Devlyn Lentjes12 november 2018

7min

De LocHal: een gebouw met een rijk verleden, waar de toekomst centraal staat. Om bij deze toekomst een beeld te schetsen vroegen we 6 mensen die allemaal op hun eigen manier betrokken zijn bij de LocHal, naar hun droombeeld. Zij vertellen wat de LocHal voor hen betekent en hoe zij de toekomst van het gebouw voor zich zien. Het eerste droombeeld is van Wim Bens, directievoorzitter Rabobank Tilburg en omstreken.

Op welke manier ben je betrokken bij de LocHal?
„Ik ben nu zo’n 7 jaar actief in Tilburg en vanaf het begin ben ik geïnteresseerd geweest in de ontwikkelingen van de Spoorzone. Er stond daar een immense hal waarin ik meteen mogelijkheden zag, maar waarvan ik anderzijds ook dacht “Wat moet je ermee?”. Als ik nu zie wat er van zo’n prachtige hal gemaakt kan worden, dan ben ik enorm trots.

Zo denk ik ook over de hele Spoorzone. Het is een ontwikkelingsgebied, dat elke dag een beetje verandert en nog lang niet klaar is. Dat vind ik mooi om te zien en om daaraan mee te helpen. Ik geloof erin dat het van grote toegevoegde waarde kan zijn voor de stad en we moeten het met zijn allen voor elkaar zien te krijgen. Dus ik help graag mee om bijvoorbeeld de LocHal, Station88 en Hall of Fame te promoten.”

Wat betekent de LocHal voor jou?
„Ik vind het prachtig dat je oude omgevingen heel modern kunt maken. Dat we met elkaar een investering willen doen om het eigentijds te maken, maar tegelijkertijd altijd de herinnering blijven houden aan het verleden. Dat de NS destijds met haar werkplaats midden in de stad zat, dat kan je je nu haast niet meer voorstellen. Nu vinden er in datzelfde gebied weer andere bedrijvigheden en activiteiten plaats. Dat is een prachtig verhaal vind ik, dat we moeten blijven vertellen.”

Wat zie je voor je wanneer je denkt aan de LocHal over 5 jaar?
„De LocHal is indrukwekkend, inspirerend, uitdagend maar ook sfeervol. Het is een fijne plek om te zijn. Dat betekent dat heel veel mensen deze plek op gaan zoeken. Waarbij ik niet denk aan alleen Tilburgers. Ik denk dat het gebouw een nationale plek gaat krijgen. Het is een plek die een bezoek aan Tilburg extra waardevol maakt. Het zal onderdeel uit gaan maken van de dingen in de stad die je wil gaan bezoeken. Ik denk dan aan het Textielmuseum, De Pont, maar ook uitgaan in de binnenstad. De LocHal zal straks niet ontbreken aan je bezoek. Iedereen zal zeggen: “Heb je ook de LocHal gezien?”.

De LocHal heeft een industriële uitstraling, je ziet er de werkplaats van 50 á 60 jaar geleden nog in terug. Het zal het een plek worden waar het verleden zich gaat verbinden met de toekomst. Van het verleden kun je leren en ik denk dat zo’n plek gaat helpen om dialoog te voeren, discussies te voeren, maar ook gaat dienen als locatie voor nationale congressen.”

Hoe denk je dat de LocHal kan bijdragen aan het ondernemersklimaat in de regio Tilburg?
„Ondernemers in Tilburg houden van een rauwe omgeving, waar het “werken” uitstraalt. Ze willen graag op een plek met elkaar praten waar ze zich thuis voelen. Ik denk niet dat het meteen zal gebeuren, maar ik zie de Spoorzone als totaliteit wel als een plek waar ondernemers elkaar ontmoeten. In de Spoorzone zit Station88 en de Koepelhal, als voorbeeld.

Dit zijn plekken waar je enorm veel mensen kwijt kan, net als in de Glazen Zaal in de LocHal. De Spoorzone is dus perfect om heel veel ondernemende mensen bij elkaar te brengen.

De Rabobank heeft dit jaar 013Food gelanceerd, waarmee jullie ook een bijdrage leveren aan duurzame voedselvoorzieningen. Op wat voor manier sluit 013Food aan bij het Foodlab dat in de LocHal komt?
„013Food is een platform voor mensen die met voeding bezig zijn en van elkaar willen leren. Het is voor mensen die de voedselveiligheid en -gezondheid willen verbeteren en minder voedsel willen verspillen. Er zijn in Tilburg al heel veel initiatieven op dit gebied, maar helaas weet niet iedereen dit. Het platform brengt mensen bij elkaar. Dan zie je dat restaurants heel erg op zoek zijn naar vernieuwing en met name naar hoe ze voedselverspilling tegen kunnen gaan. Mensen uit andere sectoren willen hier aan bijdragen en 013Food brengt deze mensen bij elkaar.

Op dit moment zit 013Food nog in de Rabobank, maar het hoort thuis in het Foodlab als je het aan mij vraagt. Ik zie de LocHal als een bolwerk van kennis en daarom denk ik dat 013Food perfect past in het Foodlab. Ik zie een mooie toekomst voor 013Food als platform in combinatie met de LocHal.


Geheugen van Tilburg12 oktober 2018
Katholieke-Plattelandsjongeren-ontmoetingsdag-ca-1965-fotografie-Wil-van-Dusseldorp-1017x1024.jpg

5min

Katholieke Plattelandsjongeren, ontmoetingsdag ca 1965 – © Wil van Dusseldorp 

Op het Panorama Deck van het Textielmuseum wordt van zondag 21 oktober tot en met zondag 4 november het werk getoond van fotograaf Wil van Dusseldorp. Zijn werk omvat een tijdspanne van veertig jaar en brengt de metamorfose van Tilburg Textielstad naar trotse stad van makers in beeld. In 2008 droeg Van Dusseldorp een groot deel van zijn negatievenarchief over aan Regionaal ArchiefTilburg, waar het wordt bewaard. Het gaat om vele duizenden negatieven, waaruit een selectie is gemaakt om te digitaliseren. Deze selectie is gescand en het resultaat is nu voor het publiek te bewonderen via de website van het archief. Nu de klus is geklaard wordt in de expositie de schijnwerper gezet op dit bijzondere werk.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw leed Tilburg zwaar onder de teloorgang van de textielindustrie. Fabriekspanden stonden leeg, vlogen in brand of werden afgebroken. Werknemers werden massaal ontslagen, er heerste armoe en verval in de stad. Toch krabbelde de stad langzaam weer overeind: Tilburg transformeerde van Textielstad naar Industriestad. Gevestigde industrieën maakten een doorstart, nieuwe industrieën vestigden zich in de stad. Uitdagende architectuur gaf de stad een ander, moderner gezicht. De stad breidde uit, naar het noorden, naar het zuiden, naar het westen. Kunst en cultuur bloeiden op: er kwam een prachtige schouwburg, de kunstacademie en het conservatorium wisten de afgestudeerden en hun werk aan de stad te verbinden, museum De Pont en het vernieuwde TextielMuseum trekken inmiddels wereldwijd bezoekers. En Wil van Dusseldorp registreerde al deze ontwikkelingen, ving ze als het ware in beelden. Hij fotografeerde de veranderingen met een bijzonder oog voor ritme: zijn foto’s zijn vaak composities van lijnen en vlakken. Vaak zijn het herkenbare plekken in de stad, soms zijn het haast abstracte beelden van producten die in Tilburg gemaakt werden.

Nieuwbouw Mariaziekenhuis nu ETZ. ca.1965 – © Wil van Dusseldorp 

Na de overdracht van zijn werk aan het archief was het lang stil. De negatieven werden zorgvuldig opgeslagen, maar waren voor het publiek niet in te zien. De klus om van zo’n 15 strekkende meter volgepakte archiefdozen een mooie en representatieve selectie te maken, werd uiteindelijk door Van Dusseldorp zelf gedaan. Alle negatieven werden nog eens bekeken, op waarde geschat en er werd een selectie gemaakt die voor Tilburgers interessant is. Trouw elke woensdagochtend pakte Wil een aantal dozen uit, hij bekeek de negatieven kritisch en voorzag ze van een vinkje als ze in aanmerking kwamen om gescand te worden. De circa 2000 afbeeldingen die door de selectie kwamen, staan nu op de online fotodatabank van het archief.

Hogeschool Tilburg ca 1968 – © Wil van Dusseldorp

Gescande beelden zijn leuk om thuis online te bekijken, maar niets is mooier dan de foto’s “in het echt” te bekijken, afgedrukt, zoals de kritische fotograaf het bedoeld heeft. Een dertigtal afdrukken is tot en met 4 november te zien in het TextielMuseum, aangevuld met veel digitale beelden.

Expositie Ritme van een nieuwe stad – 21 oktober t/m 4 november – TextielMuseum, Goirkestraat 96 Tilburg.
Online zijn ruim 2.000 foto’s te bekijken bij onze vrienden van het Regionaal Archief: www.regionaalarchieftilburg.nl


Lonneke26 september 2018
DSC7622.2-1024x680.jpg

5min

Het is al vroeg druk op de Day of the Young Artist. Een evenement dat eens in de paar jaar wordt georganiseerd door Kunstpodium T in samenwerking met museum De Pont. Op de Day of the Young Artist staat jong talent centraal. Er worden lezingen, presentaties en workshops gegeven waarin stil wordt gestaan bij het kunstenaarschap anno 2018. 

Nieuwe wereld
Een horde jonge kunstenaars, allen gepaard met een fel groen tasje met informatie en goodies dat werd uitgedeeld bij de inschrijfbalie, staat op de parkeerplaats van museum De Pont. Wachtend tot de deuren open gaan. Ons kent ons, ik ken niemand. Het is een hele nieuwe wereld, die van de jonge kunstenaars. Ik ben benieuwd wat de dag gaat brengen. 

Inspirerende woorden van de directeur
De deuren gaan open en het is tijd voor het openingswoord van Hendrik Driessen; de directeur van De Pont. In mijn groene tas vind ik een super handige notitieblok van Cultureel-Ondernemen en een pen van Kunstpodium-T. Komt goed uit, want top journalise die ik ben, was ik mijn kladblok en pen totaal vergeten. We gaan over op English, want er zijn veel internationale studenten en artists aanwezig. Driessen benadrukt: “Om echte kunst wordt vaak niet gevraagd, dat wordt op den duur onvermijdelijk. Geef dus niet op! Hard werk kan het verschil maken.” Inspirerende woorden van een man die zelf is begonnen in de creatieve sector, erachter kwam dat hij niet de meest inspirerend artistieke persoon was, en toen maar een van de meest geliefde musea voor moderne kunst van Nederland is begonnen. 

Druk programma
De rest van de dag zijn er verschillende interviews, lezingen en workshops waarin de wisselwerking tussen jonge kunstenaars, kunstacademies en de afzetmarkt centraal staat. Het blijkt een kunst op zich om als jonge kunstenaar opgemerkt te worden in de creatieve sector. Gedurende de dag hoor ik veel over de successen, maar vooral over de struggles van kunstenaars. Zowel van gevestigde namen als beginnende artiesten. Er worden veel tips & tricks uitgewisseld en er wordt veel gediscussieerd. Ik merk dat het programma van de Day of the Young Artist de spijker op de kop slaat. Dit is waar de kunstenaars voor kwamen; hulp, geruststelling en ervaringsdeskundigen. 

Exotica
Het museum zelf is ook open gedurende de middaguren en dat laat ik me geen twee keer zeggen. Tussen het stil zitten tijdens de presentaties (waar ik heel slecht in ben) door strek ik even snel de benen bij de nieuwe tentoonstelling van Anne en Patrick Poirier genaamd Exotica. Een expositie die de kwetsbaarheid van cultuur, natuur en de mensheid in beeld brengt. Een welkome afwisseling.

Exotica

Workshop
Tijd voor de workshop ‘Towards cultural entrepreneurship’. In deze workshop wordt de zakelijke kant van het kunstenaarschap aangekaart en worden er veel tips gegeven over het verkopen van jezelf en je kunst. Ook handig voor ‘non-kunstenaars’ als ik zelf.

Ik weet zeker dat de Day of the Young Artist veel jonge kunstenaars een duwtje in de goede richting heeft gegeven. Zelf vond ik het vooral interessant om een kijkje in een, voor mij totaal onbekende wereld, te nemen; die van de jonge kunstenaar.