VIA TILBURG

Daar ren je. Op het perron in Breda. Petje op, achterstevoren, kettingen om. Ik schat je een jaar of 20. Er ontbreken een paar van je boventanden en je bent duidelijk magerder dan dat je zou moeten zijn. Je kaaklijn is vlijmscherp. Als een net geslepen potlood jou zou moeten tekenen op lichtgevend wit papier, dan zou het jouw lijnen snijdend strak weergeven. Je wangen zijn diepe kuilen.

Je bent met je moeder. Zij verliest jou niet uit het oog. Ze draagt twee tassen bij zich. Vaal geworden bigshoppers met veel spullen erin; truien, een koffiemok. Ze volgt jou elke stap. En jij houdt ook haar nauwlettend in de gaten. Haar haren zijn vet en plakken als slierten tegen haar wangen. Jullie lijken zenuwachtig, allebei.

Jij rent gejaagd naar de Kiosk op het perron en vraagt aan het meisje of deze trein toch écht naar Eindhoven gaat. Ze kijkt minachtend naar je en zegt bot: “Staat op het bord, dus zal wel dan hè”. Ze had geen zin in jouw vraag? Maar ze lacht wél vriendelijk naar de volgende klant. Waarom? Je sprak haar nog wel zo netjes aan. Ze lachte je eigenlijk gewoon uit.

Ik denk dat jij je heel verantwoordelijk voelt voor jouw moeder. Jij zal er hóe dan ook voor zorgen dat die éne keer reizen met de trein goed gaat. Jij bent de man die ervoor zorgt dat het goed komt vandaag. Dat beloofde je haar immers. Je gaat er alles aan doen om haar dus niet teleur te stellen. De man met zijn missie! Deze mogelijke waarheid vul ik in. Dat gaat vanzelf..

De trein is er. Jullie stappen in. Je ogen schieten schichtig op en neer. Ik hoor je hardop (slissend) zeggen: “Dit is hopelijk de trein naar Eindhoven”. Een verkapte vraag. In de hoop dat íemand dit even wil bevestigen. Ik mis je blik, helaas. Het blijft stil. Mensen draaien zich van je weg en jij baant je als vastberaden ‘leading man’ een weg in de drukte om voor je moeder een zitplaats te regelen. Want; ze heeft zo te zien volle bak vertrouwen in jouw kunnen.

Ik zit in het tussenstuk op een wiebelig kraak-stoeltje. Jullie houden mij bezig merk ik. Het valt me op dat nét nu niet wordt omgeroepen waar we ons bevinden. Je zal je vast niet op je gemak voelen. Ik kijk de coupé in. Ik zie je ijsberen en gebukt uit het raam kijken in de hoop dat een voorbij zoevend perronbord je antwoord wil geven op jouw prangende vraag..

We razen vliegensvlug voorbij de Zeven Geitjes, de Universiteit. Het kroepoekdak komt in al zicht en ik zie van een afstand de drukte bij EVE. De mensen buiten lijken vanuit de trein op actieve mieren, die zich van A naar B verplaatsen.

En dan staan we stil. Tilburg. Centraal. Mijn stadje. Ik ben thuis. Volgende stop is Eindhoven. Ik stap uit en loop snel zoekend langs de coupé. Je bleke, ingevallen gezicht is zelfs door de vieze, met modder besmeurde treinramen direct te zien. Ik kijk je recht aan, steek mijn duim omhoog en articuleer 2 woorden: ‘Naar-Eindhoven’. Met een ja-knikkend gebaar ondersteun ik mijn boodschap. Je glimlacht naar me. En geloof me, die is zeker niet minder mooi ‘met zonder tanden’. Je lijkt opgelucht. Ik zie nog nét dat je een hand op je moeders schouder legt en naast haar gaat zitten. De trein trekt gestaag weer op en rijdt me langzaam voorbij.

Weet je jongen.. Ik ken jou niet, maar ik ben gewoon onwijs trots op je. Nu hoef je alleen nog maar het stukje Tilburg- Eindhoven denk ik, terwijl de bomvolle roltrap mij naar beneden brengt. Ik hoop echt van harte dat jullie je daar net zo thuis mogen voelen als ik mij hier.

Jij bent overduidelijk ‘The man voor jouw moeder’ vandaag!
You did it!

Met de groetjes uit Tilburg.

Janneke Verhoeven

Janneke Verhoeven

Janneke Verhoeven (39). Getrouwd, trotse moeder van twee jongens en verpleegkundige van beroep. Zij verhuisde rond haar 20ste vanuit het fijne Loon op Zand naar de grote, bruisende stad Tilburg. En.. ze bleef! Met veel plezier schrijft ze over de ‘kleine dingen die het doen’. Want: ze zijn overal; de mensen, de emoties en daarmee de situaties die niet onopgemerkt mogen blijven. Over de pure, alledaagse momenten die, als je niet uitkijkt, in een ‘split second’ alweer voorbij zijn. (En dès sunt, toch?). Janneke hoopt stiekem een glimlach in combinatie met een vleugje herkenbaarheid bij de lezer op het gezicht te toveren.