Janneke Verhoeven17 september 2018
Schermafbeelding-2018-09-17-om-09.59.40.png

5min

Met uw krantje onder de arm en het kopje thee wiebelend in de hand stapt u ogenschijnlijk zelfverzekerd, bijna parmantig, de druk bezette ruimte binnen. De zwemles van zoonlief is hier, in het zwembad van deze Tilburgse zorgomgeving; ‘De Leijhoeve’. Het hok waar u binnenstapt is een soort lachwekkend broeikaseffect-gebeuren. Vol kletsende, tevens koffie of wijn(!), drinkende ouders. Allemaal even trots op hun zwemmende kind.

Hallo.. zegt u met uw krakerige stem, ze zeggen dat ik hier ergens naar buiten kan. Want daar zitten ‘ze’ allemaal in het zonnetje. Ik zie een twinkeling in uw ogen, terwijl u het over de zon heeft. Welke kant is het op? Vraagt u zachtjes.

U zoekt de tuin. U heeft namelijk opgevangen dat het daar fijn is. Piekfijn verzorgd, lippen rood gestift, met een klein beetje ‘uitschiets’ op rechts. De lichtblauwe oogschaduw is dik en duidelijk te vaak aangebracht. Charmant in zondagse rok op deze doordeweekse dinsdag. Uw grijze haren met beleid gekamd en in een knot, inmiddels weer helemaal back en hip, op uw hoofd gebonden. De rimpels tussen uw wenkbrauwen laten zich eigenlijk beter omschrijven als diepe groeven. U heeft zichtbaar vaak gefronst of zeer bedenkelijk gekeken. Tenminste, dat vermoed ik. Maar was dat altijd al zo? Door het leven op zích? Of komt het door deze, wellicht nieuwe en mogelijk angstige, fase in uw leven?

Ik loop met u mee, u komt als vanzelfsprekend in mijn arm. Ik vraag u of u hier pas woont. U kijkt me vertwijfeld aan alsof u druk bent met bedenken; wíe is dit ook al weer? U lacht, voor mijn gevoel om dit te verdoezelen.. bewust of onbewust. Er komt geen antwoord. U zwijgt. Maar de vragende ogen blíjven stiekem toch. We zijn bijna bij de tuin Mevrouw, zeg ik. De tuin? Zie ik u denken; en wat gaan we daar dan doen?

Ik besluit u los te laten, want u stapte zo zelfverzekerd naar ons toe, u wil het zélf regelen. De regie voelen. Ik wijs naar het terras, naar de zon. Ik laat u alleen gaan. Iets met waardigheid en het die vooral laten behouden. U heeft duidelijk geen idéé waar u bent. Maar u zegt me gedag en bedankt me, alsof u nog precíes weet waarvoor ook alweer.

Als een idioot stoor ik de receptioniste in haar gesprek om nú meteen te melden dat deze Mevrouw waarschijnlijk de afdeling heeft verlaten, terwijl dit niet de bedoeling was. En dat ik niet wil dat ze met haar kopje thee per ongeluk het terras achter zich laat en nietsvermoedend in het grote, boze park zal belanden. Met een stevige blik knikt de jonge meid. Die snapt het. En in no-time is er een zorgcoach in beeld die al snel arm in arm met Mevrouw (laten we zeggen ‘van Zon’) weer voorbij sloft. Richting de deur. De deur met de code. De code die daar niet voor niks nodig is.

Ik groet u twee minuten later tijdens het passeren en wens u een prettige avond. U wenst mij hetzelfde, met een lege blik in uw ogen. In het voorbijgaan hoor ik u tegen de verzorgster zeggen.. ik weet het niet… ik heb die dame nog nooit gezien. U haalt daarbij uw schouders op.

Lieve Mevrouw, ondanks alles lijkt u zo krachtig. Ik hoop dat u in uw leven die twinkeling vaak in uw ogen heeft gehad. En dat die er nog vaak mag zijn. Al is het dan op een andere manier, misschien van kortere duur en op basis van een niet te plaatsen maar mogelijk tóch goed en puur gevoel.

Ik wens dat die twinkeling het alsjeblieft nog vaak mag winnen van die lege, kille andere blik.

Want die twinkeling Mevrouw… die staat u werkelijk prachtig!