Lonneke26 april 2019

6min

Je hebt het waarschijnlijk al ergens gelezen, voorbij zien komen op Instagram of gehoord van zo’n misselijke vriend die je jaloers probeert te maken; maar het surrealistische kunstwerk Doloris is bijna open en de eerste genodigden mochten het doolhof gisteren al betreden. Raad eens wie daar bij waren? Jazeker, het was Wij Zijn Tilburg. En we zijn gebleven tot laat in de avond. 


Redactie WijZijnTilburg29 november 2018
Schermafbeelding-2018-11-29-om-13.34.22-1024x575.png

3min

Merel Baldé, ook wel bekend als MEROL, komt op 5 april 2019 lekker met de meiden meiden meiden naar de Hall of Fame! De Youtube video van de culthit heeft inmiddels meer dan een miljoen views en is voornamelijk bekend onder studentikoos Tilburg.

MEROL maakt catchy, Nederlandstalige popmuziek. De roodharige femme fatale is charmant, ondeugend en een tikkeltje ordinair. Met haar cheeky teksten, jaren ’80 synth en gezonde dosis zelfspot, weet ze ieders hart te veroveren. Op Valentijnsdag 2018 bracht MEROL haar eerste EP genaamd BOTER uit en de videoclip IK WIL EEN KIND VAN JOU, die binnen no-time viral ging. In de zomer van 2018 bracht ze de single LEKKER MET DE MEIDEN uit, voor ons dé zomerhit van 2018!

En hoewel we natuurlijk allemaal vooraan staan en luidkeels “Lekker met de meiden ooh aah Lekker met de meiden ooh la la” meezingen, staat eigenlijk de avond in het teken van Stippenlift. Dit is het alter-ego van zanger en producer Hugo van de Poel. Zelf noemt hij de muziek d e p r i w a v e, wat wellicht al voldoende zegt. De zwaarmoedige teksten over huilen, leed en depressie worden omlijnd met elektronische muziek zonder opsmuk, in combinatie met de videoclips lijkt het een beetje op KRO Kindertijd meets Het Klokhuis meets LSD. Na een bescheiden kersthit “Huilen (kerst)” in 2016, volgden er in 2017 de albums “Chaos In Het Universum” samen met Faberyayo en “Dit Is Stippenlift”, een best-of van de eerste EP’s van de artiest. Hier vind je het event.


Janneke Verhoeven5 april 2018
Station-Tilburg-1024x647.jpg

5min

Daar ren je. Op het perron in Breda. Petje op, achterstevoren, kettingen om. Ik schat je een jaar of 20. Er ontbreken een paar van je boventanden en je bent duidelijk magerder dan dat je zou moeten zijn. Je kaaklijn is vlijmscherp. Als een net geslepen potlood jou zou moeten tekenen op lichtgevend wit papier, dan zou het jouw lijnen snijdend strak weergeven. Je wangen zijn diepe kuilen.

Je bent met je moeder. Zij verliest jou niet uit het oog. Ze draagt twee tassen bij zich. Vaal geworden bigshoppers met veel spullen erin; truien, een koffiemok. Ze volgt jou elke stap. En jij houdt ook haar nauwlettend in de gaten. Haar haren zijn vet en plakken als slierten tegen haar wangen. Jullie lijken zenuwachtig, allebei.

Jij rent gejaagd naar de Kiosk op het perron en vraagt aan het meisje of deze trein toch écht naar Eindhoven gaat. Ze kijkt minachtend naar je en zegt bot: “Staat op het bord, dus zal wel dan hè”. Ze had geen zin in jouw vraag? Maar ze lacht wél vriendelijk naar de volgende klant. Waarom? Je sprak haar nog wel zo netjes aan. Ze lachte je eigenlijk gewoon uit.

Ik denk dat jij je heel verantwoordelijk voelt voor jouw moeder. Jij zal er hóe dan ook voor zorgen dat die éne keer reizen met de trein goed gaat. Jij bent de man die ervoor zorgt dat het goed komt vandaag. Dat beloofde je haar immers. Je gaat er alles aan doen om haar dus niet teleur te stellen. De man met zijn missie! Deze mogelijke waarheid vul ik in. Dat gaat vanzelf..

De trein is er. Jullie stappen in. Je ogen schieten schichtig op en neer. Ik hoor je hardop (slissend) zeggen: “Dit is hopelijk de trein naar Eindhoven”. Een verkapte vraag. In de hoop dat íemand dit even wil bevestigen. Ik mis je blik, helaas. Het blijft stil. Mensen draaien zich van je weg en jij baant je als vastberaden ‘leading man’ een weg in de drukte om voor je moeder een zitplaats te regelen. Want; ze heeft zo te zien volle bak vertrouwen in jouw kunnen.

Ik zit in het tussenstuk op een wiebelig kraak-stoeltje. Jullie houden mij bezig merk ik. Het valt me op dat nét nu niet wordt omgeroepen waar we ons bevinden. Je zal je vast niet op je gemak voelen. Ik kijk de coupé in. Ik zie je ijsberen en gebukt uit het raam kijken in de hoop dat een voorbij zoevend perronbord je antwoord wil geven op jouw prangende vraag..

We razen vliegensvlug voorbij de Zeven Geitjes, de Universiteit. Het kroepoekdak komt in al zicht en ik zie van een afstand de drukte bij EVE. De mensen buiten lijken vanuit de trein op actieve mieren, die zich van A naar B verplaatsen.

En dan staan we stil. Tilburg. Centraal. Mijn stadje. Ik ben thuis. Volgende stop is Eindhoven. Ik stap uit en loop snel zoekend langs de coupé. Je bleke, ingevallen gezicht is zelfs door de vieze, met modder besmeurde treinramen direct te zien. Ik kijk je recht aan, steek mijn duim omhoog en articuleer 2 woorden: ‘Naar-Eindhoven’. Met een ja-knikkend gebaar ondersteun ik mijn boodschap. Je glimlacht naar me. En geloof me, die is zeker niet minder mooi ‘met zonder tanden’. Je lijkt opgelucht. Ik zie nog nét dat je een hand op je moeders schouder legt en naast haar gaat zitten. De trein trekt gestaag weer op en rijdt me langzaam voorbij.

Weet je jongen.. Ik ken jou niet, maar ik ben gewoon onwijs trots op je. Nu hoef je alleen nog maar het stukje Tilburg- Eindhoven denk ik, terwijl de bomvolle roltrap mij naar beneden brengt. Ik hoop echt van harte dat jullie je daar net zo thuis mogen voelen als ik mij hier.

Jij bent overduidelijk ‘The man voor jouw moeder’ vandaag!
You did it!

Met de groetjes uit Tilburg.

Janneke Verhoeven