IMG_6357-1024x768.jpg

8min

Voor een studieproject is een groep Tilburgse FHK studenten naar het Zuid-Afrikaans dorp Darling gegaan voor kunst, community en talentontwikkeling. Wij Zijn Tilburg vroeg hun om het project te uit te lichten en een aantal van hun ervaringen te delen.

Wat is The Darling Collection?
Darling, 14 maart 2018 – Voor aankomst zijn er door een lokaal team 35 persoonlijke objecten met bijbehorende verhalen verzameld bij 35 verschillende inwoners van het dorp. De verhalen komen uit beide gedeeltes van het dorp dat gescheiden wordt door een spoorlijn, een situatie die door de apartheidsperiode is ontstaan. Bij aankomst worden de verhalen verdeeld over de 7 Nederlandse studenten die aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten een opleiding volgen. Het is aan de studenten om samen met hun 5 ‘objectowners’ uit Darling het aangedragen object te gebruiken als inspiratiebron voor hun werk. De groep studenten bestaat uit: Lennart Creutzburg [beeldeducatie], Lizzy Bastiaansen [danseducatie], Jaro Heijster [muziekproductie], Daphne Horsten [jazz-zangeres conservatorium], Leonie Kuhlmann [theatereducatie], Maaike de Haard [vormgeving artcode], Juliette Zoeten [danseducatie].

Aan het einde van dit 6 weken durende project worden de werken vertoond/opgevoerd tijdens het festival weekend (20, 21 en 22 april). Hier wordt door middel van kunst het verhaal verteld dat de inwoners anders nooit hadden gehoord of gezien. Het project, dat begeleid wordt door Jan Grolleman, keert voor de derde keer terug. Er worden mogelijkheden onderzocht of en hoe het project volgens het concept van The Darling Collection in Nederland kan worden uitgevoerd.

Dit jaar staat in het teken van een transitie naar een vorm waarbij lokaal talent de hoofdrol gaat vervullen. Dit nieuwe project genaamd dARTling is opgezet onder leiding van Jan Grolleman en Laura Jonkers. Jonkers deed als student mee tijdens de eerste editie (2016) van The Darling Collection. Ze keerde het jaar daarop (2017) terug om het dARTling-project te ontwikkelen. De inmiddels afgestudeerde Jonkers arriveerde, samen met muziekeducatie studente Laura Lijbers, op 12 februari jongstleden in Darling. Zij werken in totaal 10 weken aan het dARTling-programma waarin ze lokaal creatief talent begeleiden en een educatief traject opzetten. Het doel is hen te leren hoe zij de lokale jeugd van Darling kunnen inspireren met lessen/workshops in de kunstsector.

Ervaringen in Darling
Als een groep kinderen afstormt op de bekertjes cola die ik inschenk, schieten deze gedachtes achtereenvolgens door mijn hoofd. Beschaamd door mijn Europese mindset (welk kind stormt er immers niet af op cola en chips) kijk ik rond. De kinderen hebben net de voorstelling van het parallelle FHK-project ‘dARTling’ gezien, gemaakt door ‘Laura & Laura’. dARTling is bedoeld om lokaal talent te stimuleren en hen te coachen anderen les te geven en wij gaan daar vanuit ons project (‘Darling Collection’) aan bijdragen. Ik was ontroerd door hoe mooi en vol overgave er gedanst, gezongen en geacteerd werd. Na afloop kwamen veel kinderen op de aanmeldformulieren af, voor de workshops die we ze gaan geven: “I want to learn everything about acting!”

Optreden lokale talenten

Mijn eerste dagen hier in Darling zijn indrukwekkend geweest. Ik zag vele ondeugende blikken van kinderen die op straat rondhangen in de arme wijk Asla (de township). De straten zijn er bevuild met glas en afval en de kinderen lopen er op blote voeten. Er is geen middelbare school, dus veel kinderen belanden na de basisschool op straat. Toch was de sfeer er gezellig: er werd gespeeld en veel gelachen.
Het contrast kan haast niet groter met de ruime huizen in het ‘blanke gedeelte’, sommigen omringd door beveiligde hekken waarachter grote waakhonden blaffen. In dat gedeelte verblijf ik, in een gezellig Frans aandoend huisje weliswaar, samen met Juliet, Maaike en Sidney.

De armere mensen leven veel op straat, omdat hun huizen klein zijn. Maar ze zijn het gewend: “Met wie woon je hier?” “Ooh alleen met mijn ouders, mijn drie kinderen, mijn oom en mijn oma”. Haar huis past vier keer in het mijne in Amsterdam, waar we met z’n tweeën wonen.

Ook wij zitten in een voor Nederlandse begrippen kleine ruimte met veel mensen op elkaar. Overdag is het warm en vanwege de uitzonderlijke droogte zijn er strenge richtlijnen voor het watergebruik. Ik voel me heerlijk onhandig: gehannes met desinfecterende handgel om niet steeds je handen te hoeven wassen, proberen je haren te wassen met maximaal 90 seconden watergebruik en pas de WC doorspoelen als het écht nodig is. Het typische Westerse cliché heeft zich meester van me gemaakt: ik ben me continu bewust van hoe goed we het in Nederland hebben en van hoe ik me probeer te verhouden tot de cultuur hier. Ik doe mijn best.

Zo had ik gisteren een interview met Lee, een van mijn object owners, die gewoon niet kwam. Ons project draait om de ‘object owners’: dit zijn lokale inwoners die een voorwerp indienen wat belangrijk is voor zijn of haar leven. Dat kan van alles zijn: een erfstuk, een mooie hoed of een vogelkooi. Aan ons de taak om een artistiek product (dans, muziekstuk, voorstelling, video, etc), over dat object of het bijbehorende verhaal te maken. Maar Lee kwam dus niet. “Misschien is hij verlegen of is hij het vergeten”.
Me te bewust van mijn melkflesbenen, hippe rugtas en goedkope Hemasokken boven mijn sneakers (natuurlijk de zomersokken vergeten), loop ik samen met een lokale medewerker (Bob Marley-muts en rastahaar) een half uur naar Lee’s huis, helemaal in het achterste gedeelte van Asla. Het huis had een deken in plaats van een raam, er liep een kat rond met een open wond en overal blaften honden. De vader, rastakapsel tot aan zijn middel, ontstoken oog en een brede lach zonder tanden, gaf me een boks. “hij is bij zijn oma”. Ook daar bleek hij niet. We liepen weer terug, ‘morgen proberen we het opnieuw’. En dat werd weer komende maandag. Het leven komt zoals het komt.

Uitreiking van verhalen

Ondertussen bedacht ik melodieën, schreef ik teksten en sparde ik met mijn medestudenten over de mogelijkheden tot interdisciplinariteit.

Impressie maakproces

Dit weekend gaan we naar het strand. Ik zal aan jullie denken, wanneer ik mijn goedkope HEMA-wintersokken uittrek om de zee in te stappen.

Volg de projecten via:
Facebook
Website
Instagram @FHKTilburg (story-feed)


Douwe8 november 2017
Perscafé-2-1024x661.jpg

6min

“Blijf vooral nieuwsgierig”, benadrukt Dione de Graaff aan het einde van het interview. De zevende editie van het Perscafé in Bank15 wordt met een serieuze noot afgesloten. Opnieuw laten FHJ-studenten de slotboodschap goed tot zich doordringen. De presentatrice van het Sportjournaal, is voor velen in de zaal een voorbeeld van een succesvolle vrouw in het typische mannenwereldje. De Graaff is zichzelf daar misschien nog wel het meest bewust van. “Het is geen vanzelfsprekendheid dat vrouwelijke presentatrices het zolang volhouden in de sportjournalistiek. De laatste jaren ben ik ook ‘meer Dione’ geworden tijdens uitzendingen.”

Het Perscafé op donderdag 2 november toont veel gelijkenissen met de vorige editie. Wederom een vrouwelijke NOS-journaliste, alumnus van de Fontys Hogeschool Journalistiek die het heeft over de moeilijke positie van ‘haar geslacht’ op de arbeidsmarkt. Astrid Kersseboom is een soort kopie/blauwdruk van De Graaff. Maar het grootste verschil zit hem in het hoofdonderwerp: sport. Op de presentatiesheets zien we naast een foto van Dione een basket-, tennis- en voetbal. Haar televisiecarrière begon nog bij Omroep Amersfoort. Een verplicht nummertje eigenlijk. Het echte werk begon in 1995 bij de crème de la crème voor iedere sportverslaggever (in spé): NOS Studio Sport.

Op die plek terechtkomen gebeurt natuurlijk niet zomaar. Voor de Bussumse schone begon het op de Academie voor Journalistiek en Voorlichting. “Het klinkt heel gek: maar ik heb vier jaar lang echt een geweldige tijd gehad, doorgaans in de kroeg”, vertelt ze enthousiast. “Je zou denken: er moeten toch ook vervelende dingen zijn gebeurd, maar dat kan ik mij echt niet herinneren.” Gevraagd naar één van haar eerste opdrachten: ze weet zich nog goed te herinneren te moeten schrijven over de oorlog in Joegoslavië. Dione bestempelt haar betoog als ‘een soort van schattig’. Een paar maanden geleden wist zij het artikel op te rakelen, en moest lachen om haar oplossingsgerichtheid. “Dat is natuurlijk ondenkbaar in zo’n conflictsituatie.”
Perscafé Dione de Graaff

Dit voorbeeld brengt het onderwerp naar: het harde nieuws. Want daar zou De Graaff in haar loopbaan wel meer mee willen gaan doen. “Vroeger was het nog echt zo dat sportjournalisten helemaal geen andere interesses hadden”, begint ze. “Dat is wel veranderd de laatste jaren. Ikzelf denk ook: zou ik op het einde niet iets anders willen doen? Andere aspecten van dit vak hebben mijn buitengewone interesse en zou ik graag willen beoefenen.” Maar voorlopig zit ze nog goed bij de sport (met de meeste aandacht voor het schaatsen, red.) en omroep NOS. Daar waar zij gepokt en gemazeld is geworden als verslaggeefster en presentatrice. “Bij de NOS is het wel echt de bedoeling dat wij de overbrengers zijn. Mensen zappen echt niet naar NPO 1 voor een avondje Egbers, Stekelenburg of De Graaff. Daar zijn wij ons ook wel bewust van. Maar de laatste jaren ben ik tijdens de uitzendingen wel ‘meer Dione geworden’. Als ik een klik heb met een gast laat ik dat wat meer merken.”

Dat De Graaff het nu al zolang volhoudt in de televisiewereld, kan eigenlijk geen toeval zijn. Haar vader Jan deed veel radio- en televisiewerk voor de VARA en gaf later les aan de journalistenopleiding in Tilburg. In maart 2014 overleed hij aan de gevolgen van longkanker. “Dat doet tot op de dag van vandaag nog steeds pijn”, bekent De Graaff. “Maar zijn geestdrift doet mij juist nog meer beseffen hoe mooi dit vak is. Of ikzelf ook les zou willen geven?” Een aantal FHJ-docenten springen op in afwachting op haar antwoord. “Het is zeker het overwegen waard. Ik denk dat ik het, net zoals mijn vader, heel leuk zou vinden om jonge mensen echt iets bij te leren. Maar voorlopig…”, glimlacht zij op de typische ‘Dionne-manier’.
Perscafé Dione de Graaff


Douwe13 oktober 2017
image1-1-1024x768.jpg

5min

Beiden studeerden ze aan de Tilburg University. Stijn van Kruijsdijk en Kim Ardon willen het soms ontoegankelijke karakter van de wetenschap wegpoetsen met hun gezamenlijke initiatief: Tilburg University on Tour. TiuOT is nu op steeds meer plekken aanwezig in de stad. “We willen laten zien dat wetenschap zich niet alleen maar afspeelt binnen professorenkamertjes.”

“De wetenschap raakt iedereen”, zegt Van Kruijsdijk stellend. “Met ons initiatief willen we een verbinding door de stad maken. We merken in ieder geval dat er veel animo is: de minicolleges vinden op de meest uiteenlopende plekken plaats.” Een geslaagd voorbeeld vinden Van Kruijsdijk en Ardon het Festival Mundial. Dat liet zien dat er een ‘breed enthousiasme is onder wetenschappers’. Want ook dat vinden zij belangrijk: dat de professoren zelf hun expertise delen en de status van het festival erkennen. TiuOT wil hen een valorisatieplatform bieden. Wetenschappers hebben met Tilburg University On Tour een middel in handen wat hen in de gelegenheid stelt om kennis en wetenschap te delen met een groot publiek.

“Op diverse locaties buiten de campus is Tilburg University actief en laat het daarmee op een ludieke, laagdrempelige manier zien wat Tilburgse wetenschap te bieden heeft”, vertelt Van Kruijsdijk. “Op die manier staan we letterlijk midden in de maatschappij; dat is Understanding Society. Naast een podium voor wetenschappers gaan we On Tourverbindingen aan met bijvoorbeeld de gemeente Tilburg en diverse festivals in de regio en vergroot het naamsbekendheid onder potentiële studiekiezers en stakeholders.”

“Ilja van Beest heeft vorig jaar ook zijn medewerking verleend”, vertelt Van Kruijsdijk als voorbeeld. “Hij is hoogleraar sociale psychologie: hij had een experiment op zaterdag, met aansluitend een college waarin hij zijn bevindingen presenteerde. De opzet daarvan was dat je bij hem kon gaan zitten, een dobbelsteen onder een beker gooide en niet aan hem te vertellen welk cijfer je had gegooid. Aan de hand van dat cijfer kreeg je lootjes voor het evenement: hoe meer lootjes, hoe meer kans op prijs.” Wat bleek: een groot deel van het publiek had significant gelogen bij het vertellen van het nummer. Van Beest kon deze gegevens gebruiken voor eigen onderzoek.

Op 17 november heeft TiuOT ook een aandeel in het 90 jaar feest. Dan zal een speciale Tilburg University Trein met een cortège en enkele honderden scholieren en kinderen naar de Spoorzone rijden. Ter plaatse worden voor hen colleges op locatie verzorgd.

Ardon en Van Kruijsdijk hebben ook de blik op de toekomst gericht: wat kan er nog anders en toegevoegd worden aan het bestaande concept? “Eigenlijk zitten we nog steeds in een opstartfase”, zegt Ardon. “Dus we moeten het nog verder door ontwikkelen. We weten nu ook welke events beter en minder werken. Daarnaast proberen we meer wetenschappers aan ons te binden: bij de één gaat dat makkelijker dan de ander.” Van Kruijsdijk zegt dat het ‘in feite nog alle kanten op zou kunnen gaan’. Het concept is nu gefocust op Tilburg, maar hij kan zich voorstellen dat het voor de uni aantrekkelijk kan zijn om ergens anders te gaan staan. “Dat is het mooie: je kan deze formule oppakken en weer ergens neerzetten. Het is een pop-up.”

Meer informatie over Tilburg University On Tour? Neem dan contact op met Stijn van Kruijsdijk (s.d.w.vankruijsdijk@tilburguniversity.edu) of Kim Ardon (k.ardon@tilburguniversity.edu)


Douwe11 september 2017
21368620_1482858731793946_4081815692235700453_o-1024x808.jpg

5min

Het vijfde Perscafé in BANK15 aan de Spoorlaan leverde interessante journalistieke inzichten op. Fontys Hogeschool Journalistiek-alumnus Astrid Kerseboom liet weten dat ‘traditionele media onmisbaar blijven’ in deze snel veranderende, (social) mediawereld. De nieuwslezeres van het NOS Achtuurjournaal werd geïnterviewd door studenten van de op één na bekendste journalistenopleiding in Nederland. Kerseboom studeerde af in 1987 en begon als bedrijfsjournalist bij het Energiebedrijf Rotterdam. Ruim een jaar later switchte zij naar Omroep Brabant, om vervolgens vanaf 1988 bij de NOS aan de slag te gaan. Daar zou ze nooit meer weggaan. Een klassieke en zeer ervaren nieuwsbrenger, die de jonge generatie maar al te graag wil leren welke fouten niet te maken in het schitterende vak.

BANK15, een plaats waar nieuwe ideeën en concepten bij elkaar komen: ook wel Social Creative Business genoemd. Het oorspronkelijke idee begon bij reclamebureau Tafel 15, die het concept samen met bouwconcern Van de ven Bouw en de Gemeente Tilburg verder hebben uitgewerkt. Oprichter Jerry Opier liet na de officiële opening in maart 2015 weten: “We zijn erg trots en enthousiast dat we dit jaar de deuren van BANK15 openen. De geweldige samenwerking met onze partner Van de ven Bouw en de mix van ondernemers, kunstenaars en opleidingen is echt uniek.”

Dat de formule succesvol is, blijkt ook uit de hoeveelheid bezoekers die op het Perscafé zijn afgekomen. Niet alleen alumni en nieuwe FHJ studenten zijn op het interview met Kerseboom afgekomen. Inwoners willen maar al te graag een glimp opvangen van de vrouw die de opleiding in Tilburg bekendmaakte. “Dionne (De Graaff, red.) heeft hier óók gestudeerd hé”, attendeert Kerseboom. “Het maakt mij wel trots dat er nu vrij veel vrouwelijke (sport)presentatoren op televisie zijn. Kijk naar Hélène Hendriks en Rivkah op het Veld die het gewoon heel goed doen.”

Zelf was Kerseboom, die wordt ondervraagd door studenten Demi Rothof en Dennis Boom, in eerste instantie meer gefocust op radio. “Dat blijft voor mij het mooiste medium. Je kan je verhaal op zo’n intieme manier vertellen. Wij waren er echt verliefd op, hé Cecile”, grapt ze naar een vrouw in het midden. Het is oud-studente en docent Nieuwsredactie Cécile Hibbeln, die met haar man Joris van de Kerkhof (correspondent NOS) aan de bar staat. Twee journalistengeneraties knikken naar elkaar.

Zij moeten toch ook nog weleens met weemoed terugdenken aan die vervolgen tijden. “In de jaren tachtig ging het economisch heel slecht”, vertelt Kerseboom. “Ik weet nog goed dat ik op de eerste dag van de opleiding een voorlichtingsfilmpje te zien kreeg: het zag er fantastisch uit. Je zag alles wat je zou gaan leren. Zo’n dynamisch vak, werd al snel duidelijk. Op het einde zag je een shot van een werklozencentrum. Daar werd je natuurlijk niet vrolijk van. Ik heb er nooit last van gehad: altijd aan de bak geweest. Naast presenteren en televisie maken ben ik ook boeken gaan schrijven.”

Kerseboom ziet nog steeds een belangrijke rol weggelegd voor traditionele media, zoals het Achtuurjournaal en Met het Oog op Morgen. “Niet iedereen heeft de tijd om de hele dag op zijn telefoon het laatste nieuws tot zich te nemen. Wij als NOS zijn er om op een heldere, duidelijke manier een zo groot mogelijk publiek te bereiken.” Applaus klinkt bij deze laatste woorden. Kersseboom kan nog wel een tijdje mee.
FHJ astrid BANK15