Janneke Verhoeven28 januari 2019
bowl-close-up-dishwashing-1447956-1024x683.jpg

4min

CRAP! Onze oven én vaatwasser in de ziektewet. Beiden nog niet zo lang bij ons in dienst. Even kijken of er nog een behandeling mogelijk is. Langere wachttijd, omdat het een combi afspraak gaat zijn. Maar hey, alles voor de genezing. Het is niet anders.

Tringggg, de deurbel! Oohw, leuke vent ben jij, keukenman! Ook al gaat het daar dan niet om, tóch is het een fijne bijkomstigheid als de redder in nood gewoon ‘nice looking cute’ is. Kom binnen. Ja. Dat daar is de kapotte vaatwasser. Helemaal top als mijn omschrijving van het euvel de lading meteen dekt. Hoppa; pomp vervangen. Klaar. Maar, huh? Nee wacht even, nu ook de oven nog meneertje tandpastasmile. Staat niet op uw briefje? Uhh, nou, op de mijne wel! Dus..

Luister eens even zeg ik (oké, heb het geheel een klein beetje aangedikt). We aten met kerst al geen afgebakken broodjes (ach gut wij), de pasteitjes moesten in de pan (afzien). En onze lievelings lasagne hebben we al die tijd óók nog moeten missen (méééén je niet).

Je laat me toch niet in de steek nu zeker? Ahh? Kleine moeite lijkt me? Koffietje nog dan? Zwart was het toch hè? Yes, zojuist een extra glimlach ontvangen van Mister fixit.

Niet op zijn briefje? Tssss, kom nou! Dattieeensopschiet! Gelukt na veel gezwoeg; nieuw oven onderdeel met spoed in bestelling.

Later in de middag: telefoon. Dag mevrouw, hier de reparateur. Ik kom voor uw oven, ben er over 15 minuten ben in de buurt, alles in Tilburg vandaag. Oké. Onderdeel al gevonden dus denk ik nog. Top!

Deurbel: Huh? Een hele andere man van hetzelfde bedrijf staat voor ik het weet in mijn keuken en is duidelijk not (!) amused als ik hem vertel dat die oven al geregeld gaat worden door zijn leuke collega van vanochtend. *is óverduidelijk níet blij met de nog niet gecommuniceerde actie van zijn collega*. Niet geheel professioneel in het bijzijn van een klant, zegt mijn mimiek hem loud ‘n clear. Of ik nog weet hoe die collega heet? Hè, acuut vergeten, wat vervelend nou zeg.

Het begint langzaam te dagen. Het stond dus écht niet op het briefje van die knul vanochtend. Nu vind ik hem nòg leuker; mijn held met zijn goodwill-dinges.

De volgende keer mag hij best lekker lasagne blijven eten, of het nou op zijn planning staat of niet..


Janneke Verhoeven14 december 2018
grocery-store-2119702_960_720.jpg

4min

Vanuit mijn ooghoek zie ik het wel hoor. U grijpt uw kans en schuift snel een plekje op in de kassarij! Schuifelend en sneaky. Terwijl de meneer die even opzij stapte om nog een aanbieding mee te pikken netjes weer achter u aansluit. Het is een ongeschreven ‘kassa-rij-regel’ mevrouw. Deze meneer stond dus nog steeds in de rij. Maar, u lapt dat ongegeneerd aan uw laars (lees in uw geval: orthopedische schoen) dringt voor en komt er nog mee weg ook. De toon is gezet daar in die kneuterige Tilburgse supermarkt.

Mijn zoon helpt me enthousiast mee de boodschappen uit mijn mandje op de lopende band te zetten. Huppelend, en (oké) een beetje stuiterend. Na een hele dag school (de buitenlucht al ruikend, maar toch nog geduld moeten hebben) lach ik hier van binnen om. Hij snakt naar dat glas ranja met een koekje, dat wéét ik. En tóch helpt hij me zónder zeuren mee. Ik geniet ervan.

Dat hij even tegen uw prei aanbotst gaat geheel ongecontroleerd. In de zin van: per ongeluk. Als blikken konden doden dan lag hij daar nu nog op die vloer in de supermarkt. Wat een zuur gezicht trok u! Het arme kind werd er spontaan lijkbleek van. Dit maakte dat ik hem nu eens níet aanspoorde ‘sorry’  te zeggen. Ik mompelde nog snel iets onverstaanbaars tegen u, maar dat was echt puur voor de vorm. De akelige lach die u me gaf kwam er nog ‘geperster’ uit dan de inhoud van uw flesje verse jus.

Waar ik anders altijd denk: Ach, kijk nou, een bejaarde met hoog knuffelgehalte, gaat u maar even voor met uw paar boodschapjes. Denk ik nu: No way granny! Met uw prei en doosje druiven blijft u maar lekker achter me staan. Helaas, u heeft uw gunfactor zojuist compleet laten varen.

Als we nu zouden kwartetten dan zou u zien dat er vier groepen te onderscheiden zijn: De hangbejaarde, de lok-bejaarde, de hippe bejaarde. En dan viel u voor mij overduidelijk in de categorie: de nep-bejaarde. Een kwartet gebruik ik soms lekker als milde, heerlijke (ontkennende) variant van ‘in hokjes denken’. Nou en!

Mag ik van jououou…. Van de bejaarden… de neppe, met die prei? Kwartet!

Mevrouw, ik wens u oprecht veel plezier nog vandaag, met uw prei en doos druiven! Maar ik ga nu lekker naar ons glas ranja en het ‘hoe-was-het-vandaag-op- school?-moment’, zonder mijn plek in de rij aan u af te staan, eigen schuld.

Weet u Mevrouw, het is eigenlijk net als met Sinterklaas: het gaat puur om het geloven. Bij mijn oma wíst iedereen: dit is de échte! U bent vàst ook een goede hoor, maar wel overduidelijk een ‘hulp’.


Janneke Verhoeven15 oktober 2018
505c9f10383245.5602fd59f2fb1.png

4min

Ik vind het, al jaren, een verbazingwekkend, bijzonder fenomeen. En dat komt gewoon, omdat ik het niet helemaal begrijp. Nooit begrepen heb ook. Van de andere kant dóe ik er ook niks aan om dit te veranderen hoor. Heb er bijvoorbeeld nog nooit naar gevraagd: ‘Hey, beste Meneer-de-hangman, vertel mij nou eens… ?’. Maar de vraag is: moet ik het wel wíllen begrijpen? Misschien is het er nou eenmaal eentje uit de categorie ‘Let it be’..? Ieder z’n ding! Foto: Ingrid Arnou

Ik heb het hier natuurlijk over dat wat iedereen (onbewust) ziet: ‘de-wachtende-voor-de-winkel-man’. Gedoogbeleid is AAN.

Signalement: Middelbare leeftijd, rechtop staand of verveeld hangend, rustig rondkijkend, ogenschijnlijk alle tijd hebbend, soms een sigaretje rokend, meestal pal naast de ingang staand of nonchalant tegen het raam leunend.

Hij staat daar. Te staan. And that’s it.

Ik denk dan: Joh! Maak een keus! Ga gewoon mee die winkel in, struin lekker je ‘eigen’ winkels af, Óf ga ondertussen vast aan de koffie of borrel ergens. Thuisblijven kan ook by the way. Maar dit?!

Maar, misschien ís dit dus wel zijn keus. Bedenk me dan steeds: Waa-rom? Met grote W. Terwijl dat niet aan mij is natuurlijk. Want ondanks het, sorry, altijd iets somber ogende beeld (subjectieve observatie mijnerzijds) kan die man dus bést de gelukkigste man op de wereld zijn! Omdat hij bijvoorbeeld eindelijk op slinkse wijze heeft bereikt dat zijn vrouw zijn kledingadvies niet meer wíl! Omdat hij knettergek wordt van haar eeuwige pashokjes-gezeik over dat ene vetrolletje of de 86ste vraag om bevestiging dat oud roze haar toch echt niet te flets maakt. Hij viert daar, al hangend, misschien wel zijn eigen stille feestje, his secret silent disco..

Het is iets wat zo stilletjes aan bij het Tilburgse stadsbeeld hoort. Ik denk zelfs dat ik ze zou missen die rustig wachtende mannen. Het geeft inmiddels een vertrouwd gevoel. Ze verdienen eigenlijk zelfs een ‘bedankt-dat-je-er-bent-vent-high-five’ van heel winkelend Tilburg.

Lieve mensen, zullen we dat gewoon met z’n allen gaan doen? Bij elke man die er staat? Vanaf nu? Ahhh?

Dan hebben ze misschien een wat vrolijker tijdverdrijf, gaat de tijd iets sneller voor ze, stijgt het spontane interactiegehalte met onbekende en dan lachen ‘ze’ misschien wat vaker   😉

Kleine moeite lijkt me, ze staan er immers tóch!

Volg Janneke ook op facebook: ‘Little Things Enzo‘, by Jans


Janneke Verhoeven12 oktober 2018
dsc_0099.jpg

4min

Ik vind het, al jaren, een verbazingwekkend, bijzonder fenomeen. En dat komt gewoon, omdat ik het niet helemaal begrijp. Nooit begrepen heb ook. Van de andere kant dóe ik er ook niks aan om dit te veranderen hoor. Heb er bijvoorbeeld nog nooit naar gevraagd: ‘Hey, beste Meneer-de-hangman, vertel mij nou eens… ?’. Maar de vraag is: moet ik het wel wíllen begrijpen? Misschien is het er nou eenmaal eentje uit de categorie ‘Let it be’..? Ieder z’n ding!

Ik heb het hier natuurlijk over dat wat iedereen (onbewust) ziet: ‘de-wachtende-voor-de-winkel-man’. Gedoogbeleid is AAN.

Signalement: Middelbare leeftijd, rechtop staand of verveeld hangend, rustig rondkijkend, ogenschijnlijk alle tijd hebbend, soms een sigaretje rokend, meestal pal naast de ingang staand of nonchalant tegen het raam leunend.

Hij staat daar. Te staan. And that’s it.

Ik denk dan: Joh! Maak een keus! Ga gewoon mee die winkel in, struin lekker je ‘eigen’ winkels af, Óf ga ondertussen vast aan de koffie of borrel ergens. Thuisblijven kan ook by the way. Maar dit?!

Maar, misschien ís dit dus wel zijn keus. Bedenk me dan steeds: Waa-rom? Met grote W. Terwijl dat niet aan mij is natuurlijk. Want ondanks het, sorry, altijd iets somber ogende beeld (subjectieve observatie mijnerzijds) kan die man dus bést de gelukkigste man op de wereld zijn! Omdat hij bijvoorbeeld eindelijk op slinkse wijze heeft bereikt dat zijn vrouw zijn kledingadvies niet meer wíl! Omdat hij knettergek wordt van haar eeuwige pashokjes-gezeik over dat ene vetrolletje of de 86ste vraag om bevestiging dat oud roze haar toch echt niet te flets maakt. Hij viert daar, al hangend, misschien wel zijn eigen stille feestje, his secret silent disco..

Het is iets wat zo stilletjes aan bij het Tilburgse stadsbeeld hoort. Ik denk zelfs dat ik ze zou missen die rustig wachtende mannen. Het geeft inmiddels een vertrouwd gevoel. Ze verdienen eigenlijk zelfs een ‘bedankt-dat-je-er-bent-vent-high-five’ van heel winkelend Tilburg.

Lieve mensen, zullen we dat gewoon met z’n allen gaan doen? Bij elke man die er staat? Vanaf nu? Ahhh?

Dan hebben ze misschien een wat vrolijker tijdverdrijf, gaat de tijd iets sneller voor ze, stijgt het spontane interactiegehalte met onbekende en dan lachen ‘ze’ misschien wat vaker   😉

Kleine moeite lijkt me, ze staan er immers tóch!

Volg Janneke ook op facebook: ‘Little Things Enzo‘, by Jans


Janneke Verhoeven17 september 2018
Schermafbeelding-2018-09-17-om-09.59.40.png

5min

Met uw krantje onder de arm en het kopje thee wiebelend in de hand stapt u ogenschijnlijk zelfverzekerd, bijna parmantig, de druk bezette ruimte binnen. De zwemles van zoonlief is hier, in het zwembad van deze Tilburgse zorgomgeving; ‘De Leijhoeve’. Het hok waar u binnenstapt is een soort lachwekkend broeikaseffect-gebeuren. Vol kletsende, tevens koffie of wijn(!), drinkende ouders. Allemaal even trots op hun zwemmende kind.

Hallo.. zegt u met uw krakerige stem, ze zeggen dat ik hier ergens naar buiten kan. Want daar zitten ‘ze’ allemaal in het zonnetje. Ik zie een twinkeling in uw ogen, terwijl u het over de zon heeft. Welke kant is het op? Vraagt u zachtjes.

U zoekt de tuin. U heeft namelijk opgevangen dat het daar fijn is. Piekfijn verzorgd, lippen rood gestift, met een klein beetje ‘uitschiets’ op rechts. De lichtblauwe oogschaduw is dik en duidelijk te vaak aangebracht. Charmant in zondagse rok op deze doordeweekse dinsdag. Uw grijze haren met beleid gekamd en in een knot, inmiddels weer helemaal back en hip, op uw hoofd gebonden. De rimpels tussen uw wenkbrauwen laten zich eigenlijk beter omschrijven als diepe groeven. U heeft zichtbaar vaak gefronst of zeer bedenkelijk gekeken. Tenminste, dat vermoed ik. Maar was dat altijd al zo? Door het leven op zích? Of komt het door deze, wellicht nieuwe en mogelijk angstige, fase in uw leven?

Ik loop met u mee, u komt als vanzelfsprekend in mijn arm. Ik vraag u of u hier pas woont. U kijkt me vertwijfeld aan alsof u druk bent met bedenken; wíe is dit ook al weer? U lacht, voor mijn gevoel om dit te verdoezelen.. bewust of onbewust. Er komt geen antwoord. U zwijgt. Maar de vragende ogen blíjven stiekem toch. We zijn bijna bij de tuin Mevrouw, zeg ik. De tuin? Zie ik u denken; en wat gaan we daar dan doen?

Ik besluit u los te laten, want u stapte zo zelfverzekerd naar ons toe, u wil het zélf regelen. De regie voelen. Ik wijs naar het terras, naar de zon. Ik laat u alleen gaan. Iets met waardigheid en het die vooral laten behouden. U heeft duidelijk geen idéé waar u bent. Maar u zegt me gedag en bedankt me, alsof u nog precíes weet waarvoor ook alweer.

Als een idioot stoor ik de receptioniste in haar gesprek om nú meteen te melden dat deze Mevrouw waarschijnlijk de afdeling heeft verlaten, terwijl dit niet de bedoeling was. En dat ik niet wil dat ze met haar kopje thee per ongeluk het terras achter zich laat en nietsvermoedend in het grote, boze park zal belanden. Met een stevige blik knikt de jonge meid. Die snapt het. En in no-time is er een zorgcoach in beeld die al snel arm in arm met Mevrouw (laten we zeggen ‘van Zon’) weer voorbij sloft. Richting de deur. De deur met de code. De code die daar niet voor niks nodig is.

Ik groet u twee minuten later tijdens het passeren en wens u een prettige avond. U wenst mij hetzelfde, met een lege blik in uw ogen. In het voorbijgaan hoor ik u tegen de verzorgster zeggen.. ik weet het niet… ik heb die dame nog nooit gezien. U haalt daarbij uw schouders op.

Lieve Mevrouw, ondanks alles lijkt u zo krachtig. Ik hoop dat u in uw leven die twinkeling vaak in uw ogen heeft gehad. En dat die er nog vaak mag zijn. Al is het dan op een andere manier, misschien van kortere duur en op basis van een niet te plaatsen maar mogelijk tóch goed en puur gevoel.

Ik wens dat die twinkeling het alsjeblieft nog vaak mag winnen van die lege, kille andere blik.

Want die twinkeling Mevrouw… die staat u werkelijk prachtig!


Janneke Verhoeven22 augustus 2018
WhatsApp-Image-2018-08-22-at-21.17.58-1024x576.jpeg

4min

Zo! De kinderen rennen blij door de fonteintjes op de Heuvel en ik nestel me in de stralende zon op een bank. Ik ben met een verse jus in de zachte kussens neergeploft.

Ik kijk om me heen. En zie jullie. Twee frisse tortelduifjes in spé. Ik aanschouw en ik lach.

Eerste date schat ik in. Leuk! Beiden netjes (maar vlot) gekleed voor een stijlvolle lunch op een zonovergoten terrasje. De sfeer van het aftasten is voelbaar aanwezig; voorzichtig oogcontact, een verlegen lach. Hij legt snel een stiekeme hand op je arm. Hij snapt het. Ik zie hoe heel even jouw adem stokt en hoe je hier speels de aandacht van af weet te leiden. Je bent afwachtend met bestellen. Ik zíe je denken: Help, ik móet een wijntje hebben, gewoon één glas! Shit, gaat hij nou éérst nog aan de koffie?? Maar zachtjes zeg je: voor mij ook een koffie alstublieft, zwart.

Hij is even naar het toilet. Jij pakt snel je telefoon en voert het kortste gesprek éver. Ik hoor je hardop fluisteren: Suus, ik zei het je! Dit is hem! Bel je straks nog. Doei! Een brede, ontspannen lach volgt om vervolgens snel je telefoon weg te stoppen en je weer in je nog íetwat stugge date-houding te storten. Want: he’s back. Jouw hunk!.En jij hebt hem in gedachten al làng doorgestuurd naar de volgende ronde. Maar Hey, No Way dat je dat laat merken. Playin’ hard to get. Dàt is jouw plan!

Maar dan is er, als donderslag bij heldere hemel, ineens geen stukje stijl meer te herkennen in dit geheel. Weg plan! High heels of niet: je staat op, rent, fladdert en springt over het terras. Je haren door de war, je voet zwikt om, de koffie valt om en je slaat als een dolle om je heen. Alle blikken zijn op je gericht.

Eindelijk na een minuutje: doel bereikt. Hij is weg, die (f#kking!) wesp. Je zucht, bloost, lacht en zegt: ja sorry.. wespen.. daar ben ik geloof ik niet zo goed in.

Maar lieve schat, hij hóórt jou al làng niet meer. Hij is overduidelijk compleet als een blok voor je gevallen. Want: hij zag net een pure jij. Weg masker, weg rol. Hij zag jóu! En dat staat los van je fantastische wespentaille, dat je bloedmooi bent is echt maar bijzaak. Glunderend hangt hij vervolgens als de zoetste honing om je heen. Hij veegt met een hand je haar uit je gezicht. In slowmotion, net als in de film..

Wesp is weg en je date is weg van jou. Wat wil je nog meer?

Ik zie mijn jongens samen met een hele bubs andere kinderen nog lekker door het water rennen. Genietende ouders en grootouders kijken toe. Wàt een feestelijke fonteintjes toch.

Ik neem nog een slok van mijn koele, verse jus, glimlach in mezelf en vraag me af wie er hier nou eigenlijk speelser is; Een blij fontein-springend-kind? Óf misschien tóch Miss High heels herself…?

 


tankstation-1024x320.jpg

6min

Een lange rij bij de kassa van een Tilburgse benzinepomp. Ik vraag me af waarom het tempo zo laag ligt. Betrap mezelf tegelijkertijd op mijn ‘haast-gevoel’. Precies dàt stukje waaraan ik me vaak irriteer als ik het bij anderen bespeur. Ik doe het zelf dus ook!

“Niezo sjouwe meske”, zou mijn oma zeggen. Relax! Maar ja, de ietwat kwetsbare combinatie van kind alleen in auto plus allemaal reuze interessante knopjes, maakt toch dat die rij mij niet snel genoeg kan gaan.
Dus: check, ik hoor er hartstikke bij; ‘de haastige Tilburger’. (Klein verbeterpuntje..)

Ik schuif weer een plek op. Joehoe! De hippe man voor mij staat hardop te bellen. ‘Gezeik’ met zijn (denk ik) vriendin. Over het (volgens haar) feit dat hij gisteren gerust ‘d’n èèrpel’ al eerder op had kunnen zetten. Daardoor had hij actief mee kunnen denken in het ‘avond-ritueel-proces’. En dat had nu, blijkbaar door hem, verschrikkelijke vertraging opgelopen. Ik kan elk woord verstaan en geloof mij; rotte vis is er niks bij. Hij kijkt om, ik haal snel de grijns van mijn gezicht. Hij zet acuut het volume van zijn telefoon zachter en werpt een hoopvolle blik op de verlepte benzinepomp bloemen in zijn hand. Ik hóór hem denken; beter dit dan niks. Hij trekt zijn mondhoek op, waarschijnlijk wetende wat er thuis nog komen gaat. Mijn mimiek doet automatisch hetzelfde en ik wens hem met een soort van ‘sterkte knipoog’ het beste. Tiswat.
Ik werp snel een blik op de auto met godzijdank nog steeds mijn kleuter erin. Ik zie nog géén uit het raam-klimmend kind; gaat ogenschijnlijk prima. Mooi. Ik zwaai even; Joehoe, mama ziet je hoor!

Hoppakee. Ineens sta ik vooraan. De kauwgom-knauwende-zonnebankbruine-vriendelijk-lachende dame groet mij luid en duidelijk goedemorgen.
“Pompje nummertje 4?”, klinkt de schelle (auw, het is nog vroeg!) vrouwenstem. Ja, klopt Bingo! “Ennn deze kauwgom durbijdoenvooruuu?” Nee die hoef ik niet, ik dacht ik leg ze voor de gezelligheid op de toonbank?!
We gaan door met the next question, want ik bevind me blijkbaar in een onaangekondigde ‘stel-zoveel-mogelijk-onzinnige-bezinepomp-vragen-in-1-minuut-quiz’. We gaan door met de: “Spaartuuuu zegeltjes voor de pannenset?” Neuj, ik heb al pannen. “Heeftuuu ook al de puntenpas?” Nee! En die hoef ik ook niet! Dit is trouwens al de 3de keer deze week dat je dat aan me vraagt luid-sprekende-als-navigatiestem-klinkende-dame. “Wiltuuuuu die daneennn?” NEE, dan had ik dat die andere 2x al wel gezegd!! “Wiltuuu er ook nog iets te drinken bij?” Denk je niet dat ik dat dan wel mee naar de kassa had genomen? Offff trakteer je me soms?? Zeg het maar! “De Mentos is nu 2 voor de prijs van 1” Proficiat, dit is werkelijk fantàstisch nieuws!
“Pinnenofcontant?” Pinnen! Nu!
“Bonnetjedurrrrbij?” Neeeee, ik wil gewoon dat je niks meer vraagt!

Ik zeí dit allemaal niet echt. Nee, ik dàcht het alleen maar, terwijl ik er zeer waarschijnlijk akelig schaapachtig bij stond te kijken. Telkens weer neem ik me voor om ‘de volgende keer’ eens lekker cynisch te reageren; vragen of dit onderdeel is van het inwerkprogramma, of de vragen ook in een andere volgorde gesteld mogen worden. En of er nog meer variaties bestaan? In misschien wel andere toonsoorten.. Maar dan wint mijn respect voor deze Mevrouw het wéér van mijn kriegelige gevoel. Het respect voor deze dame, die dit dag in dag uit doet.
Dus steeds hoor ik mezelf weer zeggen: “Bedankt hoor, ook een fijne dag”. En keer op keer krijg ik een oprechte glimlach van haar terug. BAM! Hierdoor loop ik telkens opnieuw met een lach op mijn gezicht naar mijn auto terug.

Een pure glimlach! Check. En daar ben ik blij mee, want díe spaar ik namelijk wél.

Niksginnespaorkaortvurnôodignie

 


file-20171031-18725-120jylc-1024x504.jpg

4min

Dinsdagmiddag, spoedbezoekje aan de supermarkt. De Jumbo, bij de Aabe-fabriek. Wat een heerlijke plek om je boodschappen te doen; alles in de buurt. Maar goed, snel dus nog even de dingen halen die ik steeds opnieuw vergeet. Caviavoer, tandenpasta en nog een paar dingen. Komt omdat ik het vertik een lijstje te maken. Vind ik gewoon suf (lees: ontkenningsfase). De een kijkt ‘Omroep Max’ en ik doe mijn boodschappen zonder een lijstje te gebruiken. Ik voel me eigenwijs vrij om mijn eigen vorm van geheugentraining te kiezen. Of dat nou slim is of niet. Het trok eigenlijk nooit meer bij na mijn zwangerschappen.

Dat dus.. Ach ja. Als dat alles is..

Daar staan ze dan samen. In de rij van de schoonmaakspullen. Hij een legergroene afritsbroek gecombineerd met een tijdloze ruitjesblouse. Zij een nostalgische spijkerstof overgooier met pantysokjes. Haar combinatie nonchalant afgemaakt met de tegenwoordig wederom hippe blauw-witte doucheslippers. Sjef en ‘onze’ Toos. Staan lekker hardop te bekvechten. Geen van beiden kijkt om zich heen in de zin van: wat zouden andere mensen hiervan denken? Ze hebben er duidelijk volledig ‘schijt aan’. En dat mag ik wel!

“Toos, dè spul vatte nie war, dè werkt nie vur die-je schimmel”, snauwt Sjef haar toe. “Wè nie?”, zegt Toos. “Ik gao dè wél doen, want ons Marie heejtok gedaon zeese, en die heej vort un schôn muurke in de does”.

“Ik vat gín HG Toos! Jullie-en Marie kan de pot op meej dr schôn muurke. En aaners doedet vort mar zelluf ok”.

Diepe zucht door Sjef. Toos gooit er nog even een harde en flink geïrriteerde, “Och, houw toch oew bakkes gij” uit. Ik moet erom lachen. Zachtjes. En de vrouw naast mij ook, ze knipoogt naar me. Een rij verderop hoor ik ze nóg. Heer-lijk! Ik krijg er een soort van ‘Man-Bijt-Hond-Gevoel’ van. Puur, eerlijk, alledaags; gewoon zoals het is! En niet mooier dan dat.

Ik denk dat ze dit zo met alles doen. Ook thuis. “Sjef! Vatte gij nou alwir tweej kuukskes bij oew bakske?”. Mooi man, maar tegelijkertijd dus ook de reden dat ik weer eens volledig ben afgedwaald van mijn strak ingezette focus slash geheugentraining. Shit, tandenpasta vergeten. Afgeleid. En ik ben dus alweer thuis. Haha, zo gaat dat dus.

Als beelddenker zie ik natuurlijk weer van àlles voor me. (En geloof me, dat is níet altijd fijn! Maar oké, deze keer valt het mee). Nu dus hun huis met van die nostalgische bruin-rood gekleurde prik-kleedjes op de eettafel met daarop een zware, glazen groene asbak. Heerlijke tegeltjes aan de wand met oldschool spreuken; ‘Oost West Thuis Best’. Geen moderne: ‘In dit huis hebben we lief, lachen we met elkaar’ enz. enz. voor onze Sjef en Toos.

Niet te vergeten zie ik nog een een grote vogelkooi voor me, helemaal achter in de tuin. Waar Sjef zich met regelmaat terug kan trekken in de buitenlucht. Naar zijn vogeltjes kijken in stilte.. éven gewoon ‘hummel’ niks aan z’n hoofd.

En geef hem eens ongelijk 😉


Janneke Verhoeven5 april 2018
Station-Tilburg-1024x647.jpg

5min

Daar ren je. Op het perron in Breda. Petje op, achterstevoren, kettingen om. Ik schat je een jaar of 20. Er ontbreken een paar van je boventanden en je bent duidelijk magerder dan dat je zou moeten zijn. Je kaaklijn is vlijmscherp. Als een net geslepen potlood jou zou moeten tekenen op lichtgevend wit papier, dan zou het jouw lijnen snijdend strak weergeven. Je wangen zijn diepe kuilen.

Je bent met je moeder. Zij verliest jou niet uit het oog. Ze draagt twee tassen bij zich. Vaal geworden bigshoppers met veel spullen erin; truien, een koffiemok. Ze volgt jou elke stap. En jij houdt ook haar nauwlettend in de gaten. Haar haren zijn vet en plakken als slierten tegen haar wangen. Jullie lijken zenuwachtig, allebei.

Jij rent gejaagd naar de Kiosk op het perron en vraagt aan het meisje of deze trein toch écht naar Eindhoven gaat. Ze kijkt minachtend naar je en zegt bot: “Staat op het bord, dus zal wel dan hè”. Ze had geen zin in jouw vraag? Maar ze lacht wél vriendelijk naar de volgende klant. Waarom? Je sprak haar nog wel zo netjes aan. Ze lachte je eigenlijk gewoon uit.

Ik denk dat jij je heel verantwoordelijk voelt voor jouw moeder. Jij zal er hóe dan ook voor zorgen dat die éne keer reizen met de trein goed gaat. Jij bent de man die ervoor zorgt dat het goed komt vandaag. Dat beloofde je haar immers. Je gaat er alles aan doen om haar dus niet teleur te stellen. De man met zijn missie! Deze mogelijke waarheid vul ik in. Dat gaat vanzelf..

De trein is er. Jullie stappen in. Je ogen schieten schichtig op en neer. Ik hoor je hardop (slissend) zeggen: “Dit is hopelijk de trein naar Eindhoven”. Een verkapte vraag. In de hoop dat íemand dit even wil bevestigen. Ik mis je blik, helaas. Het blijft stil. Mensen draaien zich van je weg en jij baant je als vastberaden ‘leading man’ een weg in de drukte om voor je moeder een zitplaats te regelen. Want; ze heeft zo te zien volle bak vertrouwen in jouw kunnen.

Ik zit in het tussenstuk op een wiebelig kraak-stoeltje. Jullie houden mij bezig merk ik. Het valt me op dat nét nu niet wordt omgeroepen waar we ons bevinden. Je zal je vast niet op je gemak voelen. Ik kijk de coupé in. Ik zie je ijsberen en gebukt uit het raam kijken in de hoop dat een voorbij zoevend perronbord je antwoord wil geven op jouw prangende vraag..

We razen vliegensvlug voorbij de Zeven Geitjes, de Universiteit. Het kroepoekdak komt in al zicht en ik zie van een afstand de drukte bij EVE. De mensen buiten lijken vanuit de trein op actieve mieren, die zich van A naar B verplaatsen.

En dan staan we stil. Tilburg. Centraal. Mijn stadje. Ik ben thuis. Volgende stop is Eindhoven. Ik stap uit en loop snel zoekend langs de coupé. Je bleke, ingevallen gezicht is zelfs door de vieze, met modder besmeurde treinramen direct te zien. Ik kijk je recht aan, steek mijn duim omhoog en articuleer 2 woorden: ‘Naar-Eindhoven’. Met een ja-knikkend gebaar ondersteun ik mijn boodschap. Je glimlacht naar me. En geloof me, die is zeker niet minder mooi ‘met zonder tanden’. Je lijkt opgelucht. Ik zie nog nét dat je een hand op je moeders schouder legt en naast haar gaat zitten. De trein trekt gestaag weer op en rijdt me langzaam voorbij.

Weet je jongen.. Ik ken jou niet, maar ik ben gewoon onwijs trots op je. Nu hoef je alleen nog maar het stukje Tilburg- Eindhoven denk ik, terwijl de bomvolle roltrap mij naar beneden brengt. Ik hoop echt van harte dat jullie je daar net zo thuis mogen voelen als ik mij hier.

Jij bent overduidelijk ‘The man voor jouw moeder’ vandaag!
You did it!

Met de groetjes uit Tilburg.

Janneke Verhoeven


Janneke Verhoeven12 maart 2018
IMG-1705-1024x768.jpg

5min

Ja! Ik zie je wel! Jij zonnige, voorzichtige voorjaarsdag. Ik zie je heus wel lonken en ik voel je sterke aantrekkingskracht. De vogels roepen me al fluitend toe. Dàt geeft dat de doorslag. Ik gris mijn jas van de kapstok en stap naar buiten. Even een stukje lopen, langs de mooie Piushaven.

Het is zo’n dag dat je pas te laat denkt, ‘Shit mijn zonnebril’. Omdat dat die zomerse routine, na de donkere winterdagen, simpelweg nog niet opnieuw in mijn systeem zit.

Ik knijp mijn ogen tot spleetjes samen, want de zon is scherp. Rechts van me zie ik een paar waggelende eenden van de kant hupsen, zo het water in. Het doet me denken aan de zongebruinde kinderen op de Franse camping. Die na een lange ochtend ‘dorpjes bezichtigen’ dan eindelijk het zwembad in mogen plonsen. Want dat was immers de afspraak zeggen hun ouders dan; soms gaan we even een ochtendje rondrijden, want we willen natuurlijk wél wat van de omgeving zien. F*ck die omgeving met die marktjes en bakkerijtjes denken die kinderen dan. De zon schijnt pap en mam! Wij willen gewoon zwemmen!! Op de valreep worden ze dan óók nog teruggefloten.Want: Éérst nog de verplichte insmeer sessie voltooien en de vergeten zwembandjes aan. En dan mogen ze pas écht het water in.

JA, zo zien deze eendjes eruit! Enthousiast en uitgelaten; klaar voor een bommetje.

Ik loop ondertussen al mijmerend een bejaard stelletje voorbij. Ter hoogte van de brug bij Villa Pastorie. De mevrouw heeft een broodzak in haar hand. De gespaarde korstjes beleven hun laatste momenten in deze doorzichtige zak. Om vervolgens liefdevol en gericht het water ingegooid te worden. De meneer kijkt trots naar haar en dan naar mij. Het is mij duidelijk dat hij ervan geniet.

Ik denk eigenlijk dat ze ook zo lief voor hém zorgt. Misschien doen ze dit samen wel dagelijks, want de toegesnelde eenden lijken haar te herkennen. Vraag me niet hoe ik dat zie aan die eenden trouwens. Maar ik denk gewoon dat het zo is!

Mooi tafereeltje dit; de zon, de blik van de meneer, de zorgzame mevrouw en de blije eenden. Als ik me in een flits weer in Frankrijk waan, dan denk ik aan het spontane ijsje na het zwemmen. Het lekkers dat niet hóeft, maar er wel ineens is. Gewoon, voor de verwennerij. Zouden deze eenden dit ook zo voelen?

Een uur later. Nog steeds straalt de zon. De stiekem best wel frisse wind heeft inmiddels voor rode wangen gezorgd. Ik heb ontzettend veel zin in een grote mok verse muntthee en wandel langzaam weer terug richting huis. Ik kijk nieuwsgierig nog even de woonboten in, kijken of daar nog wat te zien is. Her en der ontsnapt er een “Hoi”, omdat ik een bekende voorbij zie fietsen.

De ‘broodmevrouw’ en haar man zijn op een bankje aan het water neergestreken. Ik nader ze lopend over het houten wandelpad. Niet geheel soepel staat meneer op, gesteund door zijn wandelstok. “Lekker hè dat zonnetje”, klinkt zijn zware, krakerige stem. “Efkes un stukske kuieren”. Vol vanzelfsprekendheid pakt hij de hand van zijn lief stevig vast. Ze kijken elkaar aan en, jawel, ik zie een vonk overspringen. Ik zag het, daar gebéurde iets. Daar vloog de liefde zómaar door de lucht. Na misschien wel heel veel jaren samen: puur gebleven. (Ja, ik vul het in, maar dat mag ik van mezelf). Daar kunnen veel jonge stelletjes nog iets van leren! Want díe vonken missen met regelmaat hun bestemming. Omdat er niet in elkaars ogen, maar op een mobieltje gekeken wordt.

Speels geeft meneer een tik op de bil van mevrouw, met de onderkant van zijn wandelstok. Mevrouw giegelt gevleid en meneer kijkt puberaal ondeugend.

Geweldig toch? Niks nodig; enkel de zon, elkaar, een stok en wat korstjes brood.

Glimlachend slenter ik verder.

En ik vraag me ineens af of ze in de verzorgingstehuizen (net zoals in de kleuterklas) eigenlijk ook aan ‘de-week-van-de-lentekriebels’ doen..

Volg Janneke gerust ook op haar Facebook-pagina ‘Little Things Enzo’ (by Jans).