COLUMN: HOE OVERLEEF JE EEN KIPPENHOK?

photo-1582661629051-43eadd614098
Sommige huishoudens zijn anders dan andere waar het een en ander misloopt of waar samenleven op een bijzondere manier geregeld is. Het huishouden waar ik vandaan kom is een van die alternatieve huishoudens waar het leven niet loopt zoals je verwacht of hoopt dat het zal lopen. Na twintig jaar met mijn moeder en zusjes samen te hebben gewoond heb ik het huis verlaten en ben ik in Tilburg komen wonen. Leven in deze stad is voor mij een totale nieuwe ervaring waarbij ik soms heimwee krijg naar de berg gezelligheid die mijn familie met zich meedraagt. Met dit verhaal blik ik terug op dat leven en laat ik zien hoe mijn dierbaren mij hebben gevormd tot wie ik ben. Zelfstandig, uitgesproken en vastberaden.

Tegelijkertijd de badkamer moeten gebruiken, elkaars kledingkasten leegroven, schoenen stelen, tassen jatten, per ongeluk dingen kwijtraken en per ongeluk, maar stiekem toch een beetje expres, dat ene kledingstuk of parfumflesje niet teruggeven. Bovendien om de beurt je tijd van de maand hebben en dus constant een onredelijk chagrijn in huis rond hebben lopen. Misschien herken je het wel, misschien ook niet. Onder hetzelfde dak wonen met vijf hysterische vrouwen, dat is toch wel uniek.

Inmiddels ben ik het kippenhok ontvlucht, maar mijn drie jongere zusjes en mijn levenslustige moeder leven nog dolgelukkig in een boerderij op het platteland in Zuidoost-Brabant. Twintig jaar geleden vond mijn moeder het een grandioos idee om, binnen vijf jaar, vier knetter gestoorde kinderen uit te poepen. Wat begonnen als vier lieve en schattige kuikentjes, groeiden op tot vier hectische hennen. Zodoende gingen we alle vier direct na elkaar de pubertijd in. Laat me je even meenemen in mijn leven op de boerderie.

Ik kan je zeggen dat ik thuis ook niet de meest brave ben geweest. Ik was regelmatig flink opstandig tegen mijn moeder en ik deed toch wel waar ik zelf zin in had. Mij de les lezen en me op mijn vingers tikken, moest je niet proberen. Ik wist het zelf namelijk wel beter. Mijn woordje had ik altijd klaar omdat ik wist dat je in een huis als dat van mij je hennetje wel moest staan.

Als oudste hen nam ik natuurlijk het voortouw en was alles nieuw. Voor mijn moeder was dat even slikken. Ze moest accepteren dat mijn nieuwe liefde voor alcohol zich ontwikkelde, wennen aan vreemde scharrels in ons huis en wennen aan de pubertijd van haar kinderen an sich. Ondertussen zijn mijn zusjes op een leeftijd waarbij drank en vooral jongens een steeds grotere rol spelen. De figuren die zij mee naar huis nemen zijn pas echt haantjes, wat natuurlijk altijd even aftasten is. Mijn moeder heeft de hoop al lang opgegeven en is niet zo streng meer voor hen als ze voor mij was toen ik jonger was. Al moet ik zeggen dat mijn moeder nooit echt streng was omdat ze zelf ook graag de ‘regels’, die de meeste ouders toepassen in hun opvoeding, aan haar laars lapte. Zo mocht mijn allereerste vriendje al bij me blijven slapen voordat we überhaupt verkering hadden, mogen mijn zusjes op zondagavond nog naar de kroeg terwijl ze maandagochtend vroeg op school moeten zijn en ziet mijn moeder het door de vingers dat we soms stiekem een sigaretje roken. Met als grootste argument “het is jullie leven, jullie moeten zelf beslissen of iets wel of niet goed voor je is” heeft ze ons daar onbewust veel mee geleerd. Hennen laten zich niet zomaar iets vertellen, al helemaal niet door hun moeder. Hennen beslissen zelf.

De haan in ons midden heeft ons door het noodlot onverwachts moeten verlaten waardoor we genoodzaakt werden onze ren opnieuw te schikken en de plotselinge leegte op te vullen. Samen staan we ons haantje, als team sta je sterk. Probeer je ons iets wijs te maken? Dan spannen we samen en kakelen we je compleet af. Vindt één van ons je onuitstaanbaar, dan sta je op onze gezamenlijke blacklist. Een haan heeft onze ren niet nodig, deze hennen zijn zelfstandig en stronteigenwijs en fiksen hun problemen zelf.

In ons kippenhok geldt eigenlijk ook maar één ongeschreven regel: hoe harder en sneller je kakelt, hoe eerder je je ei kwijt kan. Laat je boven alles niet afschrikken door ons gekakel, het merendeel is liefdevol en oprecht. Vinden we je vriendelijk en sympathiek, dan word je met liefde en plezier toegelaten op ons terrein en word je opgenomen in onze innige hectiek.

Els Aarts

Els (20) is sinds dit jaar in Tilburg komen wonen om te studeren. Dit heeft voor een grote omschakeling in haar leven gezorgd. Schrijven is een passie die ze recent heeft ontdekt en deze wil ze dan ook graag delen met de buitenwereld. Met haar teksten laat ze zien hoe ze omschakelt van de ene leefstijl naar de andere, waar ze van leert en hoe ze bepaalde levenslessen toepast in haar doen en laten. Voor Wij Zijn Tilburg neemt ze je mee in haar leven vóórdat ze op kamers woonde, vergeleken met het leven dat ze nu leeft in haar studentenhuis in Tilburg.