daarnaast geeft het huis commentaar op het aanleggen van de Hasseltrotonde, die de historische lintenstructuur van Tilburg in de 60-er jaren doorbrak en de Hasseltstraat afsneed van de Hasseltse Kapel. Het huis verbindt als het ware de locaties weer met elkaar. Er stonden vroeger huizen op de plek van de rotonde. John zette er eentje terug. Het is een monumentale, humoristische en gedurfde stadsentree voor de absurde cultuurstad die Tilburg is.

“Stel je voor, je wordt als stilstaande automobilist ingehaald door een vrijstaand woonhuis. Normaal zijn het de auto’s die bewegen en staat de bebouwing stil. Nu is het andersom. (Als het stoplicht op rood staat dan, heh). Ik vind het echt hartstikke goed, echt geweldig. Dat is toch humor?!” aldus Körmeling in een interview met Omroep Tilburg. ,,Hoeveel lol je dus kunt hebben met iets eenvoudigs als een rijtjeshuis.” Ook ik heb me als tiener altijd verwonderd over het huis wanneer ik op de achterbank van mijn ouders Tilburg binnen kwam. Waarom staat het daar? Staat het nou iedere keer op een andere plek? Woont er iemand of komt er nog iemand te wonen? En juist die verwondering wilde Körmeling opwekken ,,een soort knipoog naar de Efteling”.

Het is absurdistisch en ,,Tilburg is een stad van absurdisme”, vertelt beeldend kunstenaar Tine van de Weyer. ,,Een stad waar vervreemding in goede aarde valt. Het begon 100 jaar geleden met de ‘soirees intimes’ van Theo van Doesburg en Antony Kok waar later de internationale vernieuwingsbeweging De Stijl uit zou voortkomen.” De Stijl weergalmt nog altijd, op meerdere plekken in de stad. In het surrealistisch doolhof, bij de absurde stadswandeling van L‘Avventura, bij Kaapstad, Festival Circolo en het Academy for Music and Performing Arts (AMPA).” En dus ook bij het draaiend huis!

Het een prachtige metafoor voor hoe we met onze stad al jaren om onze eigen identiteit aan het draaien zijn. Zijn we nou een evenementenstad? Een makersstad? Arbeidersstad, stad-van-de-onderwereld of studentenstad? Dat gedraai begint al als je Tilburg binnen rijdt.

Daarnaast hoor ik tegenwoordig regelmatig mensen (voornamelijk in kroegen als De Baret, de Live of de Clochard) zingen ‘Ik wil zo graag een huisje op wielen‘. Nou, beste mede-Tilburgers, goed nieuws, dat huisje hebben we dus al. Maar als het zo doorgaat niet meer. Zie het Draaiend Huis dus ook als een kleine ode aan de woonwagens of kermisexploitanten. Laten we wel even afspreken, àls we het gaan slopen, wil ik dat nummer dus ook niet meer horen. We hadden een huisje op wielen, maar daar staken jullie je nek niet voor uit. Daarom is het nu weg. Maar dat terzijde.

Het Draaiend Huis is dus eigenlijk op heel veel manieren een toffe abstracte afspiegeling van onze stad.

Internationaal allure
We realiseren het onszelf misschien niet, maar het Draaiend Huis krijgt internationaal respect. Het is geïnspireerd op een Nederlandse doorzonwoning, een typisch rijtjeshuis. Dat leidt soms tot teleurstelling als mensen het rechttoe rechtaan huis zien, want de architectuur voor die VINEX-huizen – in Nederland zijn er duizenden gebouwd – blinkt niet bepaald uit in originaliteit. Maar die VINEX woningen staan internationaal in de spotlight bij veel architectuuropleidingen. Doordat Nederland snel en effectief, veel goedkope woningen nodig had, zijn we de absolute wereldleider in ruimtelijke planning geworden. Ik heb mij laten vertellen dat er jaarlijks excursies zijn door Scandinavische hogescholen in architectuur naar Tilburg, speciaal voor ons Draaiend Huis. Ze bewonderen dan de bijna perfect uitgevoerde versie van (een karikatuur op) de Nederlandse doorzonwoning. Daarnaast wordt het regelmatig aangehaald in literatuur over Post-moderne architectuur en komt het voor in diverse lijstjes met ronddraaiende architectuur. Oh, en in wiskundeopdrachten. 

Het hoort bij een grote stad
De openbare kunst in Nederland wordt steeds braver. We durven niet meer. In de tijd dat Tilburg voor het Draaiend Huis koos had Nederland nog een voorbeeldfunctie in de wereld op het gebied van openbare kunst. Tilburg, tegendraads en met de juiste dosis zelfspot, had het lef om voor het werk van Körmeling te kiezen. 
Iedere zelfrespecterende grote stad heeft een provocerend kunstwerk nodig. Het hoort erbijSanta Claus oftewel Kabouter Buttplug in Rotterdam bijvoorbeeld, Rock Strangers in Oostende of dat kleine naakte plassende mannetje in Brussel. En is iedereen het eens met de provocerende kunstwerken? Kan ik me niet voorstellen, daarvoor heten ze niet voor niets ‘provocerend’ toch? Kunst moet ontregelen, ‘heilige huisjes omver trappen’. Het toont lef, zelfspot en humor. Het zijn iconen voor de steden waarin ze staan. Net als ons gekke huisje!

Foto: CC BY 3.0 – Rotterdam Kunstwerk “Kabouter Buttplug”

Het draagt verhalen met zich mee
Nog een goede reden om het huis te laten staan, is om zelfs vandaag de dag nog dingen toe te voegen aan de geschiedenis van onze stad. Ik wil later mijn kinderen het Draaiend Huis laten zien en zeggen ,,Nou jongens, dat huisje daar, daar is het toch over gegaan joh, in Tilburg.” Ik wil ze kunnen vertellen over Keesje Kraak en hoe het één jaar na de opening werd gekraakt. Dat hij dat uit protest deed tegen het geldverslindende beleid van Gemeente Tilburg. Dat Kees er met brandweer en politie en al van het dak af is getrokken. Dat het beklad werd. En bespot. Ik wil ze vertellen over de verdeeldheid in de stad. Over Hans Smolders die zelfs op landelijke televisie zei dat 99,9% van de stad het huis ‘geldverkwisting’ vindt en dat hij de enige persoon is die ik ken die dat woord überhaupt gebruikt. (De Dikke van Dale kent het overigens ook niet). Dat het eigenlijk een hele draaide stad had moeten worden, alleen dat dat een beetje te duur was. Dat die stad uiteindelijk toch nog gebouwd werd, maar dan in Shanghai. En allemaal prijzen won, en dat wij dáárvan dus het kleine broertje (of kleine broer, want ons huis was er eerder) hebben. En dat het huis zichzelf terug zou kunnen verdienen, omdat er eigenlijk mensen in zouden moeten wonen, maar dat dat dus niet kan en mag, omdat rotondes geen 24-uurs vergunning kunnen krijgen. Maar dat het wel telkens en keer op keer weer kapot ging, tot er een held kwam die het voorgoed repareerde. En dat ik trots ben dat het er nog staat en dat zij het kunnen zien. Want het was me wat zeg, dat Draaiende Huis. Nog nooit schreef een kunstwerk zoveel geschiedenis in zo’n korte tijd in onze stad.

Ja maar gast, dat ding kost echt fucking veel geld.
Sorry voor het populaire taalgebruik, maar zo gaat het in de volksmond nou eenmaal. En dàt van onze zuur verdiende centen, hoor je er dan achteraan. Volgens Omroep Brabant kostte het kunstwerk 400.000 euro’s om het te bouwen (al lezen we elders 350.000, maar laten we uitgaan van het slechtste scenario). Vanaf 2009 tot 2015 kostte het gebouw nog zo’n kleine 67.000 euro aan onderhoud en reparatie. De tuin aanleg van de tuin 68.000 euro en het onderhoud daarvan 46.800 euro. Wij hebben al deze bedragen even op een rijtje gezet.

Tja, 30 cent, dat kost het huisje ons dus per persoon per jaar. 30 Cent die we toch sowieso al af moeten staan als ‘belasting’. En als ik die 30 cent dan toch al kwijt ben en die toch al in de pot van Kunst en Cultuur terecht is gekomen, dan mag die van mij best uitgegeven worden aan een draaiend huis op een rotonde.

Dan horen we natuurlijk vaak het argument “gebruik dat geld dan voor de zorgbehoevende ouderen of de gezinnen die in armoede leven”. En hoewel ook ik vind dat niemand in armoede zou moeten leven, gaat dit argument natuurlijk niet op. We hebben nou eenmaal portefeuilles voor bepaalde onderwerpen en geld uit de ene portefeuille kan niet naar de andere portefeuille en andersom. Dat is bestuurlijk zo bepaald en zo werkt ons land en de gemeente nou eenmaal. Wanneer we het daar niet mee eens zijn, dan moeten we beter opletten tijdens de landelijke- en gemeenteraadsverkiezingen wie we kiezen en waar deze voor staan, want zij verdelen de budgetten. Leve de democratie. Minder kosten aan het Draaiend Huis gaan er dus nooit voor zorgen dat er meer sociale huurwoningen komen of dat de voedselbank meer subsidie krijgt. Hoogstens dat we geen tweede Maawmuur krijgen of dat er in 2007 voor is gekozen om geen draaiende stad, maar een draaiend huis neer te zetten.

Maar moet dat dan allemaal maar zo doorgaan dan?
Nee. Die 30 cent per jaar voor de komende 50 jaar is natuurlijk overdreven en buitenproportioneel. Er zijn eigenlijk drie opties:

1. ) Het huis slopen
2. ) Het huis stil laten staan
3. ) Het huis weer aan de praat krijgen

1. ) Het huis slopen
Dit is eigenlijk wat er van alle kanten geroepen wordt. Weg met dat huis! Maar als jij een investering hebt gedaan van €624.800, dan ga je dat toch niet weggooien?! Daarnaast brengt het verwijderen van het huis ook weer kosten met zich mee. Gemiddeld kost het slopen van een totale woning zo’n €7.500. Misschien dat de onderdelen je hier en daar nog wat op zullen leveren bij een ijzerboer, maar het huis staat op een rotonde, dus om het daarvan te verwijderen zal wel extra kosten met zich meebrengen. Dus waarschijnlijk tegen elkaar weg te strepen. Laten we leren van de Tilburgse geschiedenis en van Cees de Sloper, slopen moeten we niet meer willen. In totaal zijn we dan €632.300 lichter en wat hebben we dan na 10 jaar: Een kale rotonde. Doodzonde.

2. ) Het huis stil laten staan
Een oplossing waar niemand vrolijk van wordt. Het kunstwerk verliest zijn functie en daarnaast moet het nog steeds onderhouden worden. En van het stilzetten van zijn kunstwerk wil John Körmeling zelf ook niets weten. Heel serieus: ,,Dan is het concept weg.” Meer badinerend: ,,Dat is net zoiets als dat Tilburgers niet meer mogen maawen over de Maawmuur.” zegt hij tegen het Brabants Dagblad.

3. ) Het huis weer aan de praat krijgen
Ik heb geen idee wie afgelopen jaren het Draaiende Huis heeft gerepareerd, maar dat moet toch wel een beetje een koekenbakker zijn. Het gaat namelijk om de aandrijfassen van het huis welke steeds (in 2015 en nu dus weer) afbreken. Maar we hebben natuurlijk een stad vol handige mensen. We hebben staalmagnaten en bouwers van carnavalswagens, we hebben tandwiel professionals en autoboeren. Daarom is het voorstel als volgt: De Gemeente doet een oproep aan ieder die denkt de assen van het draaiende huis voorgoed te kunnen repareren. Met levenslange garantie dus. Daar maakt ie een mooi prijsje voor (gewoon een goede redelijke prijs, waarin ook toekomstige kosten al zijn meegenomen) en komt zijn of haar plan pitchen (openbaar) aan de raad. Dan mag Smolders nog het één en ander roepen en moet Marjo Jacobs zijn huiswerk goed doen en alle plannen helemaal binnenstebuiten keren. Met diegene die het beste plan heeft spreken we duidelijk af, jij gaat het repareren, jij krijg voor de laatste keer een smak geld, jij draagt zorg voor het Draaiende Huis. Faal je? Eigen portemonnee. Want wij vertrouwen jou en zien in jou de held van onze stad. De King Arthur van het Draaiende Huis.

Dus kap met zeiken over het Draaiend Huis en laat het gewoon nog één keer goed fixen. Zo houden we het geld in onze eigen stad (want we investeren in een lokale ondernemer), hebben we altijd iemand die we aan z’n lurven kunnen kunnen trekken en als verantwoordelijke kunnen aanwijzen. Zo behouden we ons ludieke stadsicoon, zo kunnen we aan onze kinderen verhalen erover vertellen, zo eren we Keesje Kraker, zo blijven we nieuwe bezoekers van onze stad verwonderen en zo hoeven Scandinavische hogescholen hun schoolreisjes niet te cancellen.

Voor degene die nog steeds een pesthekel hebben aan ons huisje op wielen, hier kun je de petitie ondertekenen tégen het kunstwerk. Tot uw dienst.


Redactie WijZijnTilburg18 november 2018
WhatsApp-Image-2018-11-18-at-12.32.30-1024x680.jpeg

3min

Vandaag kwam de goedheiligman via de Piushaven aan in onze mooie stad.
Een spannende aangelegenheid voor jong en oud is dat.

De kinderen vroegen zich af: zou die goede sint wel komen?
De pappa’s en mamma’s vroegen zich af: welke kleur pieten heeft hij meegenomen?
De politie vroeg zich af: Zijn er nog stoute mensen in dit gebied?
En Kick Out Zwart Piet vroeg zich af: Horen ze ons wel of zien ze ons niet?

Eén conclusie kunnen we trekken, of je nu voor òf tegen bent,
de kleur zwart was tijdens de intocht toch het meest present.

Een nieuw onderdeel is toegevoegd aan de “traditie”. Het zag in de hele binnenstad zwart van de M.E. en politie.

Het burgemeester Stekelenburgplein zag zwart van de spandoeken.
Maar al snel vond Kick-out Zwarte Piet dat ze in Tilburg niets meer hadden te zoeken.
Ze voelden zich misleid omdat ze op de locatie niet zichtbaar genoeg waren en geen andere plek mochten kiezen.
Daarom pakte de actiegroep uiteindelijk hun biezen. (#taaitaaiumaf)

De anti-zwarte pieten moesten rekenen op pro-demonstranten.
De Spoorzone zag daarom zwart door in zwarte jassen gehulde, gemutste, zonnebril dragende, in sjaals weggestopte “sympathisanten”.
Ze werden ergens tussen de Wagenstraat en de Lange Nieuwstraat tegengehouden en bereikten nooit de anti-campagne.
Ze waren wel stout, daarom zijn er tientallen mensen aangehouden en de rest mag mee in de zak naar Spanje.

In de Piushaven was het een druk en vrolijk gebeuren,
hier waren zwart en donkerbruin de aanwezige kleuren.

Wij vinden deze hele situatie maar een homerisch gelach.
Over tot de orde van de dag.


Janneke Verhoeven27 februari 2018
human-874979_1920-1024x683.jpg

4min

Waarom mensen zo van Tilburg houden? Nou, dat is het gevoel!

Er heerst namelijk, denk ik, als basis een goed soort van ‘WIJ-gevoel’! Gecombineerd met een heerlijke onuitgesproken vorm van optimale nuchterheid.

Dit maakt samen dat de onzichtbare ondertiteling bij de doorsnee Tilburger voor het grootste gedeelte dan ook neerkomt op: ‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’.

‘Wij-gevoel’ dus. Met wel even een korte uitleg erbij.

Want; ik doel dus juist níet alleen op de momenten dat de oranjegekte compleet losbarst in de stad. Of dat de kermis een feit is, inclusief het feestgedruis in b.v. het ‘Stadhuisstraatje’.

Ook doel ik niet op de massaal gevulde terrassen aan de rand van de fonteintjes op de Heuvel. Waar tientallen kinderen gezamenlijk genieten van deze nostalgische verkoeling. Terwijl de ouders (als gezellige kuddedieren) lekker van hun wijntje zitten te nippen en dit prachtige waterballet aanschouwen.

Nee! Het wij-gevoel hóeft niet altijd groot te zijn, zoals misschien wel de beeldvorming is die daarbij past.

Het zit juíst ook in de simpele, kleine dingen. De momenten dat ik bijvoorbeeld slenter over de markt op d’n Besterd. En dat ik geniet van de enthousiaste marktkoopman die luid en gepassioneerd zijn ‘appelesienen veur un uuro’ aanprijst.

Of bijvoorbeeld het spontane moment dat twee dames in de bus het gewillige slachtoffer zijn van de slappe lach. En dat iedereen binnen een straal van 5 meter hier zichtbaar van geniet. (Óf zich er juist compleet aan stoort). En dat er dan huilend van het lachen klinkt: ‘Och Sjennet vrouwke, sgaai dur nou toch ok is uit gij!’

Tot slot nog die willekeurige zaterdagochtend, als ik lekker even anoniem de stad in loop. In joggingbroek gehuld. Mijn haren nonchalant in rommelige knot bovenop mijn hoofd. Met mijn oudste zoon (hij was toen nog klein) slapend op mijn arm. Zijn gesloten ogen al dromend op mijn schouder. Dicht tegen me aan. (Ja, natuurlijk mét de bekende bijbehorende natte zever-plek op mijn jas). En de buggy met een hand klungelig vooruit duwend.

En dat dàn een bejaard vrouwtje achter me (voor de beeldvorming: met pak incontinentiemateriaal schaamteloos pronkend in haar rollatormandje) mij aanstoot.

Om vervolgens met geforceerd lage stem en al ‘spiersend’, in mijn oor te fluisteren:

“Och! Kèk toch daor, wè un schôon oog-haor heej dè menneke! Dè hek werkelijk waor nog nôot gezien. Bent er mar zuinig op mèske”.

Nou, dàn voel ik het hoor; híer hou ik gewoon zo van!

Tilburgers op z’n puurst.

Ik zeg: niks meer aan doen!

Volg Janneke gerust ook op haar facebook-pagina ‘Little Things Enzo‘ (by Jans).


Argus15 januari 2018
blue-monday-1024x683.jpg

3min

Wekenlang verheugen de media zich al op Blue Monday; de gehypete echte jaarwisseling. Na de donkere dagen rond kerstmis vindt de internationale depressie haar apotheose in de dag waarop iedereen volgens de opgeklopte blues rond dit gebeuren het liefst heel diep onder drie dekbedden zou kruipen om deze massale offday een blauwtje te laten lopen. Don’t call us, we won’t call you. Voer voor psychologen. Ook ik liep al dagenlang met Bob Geldoff’s “I Don’t Like Mondays!” in mijn hoofd en was ik helemaal klaar met de klimatologische vergrijzing van de afgelopen winter.

Maar zie: moeder natuur heeft helemaal geen zin in deze freakshow en geeft haar eigen twist aan de start van deze week. Het is de zondag voor B-day en de lucht boven Tilburg kleurt strak blauw. Een heerlijk zonnetje verwarmt onze stedelijke Westpointtrots, die fier haar middelvinger strekt naar al dat serotonine gejammer. En vanavond zal onze plaatselijke kerstboom zich weer hullen in alle kleuren van de regenboog om haar goede voornemens kracht bij te zetten. Ik zeg: that’s the spirit…weg met die dekbedden!

Westpoint strekt haar middelvinger naar de depressiviteit van Blue Monday

Ik trek mijn jack aan en een klein sjaaltje voor de vorm en zoek een zonnig hoekje in mijn van de wind afgeschermde tuin, pak een tuinstoel en koester me een uur lang heerlijk in de warmte van de januarizon. Om mij heen ligt het slachtveld van de winter er stilletjes en verslagen bij, maar als ik mijn ogen dichthoud zit ik al met één voet in het voorjaar. Door mijn wimpers heen zie ik een vliegtuig twee witte slierten trekken in de helblauwe lucht. En zowaar, ik hoor zelfs ergens een vogeltje vrolijk fluiten. Geen idee wat voor soort, maar ik rol de loper voor hem uit.

Ik weet niet wat het KNMI voorspelt voor Blue Monday, maar al is de maandag nog zo blauw, deze zondag achterhaalt hem gauw.


Argus12 januari 2018
Peerke-1.jpg

11min

De afgelopen week wilde ik mijn schijnwerper richten op het imago van de Gewone Brabo en in het bijzonder op de Tilburgse variant. Het valt mij steeds vaker op dat ‘in de provincie’ vanuit de hoofdstad en omgeving zonder blikken of blozen wordt geassocieerd met ‘een beetje dom’ en ‘smachtend naar bekering’. Steeds meer ‘Bekende Provincialen’ (de BPers), zoals bijvoorbeeld Johan Derksen, slaan zich als antwoord zelfs publiekelijk op de al dan niet bejaarde borst en declameren luidkeels dat ‘bij ons in de provincie’ allerlei hete Randstadaardappelen met een flink korreltje zout worden genomen.

Ik ging op pad en stuitte bijna vanuit mijn voordeur op het standbeeld van Peerke Donders aan het Wilhelminapark. Meteen viel het koloniale kwartje en besloot ik daar een column aan te wijden. Niet om die brave Peer het park uit te jagen, maar om de draak te steken met de Randstedelijke verwijten over onze benedenrivierse onnozelheid. Zo gezegd, zo gedaan en in no time was mijn blaadje gevuld en klaar voor plaatsing op deze site.

Toen ik echter het BD open sloeg, bleek dat iemand in mijn woonomgeving precies op hetzelfde moment op nagenoeg hetzelfde idee was gekomen. Ene Herman Fitters vulde een hele pagina met zijn klacht over het standbeeld in onze wijk met ook nog bijna dezelfde foto van dezelfde Peerke. Ik ben niet zo gauw stil, maar toen was ik toch echt even met stomheid geslagen. Wat een onvoorstelbaar toeval, met dat verschil dat mijn collega schrijver toch bijna een echte ‘aanval’ op het beeld van Peerke heeft willen vormen, terwijl ik meer met een kwinkslag de tijdsgeest probeer te duiden en daarmee in dit geval ook het dedain van een kleine minderheid jegens de grote (vermeend) domme massa.

In overleg heb ik besloten om mijn column nu toch ook aan deze hete brij toe te voegen. Met mijn officiële (al eerder geschreven) inleiding er nog boven. Denk aan uw bloeddruk, lees het met mijn inleiding in uw hoofd en vanuit die gedachte.

Peerke Donders door Argus
Peerke Donders door BD

Waarschuwing: als u een stok zoekt om te slaan, als u graag polariseert, als u bij voorkeur vanuit de onderbuik reageert, als u lange tenen hebt, of een kort lontje, of snel aangebrand bent lees deze column dan niet en ga snel verder naar de rest van de site. Als u graag op een lichtvoetig bedoelde manier wil meekijken naar problemen die echte issues zijn in de wereld die zojuist met een hoop geknal en vuurwerk aan 2018 is begonnen, lees dan lekker verder en zorg dat die vinger aan het eind de juiste is.

De kruit(d) dampen zijn weer enigszins opgetrokken. De discussie, die nooit een discussie is geworden. (Maar meer een strooien met meningen, in de een of andere hoek), over ‘he who must not be named’ is weer even verstomd. Toch Iets opmerkelijks; waarin een klein land groot kan zijn. Of andersom, als u wil.

De Pietjes zijn verschoten van kleur, krijgen een veeg uit de p…eh schoorsteen of namen in hun wanhoop alle kleuren van de regenboog aan . In ieder geval: roet in het traditionele Nederlandse decembermenu. Uiteindelijk werden vooral de bewoners van het hoofdstedelijke grachtencircuit beschuldigd van het slaan onder de hen zo bekende gordel. Volgens de meerderheid van de Nederlandse bevolking is er niets aan de hand en zeker niet in ‘de provincie’, waarvan het leuke is dat ze altijd met z’n twaalven zijn …vaak tegen die ene doorgaans  o zo politiek correcte herdersgroep die zich immer een plaatsje weet te bemachtigenin de publieke talkshowstal. Ikzelf ben in onze binnenlandse contreien menig ##### Pietje tegen het geringeloorde lijf gelopen rond de verjaardag van de Schij… eh Goed Heilig Man en de inheemse bevolking had er volgens het Polygoonjournaal (ik citeer) ‘schik in’.

Ondanks deze kleurrijke typeringen moet ik zeggen dat ik er zelf ook nog niet uit ben. Voor mij blijft het een beetje bloemblaadje plukken; Pietje wel, Pietje niet. Wordt vervolgd. Wat mij misschien nog wel meer bezig houdt, is de voortdurende aantijging dat ‘wij in de provincie’ een beetje sufkonten zijn, die niet verder denken dan ons dialect lang is en daarmee de toon blijven zetten van racistische en/of koloniale feestjes onder de vlag van ons Oranje landje. Maar is die selectieve verontwaardiging bij Sint Matthijs en zijn knechten nu op zijn plaats, of krijgen wij provincialen geheel onterecht onder uit de zak? (Ik ben zelf overigens in Den Haag geboren, waardoor ik eigenlijk een soort dubbel paspoort heb en als dat zo uit komt me als een kameleon achter een andere achtergrond kan verschuilen).

Al weken lang liep ik te denken, wat ik u hierover zou gaan schenken.. totdat ik langs het Wilhelminapark fietste en me daar voor de duizendste keer  het beeld passeerde van een blanke man, die gewapend met een kruis (als ware het een excorcistische uitdrijving) een voor hem knielende man de hand op het donkere kroeshaar legt en minzaam/liefdevol/troostend* op hem neerkijkt. De tekstballon die er voor mij steeds boven hangt zal ik u besparen, maar op de wat smoezelige sokkel staat (alleen?) voor mijn ogen geschreven “Aanschouw dit beeld van ons imperialistisch verleden…en huiver”.

En verdomd: ze hebben gelijk! Ik was al niet zo’n fan van de aloude missionarishouding, maar deze  mag er ook wezen. En wij brabo’s sukkelen daar al bijna honderd jaar langs zonder een vraagteken, laat staan een woord van protest, over deze merkwaardige herinnering aan wat nu als een zw.. eh duister verleden wordt ervaren. Zelfs de plaatselijk brabo##### , en die heeft toch een behoorlijk verbaal bereik, heeft volgens mij nog nooit gedacht van “Zal ik dat concept eens even lekker bashen!?”.

Het is toch niet zo’n heel klein standbeeldje, dus daar zal het niet aan liggen. Volgens mij is het ons (soms jullie) provinciale onbenul dat hier de doorslag geeft. Wij gaan letterlijk en figuurlijk in onze (soms jullie) Tilburgse onwetendheid gewoon voorbij aan dit beeld, in haar aanwezigheid, in haar historische achtergrond en in haar uitstraling in een globaliserend Tilburg.

Als kind van de flower powertijd zie ik weer een bloempje opdoemen…Peerke wel, Peerke niet. Deze wereld is zo complex geworden dat we grote gedeeltes van ons (gezamenlijk) verleden maar proberen te  (excusez le mot) verdonkeremanen. We weten er geen raad meer mee. Veel  parate kennis zit achter een schermpje…er zijn inmiddels jongeren die denken dat de voornaam van Hitler werkelijk Heil was. Ongehinderd door enige kennis of begrip van het verleden slaan we elkaar de morele hersens in.

In bejaardenhuizen en christelijke bolwerken zitten nog wat mensen die weten wat voor goed humanitair werk Peerke Donders heeft verricht met het stichten van zijn Leprakolonie in Suriname. Dat dit gebeurde onder de vlag van het Katholieke Kruis was toen een reden voor trots en eer; in de wereld anno 2018 wordt daar met Argusogen (jawel) naar gekeken.

Nogmaals; dit is absoluut geen oproep tot een nieuwe beeldenstorm  en niet alleen Nederland struikelt over haar eigen wortels. Zo zag ik  laatst een aflevering van ‘Danny demonstreert’ waarin een donkere activiste eigenhandig het standbeeld van een zuidelijke confederale soldaat  in de zuidelijke staat Durham van haar sokkel  trok vanwege de schandalige herinnering aan de Amerikaanse burgeroorlog, de strijd tegen de slavernij en de verheerlijking van de rol van de zuidelijke troepen. Zij zit nog in afwachting van haar proces. Het is eerder een oproep met een knipoog om na te denken over deze problematiek. Het is ook een mislukte poging om antwoord te geven op die vraag van een andere beminde en verguisde Nederlander: “Ben ik nou zo slim, of ben jij nou zo dom?’ (maar dan in het meervoud).

In plaats van met de vinger naar elkaar te wijzen, mag degene die het antwoord weet zijn (goede) vinger opsteken en het zeggen. Maar alleen als hij Dondersgoed weet waar hij (of zij) aan begint. Op staffe van een muilpeer(ke).

Zo, nu heb ik ze allemaal wel gemaakt.

 


Argus20 december 2017
download-1-1.jpg

4min

Ik viel laatst toch weer even keihard van mijn spreekwoordelijke stoel toen ik las van het voorstel van Groenlinks om de 2 rijbanen van de Cityring op een aantal punten te versmallen vanwege het Max Verstappen rijgedrag van een aantal verkeershufters ter plaatse. De wereld draait door in de meest figuurlijke zin; de rollen worden omgedraaid. Een aantal opgefokte ventjes (op de een of andere manier zie ik toch niet zo gauw de Maxime Verstappens daar rondracen) speelt daar met hun eigen leven (top!), maar ook met dat van ons en onze kinderen (minder!) en in plaats van dat geteisem keihard aan te pakken, wordt heel Tilburg en alles wat er op bezoek komt gestraft en de doorgang bijna letterlijk versperd.

Die op zich mooie Cityring (het is nog steeds wennen aan die ‘one direction’) zorgt voor een prima doorstroming en ontsluiting van de stad, maar wordt met deze ‘proef’ op een aantal plaatsen gehalveerd en verminkt. Het is net als met die voetbalhooligans die alleen naar het stadion komen om te rotzooien, te zuipen, te vechten en te vernielen. Het zijn er maar heel weinig, maar ze gijzelen al die tienduizenden die komen om van het voetbal te genieten (of er om te janken). Door dat handjevol tuig mag niemand meer iets meenemen een stadion in, wordt iedereen gefouilleerd, durven ouders hun kinderen niet meer mee te nemen en …nou ja, vul zelf maar aan.

Zo wordt de overgrote meerderheid van de verkeersdeelnemers ook gegijzeld door die paar idioten. Daar is vaak drank bij in het spel, maar veel verkeershufters slikken en spuiten zich blijkbaar naar een wereld waarin alleen zijzelf de dienst uitmaken (#onlyme). Vaak staan ze blijkbaar stijf van de speed, xtc en andere rotzooi (daar helpt geen blaastest aan). Bij het minsterie van dienst vinden ze dat er niet genoeg aanleiding is voor het plaatsen van flitspalen, ondanks de dodelijke slachtoffers van dit verkeersgeweld. Ik zou die verantwoordelijken even laten aanschuiven bij de begrafenis van de al gevallen slachtoffers. Misschien helpt dat.

Ik ben zelf ooit op een paar kilometer te hard betrapt langs de oude weg naar Loon op Zand door een agent achter een boom (!) met een lasergun. Die moderne struikrover had wel gelijk over die paar kilometer, maar dat staat werkelijk in geen verhouding tot waar we hier over hebben. Zet een aantal agenten een paar weken op de terrasjes langs de ring richting Tilburgse Schouwburg, met een lekker kopje koffie en een lasergun, desnoods onder het motto “Hard rijden, laser op!” en je moet eens kijken hoe gauw het klaar is.

Het idee voor een ringversmalling is toch op zijn minst het gevolg van een evenredige bewustzijnsvernauwing; de gewone automobilist is het kind van de rekening en die ééncellige eikels scheuren alsnog gierend van het lachen door de stad. Meneer Mario van Groenlinks, geef geen groen licht aan dit gedrag en kom met voorstellen waarbij de (stads)vervuiler betaalt en niet die grote goedwillende meerderheid. De vervuiler betaalt, zeker in de schôônste stad van het land.


Redactie WijZijnTilburg23 november 2017
french-fries-2162877_1920-1024x576.jpg

8min

Frites, friet, patat, patatjes, goudgele rakkers uit de frituur. Ik kan geen andere plek opnoemen waar je zo dicht bij elkaar, zoveel verschillende soorten fantastische friet kunt eten. Dat kan natuurlijk komen doordat ik hier in mijn eigen kleine fastfoodbubbel leef, maar wanneer we die gedachten even links laten liggen, betoog ik jullie graag waarom we hier in Tilburg in een frietwalhalla leven. Volledig op willekeurige volgorde.

Bram’s Captains Beef Stoof
Als je een half jaar geleden “frietje stoofvlees” tegen mij zou zeggen, zou ik direct denken aan een smoezelige familiesnackbar uit de jaren ’90 waar een lompe dorpskerel van midden 50 een frietje bruine drab naar binnen aan het werken is op vrijdagmiddag. Sinds ik de Captains Beef Stoof ken is mijn beeld over stoofvlees 360 graden omgedraaid en durf ik hardop te zeggen dat stoofvlees anno 2017 geweldig is. Deze portie, goed voor een compleet avondmaal, bevat een stoof van rundvlees, kidneybonen, piccalilly, bosuitjes, geraspte kaas én optioneel, maar zeker aan te raden, spekjes.

De friet word voor je neus schoongemaakt, fijngesneden en direct van aardappel tot patat verwerkt. Boerenfriet, met schil, geen kruiden, hartstikke puur. Het rundvlees is mals en samen met de jus en piccalilly een prachtige combinatie. De spekjes geven net dat extra zoutje. Het idee dat er kidneybonen in zouden zitten, viel me in eerste instantie beetje tegen. Ze bleken echter niet te hard of te zacht en een zeer weloverwogen, goede aanvulling op het gerecht.

Taco Bell’s Cheesy Fries
Nieuwkomer Taco Bell verrast op een positieve manier wanneer ik roodgekleurde frietjes op de menukaart zie staan. Maar gaan deze gekruide frietjes mijn jeugdherinneringen aan Kernwasser Wunderland (een pretpark in Duitsland waar je als kind de hele dag gratis onbeperkt friet met rode kruiden kon eten) overtreffen? Een combinatie met sour cream en warme kaassaus maken me alleen nog maar meer nieuwsgierig. En terecht.

Een redelijke portie met prachtige gekruide friet. Van de buitenkant een krokant korstje en van binnen een beetje puree-achtig goedje, een soort dikkere versie van de welbekende McDonalds frites. Toen ik een friet zowel in de zure room als in de kaassaus had gedipt, was ik verkocht. Één minpuntje: geen vorkje en geen servetten bij mijn bestelling. Taco Bell, vertel me, hoe eet ik dit smeuïge gerecht zonder dat ik er daarna zelf ook uit zie als een portie cheesy fries?


Truffle Parmesan Cheese Fries van Thrill Grill
We hebben ze even moeten missen, maar nu het restaurant weer hersteld is van een brand, kunnen we ze weer bestellen: Truffle Parmesan Cheese Fries van TV-chef Robert Kranenborg. En dat blijft voor mij, keer op keer weer, het beste gerecht van de kaart. Een grote portie (waarschijnlijk voor 2 personen?) friet met schilletje aan de uiteinden, besprenkeld met truffelolie en versierd met geraspte Parmezaanse kaas, welke langzaam aan het wegsmelten is. Persoonlijk vind ik truffel al snel te overheersend in een gerecht, maar bij deze frietjes durf ik de balans perfect te noemen.


Zoete aardappel friet van Dwars Hotdogbar
Ergens tussen de Korvel en de Trouwlaan ligt de Korte Dwarsstraat, met sinds kort ook Hotdogbar Dwars op de hoek gevestigd. De hotdogs, met hun hilarische namen als Scheve Sjoerd, zijn om bij weg te kwijnen, maar natuurlijk te verwaarlozen in dit artikel. Hier gaat het namelijk om friet en dan komen we uit bij de zoete aardappel frietjes van de hotdogbar. Zoet en hartig tegelijkertijd, een hele nieuwe frietervaring. Mij is aangeraden om ze met guacamole te eten, maar aangezien ik zelf geen avocado liefhebber ben probeer ik ze met mayonaise. En wat blijkt: zonder saus, gewoon puur, zijn ze het allerlekkerst. Wel één probleem, je raakt direct verslaafd!

Puntzak met mayo van De Frietboetiek Tilburg
De Frietboetiek in de Heuvelstraat is een waar begrip onder de Tilburgers. De ambacht en authenticiteit spat van de zaak af. Ik heb zelfs ooit gelezen dat iedere dag alle friet vers wordt gesneden en gewassen in een grote badkuip achter in de zaak “omdat dat vroeger ook al zo ging”. Ik kan hier dan ook redelijk kort over zijn. Gewoon verrèkes lekkere friet. In een puntzak. Klassieker. Niets meer aan doen.


Conclusie: of je nu een traditionele frietliefhebber bent of een heuse exotische patatavonturier, Tilburg heeft het allemaal én van aanzienlijk hoge kwaliteit. Naast deze zaken zijn er natuurlijk nog talloze andere friettenten om je vingers bij af te likken. En daarom, beste mede-Tilbo, mogen we onze stad een echt frietwalhalla noemen. Snack ze!

Liefs,

Een anonieme frietverslaafde


Culisjors22 augustus 2017
20424183_744250585699848_4418757506573648323_o-1024x914.jpg

4min

Het zal de volleerde smikkelaar niet zijn ontgaan dat onlangs in de Nieuwlandstraat Pig & Rye is geopend. Bakker en ongekroonde hamburgerkoning van Tilburg, Luc Martin, achtte de tijd rijp om zijn calorierijke creaties aan gans Tilburg te presenteren. Meer geluk kan een stad niet hebben. Wie de man volgt op Instagram heeft gegarandeerd dagelijks het water door de mond lopen. Schitterende hamburgers, pompeuze hot dogs of een combinatie van beide, enorme tosti’s waar de kaas het druipen een nieuwe dimensie geeft. Het zijn stuk voor stuk uitnodigingen om meteen op de fiets te springen richting Nieuwlandstraat.

De lunchkaart schijnt er zo variabel te zijn als het aantal talkshows waarin Peter R. de Vries aanschuift, echter het broodje met Pork Belly Pastrami lijkt de eerste weken een zekerheidje in de basis te zijn.

Alleen al qua uiterlijk is dat een logische keuze. Het ziet er ronduit magnifiek uit. Een bruin glimmend broodje waar het rozige vlees uitpiept. Minimaal gegarneerd met slechts twee stukken augurk. Het lijkt een statement naar al die onzinnige garnituur waar ieder lunchgerecht tegenwoordig mee wordt vergezeld. Als een opgestoken middelvinger naar overbodige droge rauwkost liggen ze daar op het bord te glimmen. Dit broodje staat meteen al met 1-0 voor. Niet dat het die makkelijk verdiende voorsprong nodig heeft, want jongensjongens wat weet deze rakker de smaakpapillen te overrompelen zeg.

Pastrami pig&rye culisjors

Het begint al met de overdonderende hoeveelheid vlees. Je ziet het er niet meteen aan af maar dit broodje is tot aan de nok toe gevuld met pastrami. Heerlijke zijdezachte pastrami. Bij iedere hap vullen kluwen rokerig vlees de mond, het masseert iedere smaakpapil om vervolgens te versmelten tot één brok genot. De prettig subtiele mosterd geeft het vlees nog wat meer jeu dan het van zichzelf al heeft. Het zachte broodje is de enige partij die de kaken nog enigszins aan het werk zet. Het geeft met licht zoete tonen prima weerstand tegen al die rokerige overdaad. En dat is waar de augurk om de hoek komt kijken. Die heeft met overbodige garnituur niets van doen, mensen. Gewoon tussen de happen door een stukje van meepikken. Het frisse zuurtje geeft net dat beetje tegenpartij dat dit broodje nodig heeft. Even een klein klapje om de mond te resetten na al dat smaakgeweld. Het maakt dat je klaar bent voor de volgende hap, de volgende overval van puur culinair plezier. Plezier waar je de hele dag op kunt teren. Nog lang na de eerste hap sidderen de papillen nog na, het werd ze bijna teveel.

Met de komst van Pig & Rye is Tilburg een bourgondische trekpleister rijker. Dat moge duidelijk zijn. Het is zo’n zaak waar je zonder enig risico gerust de oogjes dicht kunt doen, om vervolgens de wijsvinger en het lot te laten bepalen wat de lunch vandaag zal zijn. Op zeker!

Kun je niet wachten tot de volgende recensie van Culisjors voor Wij Zijn Tilburg? Ga dan naar www.culisjors.nl!


Culisjors27 juni 2017
Kroket-Spaarbank-1024x768.jpg

3min

Voor de liefhebber van een goede ambachtelijke kroket is Stadscafé De Spaarbank een perfect adres. Ze serveren er al jaren een uitstekende huisgemaakte garnalenkroket en geregeld prijkt er een andersoortige krokante heerlijkheid op het menu. Want je kunt er alle kanten mee op hoor, met de kroket. Geen snack waar je in zoveel variaties mee kunt experimenteren. En dat doen ze bij De Spaarbank nu eenmaal graag en met verve. Een plek kortom, waar de liefde voor de kroket hoog in het vaandel staat.

Tegenwoordig staat er naast de garnalen- ook een oesterzwamkroket op de kaart. Vega staat er in koele blauwe letters achter vermeld. Dat is voor een snackliefhebber altijd even slikken natuurlijk. Want niets zo mooi als je vertwijfeld afvragen wat die kleine brokjes vlees in een kroket nou precies zijn en belangrijker, waar ze vandaan komen? Het geeft het snacken precies dat stukje spanning dat je eigenlijk nergens anders zo intens beleeft.

Afijn, vegetarisch dus. De onderbuik blijft weliswaar lichtjes protesteren maar, laten we wel wezen, de snackliefhebber laat zich ook nergens door afschrikken. Met een kaassoufflé op zijn tijd is ook niks mis, nietwaar? Voor de zekerheid een groot glas bier ernaast bestellen, dan zit je wat betreft credibility heus wel aan de goede kant van de streep. Op zeker.

Bon, bestelling geplaatst en binnen een mum van tijd komt er een serveerster met het krokante goud aangezwierd. Het zijn twee fijne rakkers, die fraai op het bord liggen te pronken, geduldig wachtend tot ze hun majestueuze kraakje mogen laten horen. Eén van de hoogtepunten bij het eten van kroketten is het beoordelen van de ragout na de eerste incisie. Over het ruggetje openhalen, uitbouwen en met het puntje van het mes lichtjes pulken. Een ritueel dat iedere zichzelf serieus nemende kroketteneter zal herkennen. Mooi glimmende stukjes zwam piepen uit de korrelige ragout, die een bijna risotto-achtige allure heeft. Tijd voor de eerste happen. Een krachtig palet van volle smaken tikt vol plezier tegen de smaakpapillen. De zachte stukjes oesterzwam zalven de mond en weten het geheel ook nog eens een subtiel stukje bite mee te geven. Razend knap gedaan. We dippen voorzichtig in de meegeleverde ietwat ingewikkelde chutney en verdomd, de kroket blijkt ook nog eens opgewassen tegen deze zoete invasie. Hoe is het mogelijk, vragen we ons af terwijl we een traantje van geluk wegpinken. Chapeau Spaarbank, chapeau! Dat er nog maar vele kroketten, met of zonder vlees, op het menu mogen prijken. Culisjors tikt ze in ieder geval met veel plezier achter de huig.

Kun je niet wachten tot de volgende recensie van Culisjors voor Wij Zijn Tilburg? Ga dan naar www.culisjors.nl!


Tokio-vs-Tilburg-1024x678.jpg

7min

Onlangs ben ik op vakantie geweest naar Japan. Het was niet alleen een pleziertochtje, want het hoofddoel voor mij was natuurlijk om te bewijzen dat Tilburg een stuk leuker is dan Tokio. Nu hoor ik je denken: ‘hoe kan je een van de gezelligste en leukste metropolen van de wereld nu vergelijken met Tokio?’ Het is inderdaad een flinke klus, maar ik heb mijn ogen en oren daar flink de kost gegeven en ik ben er vrij zeker van dat ik een betrouwbaar lijstje heb samengesteld van de vlakken waarin Tilburg nu eenmaal enorm excelleert in vergelijking met Tokio

1. Lang zijn

Het is geen geheim dat wij Nederlanders gemiddeld de langste mensen ter wereld zijn. Dat is fijn voor hoge kastjes, concerten en Tinder, maar in Tokio hebben ze absoluut geen kaas gegeten van de kunst van het lang zijn. Het is hartstikke handig om een flink postuur te hebben, maar in Tokio voelde ik me met mijn 2,05 meter soms alsof ik in Madurodam rondbanjerde. De meeste restaurantjes hebben deuren van 1,80 hoog en degene die ooit bedacht heeft om zittend op de grond te dineren, kan zijn schoenen waarschijnlijk op de kinderafdeling kopen. Het is trouwens ook wel makkelijk om te zeggen dat er gebouwen staan in Tokio met 86 verdiepingen, wanneer je verdiepingen ongeveer 1,60m zijn… Een tip voor de gemiddelde Nederlander die naar Japan op vakantie gaat: volg een maandje of twee voor je vertrek wat yogalessen. Scheelt een paar hernia’s.

2. Het openbaar vervoer

Onze geliefde NS is op het eerste gezicht een gedrocht van een systeem; wanneer het te koud is, is er vertraging. Wanneer het te warm is, is er vertraging. Wanneer er wat blaadjes op het spoor liggen, vertraging. Soms is er even geen conducteur of machinist, want ja, die hebben af en toe ook gewoon zin in een lauw ham-kaas croissantje van de Kiosk, dus dan maar wat vertraging. In Tokio daarentegen is de gemiddelde vertraging van een van de JR-lijnen 36 seconden per jaar. Hoe ze het doen, heeft waarschijnlijk iets te maken met eeuwenoude donkere magie, want het is op geen enkele andere manier te verklaren. Maar de hamvraag is: ‘is het wel gezellig in de trein?’ Het antwoord is ‘neen.’ Het is voornamelijk druk in de trein en metro en 85% van de reizigers hebben hun telefoon in de hand en de andere 15%, de 15% die wél kunnen zitten, slapen. Geen gezellige gesprekken over hoeveel shotjes Schrobbelèr een groepje studenten op had de avond ervoor. Geen kwats over hoe tof het textielmuseum was en al helemaal geen tirades over voetbal. Tokio, je treinen mogen dan wel altijd op tijd zijn, maar gezellig is het niet.

3. Genegenheid tonen

De mensen die mij kennen, weten dat ik verzot ben op de liefde. Een van de dingen die ieder liefdevol mens graag doet, is het laten zien dat je van een ander houdt, of hem of haar op zijn minst ‘wel ok’ vindt. Hier in Tilburg kan ik makkelijk arm in arm lopen met een prachtige dame door het centrum, en wanneer ik zin heb om haar een kus te geven, dan doe ik dat. Wanneer je in Tokio met je vriendin over straat loopt en zin hebt om haar een kus te geven, dan wacht je verdomme maar totdat je thuis bent! In de 2,5 week dat ik daar was, heb ik nul mensen elkaar zien zoenen in het openbaar. Alleen een enkele keer ’s nachts om vier uur op straat terwijl iedereen ladderzat was. Dan blijkt toch maar weer dat de mix van alcohol en passie universeel is.

4. Eten

Je mag dan wel een metropool zijn met meer inwoners dan Nederland, maar nergens in die duizenden eettentjes van je verkoop je een catamaran met satésaus en mayonaise. Allemaal leuk hoor, je heerlijke sushi en je ramen en je tempura, maar een beetje mens heeft soms gewoon een frikadel nodig in zijn leven.

5. Fietspaden

Het voelt soms alsof er in Tilburg meer fietsen zijn dan Tilburgers. Af en toe zie ik zelfs mensen fietsen die een andere, lege fiets vasthouden puur en alleen om hun dominantie aan te tonen over hun stalen rossen. In Tokio fietst men beduidend minder en ik denk dat de voornaamste reden hiervan het gebrek aan fietspaden is. Als je je elke dag een weg moet banen door honderdduizend forensen op het voetpad, dan zou ik ook liever in een ongezellige metro manga staan lezen op mijn telefoon. Mocht je jezelf zo onoverwinnelijk voelen dat je het aandurft om je tussen het ‘normale’ verkeer te begeven, dan neem ik mijn pet voor je af, om er vervolgens mee rond te gaan om geld in te zamelen voor je begrafenis. Japanners zijn doorgaans een gestructureerd volk, maar in Tokio lijkt het wel alsof alle verkeerslichten tegelijkertijd op groen springen en dan is het een kwestie van wie wie voorrang gunt en fietsers winnen deze wedstrijd der (mis)gunners zelden.

Begrijp me niet verkeerd hoor Tokio, je bent echt cool, maar je mist toch een beetje de gezelligheid van Tilburg. Je mag dan wel honderd keer meer inwoners hebben, maar dat betekent in feite ook dat je honderd keer minder kans hebt om je beste vrienden tegen het lijf te lopen om vervolgens samen een catamaran te eten bij Cafetaria-Lunchroom Den Engel.

Door: Roy van Dijk