Gedonder in de glazen: zoek de verschillen

Gedonder in de glazen: zoek de verschillen

De afgelopen week wilde ik mijn schijnwerper richten op het imago van de Gewone Brabo en in het bijzonder op de Tilburgse variant. Het valt mij steeds vaker op dat ‘in de provincie’ vanuit de hoofdstad en omgeving zonder blikken of blozen wordt geassocieerd met ‘een beetje dom’ en ‘smachtend naar bekering’. Steeds meer ‘Bekende Provincialen’ (de BPers), zoals bijvoorbeeld Johan Derksen, slaan zich als antwoord zelfs publiekelijk op de al dan niet bejaarde borst en declameren luidkeels dat ‘bij ons in de provincie’ allerlei hete Randstadaardappelen met een flink korreltje zout worden genomen.

Ik ging op pad en stuitte bijna vanuit mijn voordeur op het standbeeld van Peerke Donders aan het Wilhelminapark. Meteen viel het koloniale kwartje en besloot ik daar een column aan te wijden. Niet om die brave Peer het park uit te jagen, maar om de draak te steken met de Randstedelijke verwijten over onze benedenrivierse onnozelheid. Zo gezegd, zo gedaan en in no time was mijn blaadje gevuld en klaar voor plaatsing op deze site.

Toen ik echter het BD open sloeg, bleek dat iemand in mijn woonomgeving precies op hetzelfde moment op nagenoeg hetzelfde idee was gekomen. Ene Herman Fitters vulde een hele pagina met zijn klacht over het standbeeld in onze wijk met ook nog bijna dezelfde foto van dezelfde Peerke. Ik ben niet zo gauw stil, maar toen was ik toch echt even met stomheid geslagen. Wat een onvoorstelbaar toeval, met dat verschil dat mijn collega schrijver toch bijna een echte ‘aanval’ op het beeld van Peerke heeft willen vormen, terwijl ik meer met een kwinkslag de tijdsgeest probeer te duiden en daarmee in dit geval ook het dedain van een kleine minderheid jegens de grote (vermeend) domme massa.

In overleg heb ik besloten om mijn column nu toch ook aan deze hete brij toe te voegen. Met mijn officiële (al eerder geschreven) inleiding er nog boven. Denk aan uw bloeddruk, lees het met mijn inleiding in uw hoofd en vanuit die gedachte.

Peerke Donders door Argus

Peerke Donders door BD

Waarschuwing: als u een stok zoekt om te slaan, als u graag polariseert, als u bij voorkeur vanuit de onderbuik reageert, als u lange tenen hebt, of een kort lontje, of snel aangebrand bent lees deze column dan niet en ga snel verder naar de rest van de site. Als u graag op een lichtvoetig bedoelde manier wil meekijken naar problemen die echte issues zijn in de wereld die zojuist met een hoop geknal en vuurwerk aan 2018 is begonnen, lees dan lekker verder en zorg dat die vinger aan het eind de juiste is.

De kruit(d) dampen zijn weer enigszins opgetrokken. De discussie, die nooit een discussie is geworden. (Maar meer een strooien met meningen, in de een of andere hoek), over ‘he who must not be named’ is weer even verstomd. Toch Iets opmerkelijks; waarin een klein land groot kan zijn. Of andersom, als u wil.

De Pietjes zijn verschoten van kleur, krijgen een veeg uit de p…eh schoorsteen of namen in hun wanhoop alle kleuren van de regenboog aan . In ieder geval: roet in het traditionele Nederlandse decembermenu. Uiteindelijk werden vooral de bewoners van het hoofdstedelijke grachtencircuit beschuldigd van het slaan onder de hen zo bekende gordel. Volgens de meerderheid van de Nederlandse bevolking is er niets aan de hand en zeker niet in ‘de provincie’, waarvan het leuke is dat ze altijd met z’n twaalven zijn …vaak tegen die ene doorgaans  o zo politiek correcte herdersgroep die zich immer een plaatsje weet te bemachtigenin de publieke talkshowstal. Ikzelf ben in onze binnenlandse contreien menig ##### Pietje tegen het geringeloorde lijf gelopen rond de verjaardag van de Schij… eh Goed Heilig Man en de inheemse bevolking had er volgens het Polygoonjournaal (ik citeer) ‘schik in’.

Ondanks deze kleurrijke typeringen moet ik zeggen dat ik er zelf ook nog niet uit ben. Voor mij blijft het een beetje bloemblaadje plukken; Pietje wel, Pietje niet. Wordt vervolgd. Wat mij misschien nog wel meer bezig houdt, is de voortdurende aantijging dat ‘wij in de provincie’ een beetje sufkonten zijn, die niet verder denken dan ons dialect lang is en daarmee de toon blijven zetten van racistische en/of koloniale feestjes onder de vlag van ons Oranje landje. Maar is die selectieve verontwaardiging bij Sint Matthijs en zijn knechten nu op zijn plaats, of krijgen wij provincialen geheel onterecht onder uit de zak? (Ik ben zelf overigens in Den Haag geboren, waardoor ik eigenlijk een soort dubbel paspoort heb en als dat zo uit komt me als een kameleon achter een andere achtergrond kan verschuilen).

Al weken lang liep ik te denken, wat ik u hierover zou gaan schenken.. totdat ik langs het Wilhelminapark fietste en me daar voor de duizendste keer  het beeld passeerde van een blanke man, die gewapend met een kruis (als ware het een excorcistische uitdrijving) een voor hem knielende man de hand op het donkere kroeshaar legt en minzaam/liefdevol/troostend* op hem neerkijkt. De tekstballon die er voor mij steeds boven hangt zal ik u besparen, maar op de wat smoezelige sokkel staat (alleen?) voor mijn ogen geschreven “Aanschouw dit beeld van ons imperialistisch verleden…en huiver”.

En verdomd: ze hebben gelijk! Ik was al niet zo’n fan van de aloude missionarishouding, maar deze  mag er ook wezen. En wij brabo’s sukkelen daar al bijna honderd jaar langs zonder een vraagteken, laat staan een woord van protest, over deze merkwaardige herinnering aan wat nu als een zw.. eh duister verleden wordt ervaren. Zelfs de plaatselijk brabo##### , en die heeft toch een behoorlijk verbaal bereik, heeft volgens mij nog nooit gedacht van “Zal ik dat concept eens even lekker bashen!?”.

Het is toch niet zo’n heel klein standbeeldje, dus daar zal het niet aan liggen. Volgens mij is het ons (soms jullie) provinciale onbenul dat hier de doorslag geeft. Wij gaan letterlijk en figuurlijk in onze (soms jullie) Tilburgse onwetendheid gewoon voorbij aan dit beeld, in haar aanwezigheid, in haar historische achtergrond en in haar uitstraling in een globaliserend Tilburg.

Als kind van de flower powertijd zie ik weer een bloempje opdoemen…Peerke wel, Peerke niet. Deze wereld is zo complex geworden dat we grote gedeeltes van ons (gezamenlijk) verleden maar proberen te  (excusez le mot) verdonkeremanen. We weten er geen raad meer mee. Veel  parate kennis zit achter een schermpje…er zijn inmiddels jongeren die denken dat de voornaam van Hitler werkelijk Heil was. Ongehinderd door enige kennis of begrip van het verleden slaan we elkaar de morele hersens in.

In bejaardenhuizen en christelijke bolwerken zitten nog wat mensen die weten wat voor goed humanitair werk Peerke Donders heeft verricht met het stichten van zijn Leprakolonie in Suriname. Dat dit gebeurde onder de vlag van het Katholieke Kruis was toen een reden voor trots en eer; in de wereld anno 2018 wordt daar met Argusogen (jawel) naar gekeken.

Nogmaals; dit is absoluut geen oproep tot een nieuwe beeldenstorm  en niet alleen Nederland struikelt over haar eigen wortels. Zo zag ik  laatst een aflevering van ‘Danny demonstreert’ waarin een donkere activiste eigenhandig het standbeeld van een zuidelijke confederale soldaat  in de zuidelijke staat Durham van haar sokkel  trok vanwege de schandalige herinnering aan de Amerikaanse burgeroorlog, de strijd tegen de slavernij en de verheerlijking van de rol van de zuidelijke troepen. Zij zit nog in afwachting van haar proces. Het is eerder een oproep met een knipoog om na te denken over deze problematiek. Het is ook een mislukte poging om antwoord te geven op die vraag van een andere beminde en verguisde Nederlander: “Ben ik nou zo slim, of ben jij nou zo dom?’ (maar dan in het meervoud).

In plaats van met de vinger naar elkaar te wijzen, mag degene die het antwoord weet zijn (goede) vinger opsteken en het zeggen. Maar alleen als hij Dondersgoed weet waar hij (of zij) aan begint. Op staffe van een muilpeer(ke).

Zo, nu heb ik ze allemaal wel gemaakt.

 

Argus

Mijn naam is René van Daelen. Ik ben na mijn docentenopleiding Engels en Nederlands in 1979 begonnen als (leerling-) journalist bij het Brabants Dagblad in Den Bosch. Inmiddels is het al weer 32 jaar geleden dat ik met beschuit met muisjes voor onze tweede dochter een middelbare school in Tilburg binnenstapte. Daar ben ik ook nooit meer weg gegaan en ik volg met Argusogen wat er in de wereld, in ons landje en in het bijzonder in Tilburg gebeurt. Afgezien van enkele publicaties links en rechts is de schrijver in mij altijd op een laag pitje in leven gebleven. Helaas voor veel mensen heb ik ook altijd wel een mening over alles wat ik zie en hoor en die ga ik op deze plek verwoorden onder de vlag van Argus, mijn mythologische voorganger met honderd ogen, waarvan er nooit meer dan twee tegelijk dicht waren.

X