Geheugen van Tilburg12 oktober 2018
Katholieke-Plattelandsjongeren-ontmoetingsdag-ca-1965-fotografie-Wil-van-Dusseldorp-1017x1024.jpg

5min

Katholieke Plattelandsjongeren, ontmoetingsdag ca 1965 – © Wil van Dusseldorp 

Op het Panorama Deck van het Textielmuseum wordt van zondag 21 oktober tot en met zondag 4 november het werk getoond van fotograaf Wil van Dusseldorp. Zijn werk omvat een tijdspanne van veertig jaar en brengt de metamorfose van Tilburg Textielstad naar trotse stad van makers in beeld. In 2008 droeg Van Dusseldorp een groot deel van zijn negatievenarchief over aan Regionaal ArchiefTilburg, waar het wordt bewaard. Het gaat om vele duizenden negatieven, waaruit een selectie is gemaakt om te digitaliseren. Deze selectie is gescand en het resultaat is nu voor het publiek te bewonderen via de website van het archief. Nu de klus is geklaard wordt in de expositie de schijnwerper gezet op dit bijzondere werk.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw leed Tilburg zwaar onder de teloorgang van de textielindustrie. Fabriekspanden stonden leeg, vlogen in brand of werden afgebroken. Werknemers werden massaal ontslagen, er heerste armoe en verval in de stad. Toch krabbelde de stad langzaam weer overeind: Tilburg transformeerde van Textielstad naar Industriestad. Gevestigde industrieën maakten een doorstart, nieuwe industrieën vestigden zich in de stad. Uitdagende architectuur gaf de stad een ander, moderner gezicht. De stad breidde uit, naar het noorden, naar het zuiden, naar het westen. Kunst en cultuur bloeiden op: er kwam een prachtige schouwburg, de kunstacademie en het conservatorium wisten de afgestudeerden en hun werk aan de stad te verbinden, museum De Pont en het vernieuwde TextielMuseum trekken inmiddels wereldwijd bezoekers. En Wil van Dusseldorp registreerde al deze ontwikkelingen, ving ze als het ware in beelden. Hij fotografeerde de veranderingen met een bijzonder oog voor ritme: zijn foto’s zijn vaak composities van lijnen en vlakken. Vaak zijn het herkenbare plekken in de stad, soms zijn het haast abstracte beelden van producten die in Tilburg gemaakt werden.

Nieuwbouw Mariaziekenhuis nu ETZ. ca.1965 – © Wil van Dusseldorp 

Na de overdracht van zijn werk aan het archief was het lang stil. De negatieven werden zorgvuldig opgeslagen, maar waren voor het publiek niet in te zien. De klus om van zo’n 15 strekkende meter volgepakte archiefdozen een mooie en representatieve selectie te maken, werd uiteindelijk door Van Dusseldorp zelf gedaan. Alle negatieven werden nog eens bekeken, op waarde geschat en er werd een selectie gemaakt die voor Tilburgers interessant is. Trouw elke woensdagochtend pakte Wil een aantal dozen uit, hij bekeek de negatieven kritisch en voorzag ze van een vinkje als ze in aanmerking kwamen om gescand te worden. De circa 2000 afbeeldingen die door de selectie kwamen, staan nu op de online fotodatabank van het archief.

Hogeschool Tilburg ca 1968 – © Wil van Dusseldorp

Gescande beelden zijn leuk om thuis online te bekijken, maar niets is mooier dan de foto’s “in het echt” te bekijken, afgedrukt, zoals de kritische fotograaf het bedoeld heeft. Een dertigtal afdrukken is tot en met 4 november te zien in het TextielMuseum, aangevuld met veel digitale beelden.

Expositie Ritme van een nieuwe stad – 21 oktober t/m 4 november – TextielMuseum, Goirkestraat 96 Tilburg.
Online zijn ruim 2.000 foto’s te bekijken bij onze vrienden van het Regionaal Archief: www.regionaalarchieftilburg.nl


Geheugen van Tilburg10 oktober 2018
Kerk-en-molen-van-Riel-Detail-van-kaart-vervaardigd-door-Roelof-van-der-Vleuten-1657-1024x768.jpg

3min

Op zaterdag 20 oktober houdt Regionaal Archief Tilburg een open dag waarbij alle aandacht is voor de dorpen Alphen en Riel. De aanleiding hiervoor is het 70-jarig bestaan van de Heemkundekring Carel de Roy, die actief is in deze twee dorpen. De dag wordt dan ook feestelijk geopend met iets lekkers.

Elk jaar organiseert het archief een open dag waarop een dorp of gebied uit het werkgebied centraal staat. Op deze dag komen bijzondere archiefstukken uit het depot. Dit jaar een krabbel van een verliefde klerk uit 1662 en handgeschreven proces-verbalen uit de roemruchte smokkeltijd.  Deze stukken blijven vaak onopgemerkt, maar tijdens de open dag krijgen ze alle aandacht.
Met de open dag sluit het archief aan bij de Maand van de Geschiedenis, dat in oktober in het teken staat van ‘Opstand’. In een kleine expositie probeert het archief met documenten een beeld te vormen van de historische rijkdom van deze dorpen en of er sprake is geweest van opstand. Was het dan met wapengekletter of gebeurde het juist in stilte? In de expositie, die alleen deze dag te zien is, komen de opstandige verhalen tot leven.

Om 10.00 uur gaan de deuren open. Op het programma staan de volgende activiteiten:

10.30 uur: lezing met tips om te zoeken in de databases van Regionaal Archief Tilburg
11.45 uur: workshop Googelen van je stamboom
12.30 uur: leren lezen van oude handschriften via een online tool
13.30 uur: lezing over het overzichtelijk opbergen van stamboomvondsten met het programma Aldfaer (met spreekuur door Johan van Hassel)
15.00 uur: lezing ‘De volkstelling van 1869’

Open dag Regionaal Archief editie Alphen en Riel

De afsluitende lezing wordt gegeven door historisch onderzoeker Jan van Eijck. Hij deed onderzoek naar de volkstelling in 1869 en haalde daar opmerkelijke gegevens uit. Kabbelde het 19e-eeuwse leven voort in Alphen en Riel of dwarrelde er toch wat stof neer van de gebeurtenissen op het wereldtoneel? Aan de hand van de volkstelling van 1869 neemt Jan van Eijck de luisteraars mee naar de haarvaatjes van de wereldgeschiedenis.

Doorlopend is er tijdens de dag een historische film te zien en geeft Heemkundekring Carel de Roy uitleg over hun activiteiten. De bezoekers ontvangen een leuk aandenken (zolang de voorraad strekt).

De open dag is gratis te bezoeken van 10.00 tot 16.00 uur in Regionaal Archief Tilburg, Kazernehof 75 in Tilburg. Kijk voor meer informatie op www.regionaalarchieftilburg.nl.


1608_021_eerste-wijkhuis-1960.png

6min

Regionaal Archief Tilburg heeft zevenentwintig albums over de Koningswei digitaal beschikbaar gemaakt. De albums geven een beeld van het reilen en zeilen in deze verdwenen wijk. De Koningswei, ook wel de ‘Waai’ genoemd, was een volkswijk. Om de situatie in de wijk te verbeteren werd een maatschappelijk werkster aangesteld, Bertje Eijgenraam, die vanuit het wijkhuis voor de mensen klaar stond. Dat deed ze met enorme ijver. In de albums is vastgelegd wat er allemaal in en om De Waai gebeurde in foto’s, briefjes, krantenartikelen, handgeschreven verslagen, versjes en tekeningen.

De oudste albums geven een beeld van het reilen en zeilen in de verdwenen wijk De Koningswei, ook wel de ‘Waai’ genoemd. De oude wijk besloeg het gebied waar nu het Koningsplein, de Paleisring en het Stadhuisplein liggen. Het was een echte volkswijk waar de woonomstandigheden slecht waren, de armoede groot. De geruchten over dronken mensen in de straten, dames van lichte zeden, kleine criminaliteit waren talrijk. Maar de verhalen over saamhorigheid van de bewoners zijn ook bekend. De inwoners vormden een sterke gemeenschap die gehecht was aan hun eigen vrijheid en persoonlijkheid.

In 2002 overleed Bertje Eijgenraam (1907 – 2002) en ontving Regionaal Archief Tilburg op haar uitdrukkelijke wens de albums met herinneringen aan haar werkzame leven. De albums zijn nu digitaal beschikbaar gemaakt. In de albums bladeren we als het ware door de herinneringen van Bertje aan de activiteiten waarvan zij de grote drijvende kracht was. In de allereerste plaats haar werk in de Koningswei en na de sloop van deze wijk ook de vele activiteiten die zij ontplooide in de Uitvindersbuurt, rondom het wijkgebouw “De Vleugel”.

Een pagina uit het album van Bertje Eijgenraam

Op initiatief van Kapelaan Soons werd Bertje Eijgenraam vlak na de Tweede Wereldoorlog gevraagd als maatschappelijk werkster de omstandigheden van de inwoners van de Koningswei te verbeteren. Dat deed ze met enorme ijver. Onder haar bezielende leiding werd een Wijkhuis opgericht, een wijkcomité, de voetbalclub VKM, een mannenraad, de St. Maartenkapel en een wijkblad (het Klokske). Vrouwen kregen naai- en kookles, kinderen konden terecht bij knutselclubs, er werd gezamenlijk kerstmis gevierd, er waren uitstapjes, optochten, een instuif, jubileumfeesten en bijzondere missen. In de albums is vastgelegd wat er allemaal in en om De Waai gebeurde in foto’s, briefjes, krantenartikelen, handgeschreven verslagen, versjes en tekeningen.
Een persoonlijk hoogtepunt was misschien wel de pauselijke onderscheiding, de Pro Ecclesia et Pontifice die Bertje na tien jaar wijkwerk in 1957 ontving uit handen van mgr. W.M. Bekkers (oud-pastoor van de parochie van de H. Dionysius (‘t Heike, waar de Koningswei bij hoorde) en later bisschop in Den Bosch)

Een pagina uit het album van Bertje Eijgenraam

Maar eind jaren ’50 gooide burgemeester Becht roet in het eten: hij had grootse plannen met Tilburg. Hij wilde de stad moderniseren door de aanleg van een “cityring” waarbinnen een nieuw stadshart zou ontstaan. De verpauperde Koningswei vormde een obstakel voor deze plannen. In 1958 stemde de gemeenteraad in met afbraak van de wijk. De woonwijk met krotten was niet meer te redden, er werd besloten tot onteigening en sloop. In totaal ging het om circa 270 huizen, waarvan er 37 van de gemeente waren. De bewoners van “De Waai” werden verspreid over de andere wijken in stad, de samenhang tussen de bewoners ging verloren. In 1964 verschijnt het laatste “Klokske” ter gelegenheid van het sluiten van het wijkcentrum. Daarmee houden ook de werkzaamheden van Bertje  in de Koningswei op. Wat wel bleef bestaan was de voetbalclub VKW. In 1986 vierde deze club het 40-jarig jubileum en overleefde daarmee als enige de wijk waar zij was opgericht. Tijdens de reünie voorafgaand aan het jubileum was Bertje ook aanwezig. Velen haalden herinneringen op en verzuchtten dat ze zó terug wilden naar De Waai, ondanks de slechte naam, het hoge alcoholverbruik, het rauwe leven en de slechte huizen. De saamhorigheid was iets wat de oud-bewoners van De Waai nergens elders terugvonden.

Bertje Eijgenraam zette na 1964 haar werk voort in o.a. de Uitvindersbuurt, het wijkcentrum “De Vleugel”. Het archief bevat uit deze periode drie plakboeken met hierin ook foto’s briefjes, kampprogramma’s, liedteksten en tekeningen die de verhalen vertellen over de werkzaamheden in haar nieuwe wijk. Ook deze albums en plakboeken laten zien hoe de “gewone” Tilburgers leefden, plezier maakten, met elkaar omgingen in die goeie ouwe tijd, meer dan 50 jaar geleden. Het is een levendig beeld van een voorbije tijd en van een verloren gegane volkswijk. De albums zijn te bekijken via www.regionaalarchieftilburg.nl.


152250903651063_107041794_1920-1024x575.jpg

4min

TILBURG – De Tweede Wereldoorlog behoort tot ons collectieve geheugen. Het is onderdeel van ons moreel kompas. Maar hoe breng je zo’n zwaar thema over op kinderen? De generatie die de oorlog heeft meegemaakt en ons met verhalen bij de les kan houden, wordt steeds kleiner. Stadsmuseum Tilburg maakte een stickerboek en liet basisschoolkinderen vier weken lang chatten met @mariejestilburg, een ooggetuige uit 1944. 

Op verzoek van de gemeente Tilburg, het Plaatselijk Comité Nationale Herdenking 4 mei Tilburg en het Oranje Comité Tilburg ontwikkelde Stadsmuseum Tilburg een nieuw educatief programma voor de bovenbouw van het primair onderwijs. Zeven basisscholen (Achthoeven, De Blaak, Koolhoven, De Sleutel, De Vuurvogel, De Borne, De Triangel) namen afgelopen maand deel aan een proef. Het educatieve programma wordt de komende jaren aangeboden aan alle basisscholen in Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout.

Centraal onderdeel van het programma is een stickerboek met lokale oorlogs- en verzetshistorie, persoonlijke verhalen en allerlei verwerkingsopdrachten. Factorium, Stadsgidserij, de Bibliotheek Midden-Brabant en Regionaal Archief Tilburg bedachten speciale activiteiten voor de ruim 300 deelnemende kinderen.

Daarnaast volgden de kinderen via Instagram een maand lang de belevenissen van een jong Tilburgs meisje in de Tweede Wereldoorlog. Deze ‘live’ berichten van @mariejestilburg uit de Heuvelstraat zijn gebaseerd op de ervaringen van de inmiddels 89-jarige Marie-Jes van Ierlant. Regelmatig kreeg zij via dit Instagramaccount reacties op haar verhalen of werd er een vraag gesteld. ‘Waarom mocht je geen radio, wat is precies een verzetsheld, waarom staakten die Tilburgse huisartsen?’ Niet alleen kinderen waren geïnteresseerd: de teller van het account staat al op meer dan 600 volgers van binnen en buiten Tilburg.

Gert-Jan de Graaf (directeur Regionaal Archief Tilburg en Stadsmuseum Tilburg) is verheugd over het succes van deze pilot: ‘Hartverwarmend om te zien hoe een jonge generatie zich zo betrokken toont bij de lokale historie. We zijn veel dank verschuldigd aan alle docenten van de zeven pilotscholen die ons aanbod slim hebben weten te verweven in hun lesprogramma’s. We gaan met hen nog uitgebreid terugkijken op deze proef, maar wat ons betreft mikken we op uitbreiding naar álle 62 basisscholen van Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout.’

Op vrijdagavond 4 mei is er in Factorium – na de herdenking in de Heikese kerk en het Vrijheidspark – een expositie te zien over dit educatief programma. De échte Marie-Jes is dan ook aanwezig. Voor wie wil, zal ze blijven uitleggen waarom je geen radio mocht hebben in de oorlog.

Meer informatie is te lezen op www.wijherdenkenenvieren.nl.


1951-Puk-en-Muk-naar-de-maan-01-758x1024.jpg

3min

TILBURG – Ken je ze nog, de boekjes van Puk en Muk? Haal herinneringen op tijdens de Nationaal Museumweek (van maandag 9 april tot zondag 15 april) op 14 en 15 april. Stadsmuseum Tilburg toont de befaamde boekjes van Puk en Muk uit de collectie van Uitgeverij Zwijsen en de afbeeldingen worden herdrukt waar je bijstaat. 

Puk en Muk waren de hoofdpersonen in een serie kinderboeken van de Drukkerij van het Roomsch Katholiek Jongensweeshuis, de voorloper van Uitgeverij Zwijsen. De avontuurlijke jongetjes, die samen met vele anderen bij Klaas Vaak woonden, maakten reizen naar Amerika, China en Afrika. Zij ontmoetten er een drakendoder, vlogen om de wereld, fietsten op een tandem en gingen zelfs naar de maan.

Muk en de Drakendoder – 1949

Puk en Muk behoorde tot een van de meest populaire reeksen van kinderboeken. In totaal zijn er meer dan een kwart miljoen boeken van gedrukt. De schrijver van Puk en Muk was frater Franciscius Xaverius van Ostaden, ofwel Frans Fransen. De illustraties waren van de Oostenrijkse illustrator Carl Storch. Samen maakten zij twaalf boeken tot aan de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog verschenen er diverse Puk en Mukboeken gemaakt door anderen. Die van Frans Fransen en de Carl Storck bleven echter het meest populair.

Tijdens de Museumweek worden de boekjes geëxposeerd en de afbeeldingen van Puk en Muk opnieuw gedrukt in de ateliers van NS16. Daar staat de Vermijspers, een Grafix proefpers uit de jaren vijftig, die door grafici / kunstenaars nog altijd intensief wordt gebruikt. Tijdens de Museumweek demonstreren de BHK-drukkers de pers door afdrukken te maken van de originele cliche’s. Dat zijn de drukvormen van Puk en Muk van vóór de oorlog, afkomstig uit de drukkerij van Zwijsen.

Kom kijken naar Puk en Muk op zaterdag en zondag 14 en 15 april van 11.00 tot 17.00 uur. Locatie: Ateliercomplex NS16, ingang via de Goudenregenstraat.

De boekjes van Puk en Muk en de clichés zijn onderdeel van de historische collectie van Uitgeverij Zwijsen, beheerd door Stadsmuseum Tilburg.

De toegang is gratis.


Post-MarieJes-start-op-3-april-1.jpg

5min

Stadsmuseum Tilburg start op 3 april een Instagram-project waarmee men een maand lang de belevenissen van een jong Tilburgs meisje in de Tweede Wereldoorlog kan volgen. Zij was 15 toen Tilburg in oktober 1944 bevrijd werd.



Het Instagram-account is gebaseerd op de belevenissen van de bestaande (en nog levende) Marie-Jes van Ierlant, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Heuvelstraat in Tilburg woonde. Haar persoonlijke ervaringen, herinneringen en verhalen worden aangevuld met historische feiten en archiefmateriaal, en verrijkt met de social media-mogelijkheden van nu. Het account is te volgen via @mariejestilburg en onder de #wijherdenkenenvieren.

Lesprogramma
Het Instagram-account past prima bij een nieuw lesprogramma voor groep 7 en 8 van Tilburgse basisscholen. Er hoort ook een stickerboek bij voor de leerlingen, met plaatselijke oorlogs- en verzetsverhalen uit die tijd plus veel verwerkingsopdrachten. Stadsmuseum Tilburg heeft dit lesprogramma ontwikkeld op verzoek van gemeente Tilburg, het Plaatselijk Comité Nationale Herdenking 4 mei Tilburg en het Oranje Comité Tilburg. Dit jaar proberen zeven basisscholen het nieuwe lesprogramma uit. Volgende jaren kunnen meer scholen in Tilburg meedoen.

Geschiedenis en actualiteit
“We willen een jonge doelgroep bereiken, het gesprek aanwakkeren en geschiedenis en actualiteit met elkaar verbinden”, vertelt projectleider Berny van de Donk. Door te werken met het populaire Social Media-kanaal Instagram hoopt het Stadsmuseum bovendien dat de doelgroep 10- tot 12-jarigen de Tilburgse historie op een laagdrempelige manier leert kennen. “Dit doen we door echte verhalen te vertellen door de ogen van een leeftijdsgenootje in dezelfde stad. Door oud en nieuw naast elkaar te laten zien. Door niet alleen feiten te noemen, maar ook te benoemen wat een 11- tot 15-jarige toen voor spelletjes speelde. En door archiefbeelden te mengen met stickers, hashtags en gifs. Kinderen kunnen hun vragen onder een post stellen aan een medewerker van het Stadsmuseum.”

Gesprek aangaan

Daarnaast is het natuurlijk mooi als niet alleen basisschoolleerlingen, maar iedereen die iets wil weten over Tilburg ten tijden van de Tweede Wereldoorlog het account volgt. “We hopen dat ouders en kinderen, en kinderen onderling, door het account het gesprek met elkaar aangaan”, aldus Van de Donk.

Achtergronden
Voor het idee, de invulling en uitwerking van het Instagram-project werd LiveWall Group uit Tilburg benaderd: “Analoog en digitaal hoeven elkaar allesbehalve tegen te werken”, vertelt Sanne Stenvert, hoofd Communicatie bij LiveWall. “Je slaat een brug tussen het lesprogramma en de leerlingen met een doelgerichte strategie; een visueel dagboek, dat te allen tijde te bekijken is.”

Het stickerboek is gemaakt door Ontwerphaven en Buro Vonkstof. Ook bevat het tekeningen van Jeroen de Leijer.


150771764743736_80896332_1920-1024x576.jpg

1min

Ènne tèèd geleeje kreegk en vraog,
van jullieje sikretaoris.
en gedicht te maoke oover tilburgse taol.
(kmaag barste as dè nie waor is)

Ik zèè der toen te lange liste,
mar es vur gòn zitte.
Want en gedicht…èn dan int Tilburgs,
dès wèl wè wèèrk, dè witte.

Dees taol, die me et biste vuugt,
hèk van ons moe geleerd.
Ik drôom, ik praot, ik schrèèf er in,
ik zèèr in ge-intreseerd.

Veul wètter in dees stad gebeurt,
dè zèt ik op papier.
Ik maok er dan en vèrsje van vur,
men èègeste plezier.

As gullie èchte krèùke zèèt
èn meej oe stad begaon
leer dan oe kènder,(wèl op tèèd),
òk et Tilburgs te verstaon.

Ik maok men èège ècht nie wèès,
dè hier naa binnekort,
(omdè ik dè zogèère heur)
allêen ,Tilburgs gesprooke wordt.

Mar…as et òn de S.T.T.
Ast òn die stichting leej
Dan gaoget Tilburgs,
mèn MOEDERTAOL, nog hêel veul jaore meej.


Geheugen van Tilburg25 januari 2018
IMG_9304-1024x768.jpg

2min

(Op de wijze van: Aan het strand stil en verlaten)

‘kZie oe daor zô gèère ligge,
òn de oevers van de Laai.
Meej oe cirkus van Jan Pigge,
Pieta Melis Koningswaai.

‘kVat ’n pilske bij Bet Koole.
‘kZie daor et Zot Joke gaon.
Èn ak dan en zatsel op hèb,
kuier ik op Körvel aon.

Refrèèn:
‘kZô meej niemand wille rèùle,
Want…dè leej toch vur de haand
Meense lòt ze nie vervèùle.
Tis de schônste stad vant Laand.

Waandel ik oover den Haaikant,
koomend van et Spinderspad.
Kvat enen borrel bijt Wit Pèrdje.
Ik heb vandaog nog niks gehad.

Ik kèèk kwansuis es op men klökske.
Goed dèk nog op tèèd vertrok.
Tis nog wèl en heel ènd stappe
vur dèk zèè in Kwirèèn Stok.

Refrèèn:
kZô meej niemand wille rèùle.
Want dè leej toch vur de haand.
Meense lòt ze nie vervèùle,
tis de schônste stad vant Laand.

Hèk enen dag nie veul omhaande,
dan kuier ik nòrt Waandelbos
of ik gao nòr de Weraande,
èn laot daor men hundje los.

Kmaok en pròtje meej wè meense,
öt de Rèèt of öt et Zaand.
Ak wir tèùs zèè vatk en nutje
et Hundje slòpt al in z’n maand.

Refrèèn:
Meense lief, ik wil nie rèùle.
Leej dè naa nie vur de haand?
Kwil me jaore nog verschèùle
in de schônste stad vant laand.

Door Piet van Beers